Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

January 6, 2010

Een repliek aan Ratna Pelle, beroepspropagandiste, hysterische Zioniste en Palestijnenbasher

Filed under: Ami Isseroff, Amira Hass, Amos Oz, Anja Meulenbelt, Arabische Liga, Arabische wereld, Avi Schlaim, Avigdor Lieberman, Benny Morris, Bezette Gebieden, Breaking the Silence, Conny Mus, Dries van Agt, Edward Said, Fatah, Gaza, Goldstone Rapport, Gretta Duisenberg, Groen Links, Haj Amin al-Husayni, Hajo Meijer, Hamas, Hanan Ashrawi, Hasbara, Hasbara Handbook (J. Blume & A. Benjamin), IDF (Israeli Defense Forces), Ilan Pappé, Ironcomb (Ron en Rosa van der Wieken), Israel, Israel Lobby, Israël/Palestina, John J. Mearsheimer & Stephen M. Walt, Joris Luyendijk, Mahmoud Abbas, Mohammed Said al-Sahaf, Nakba, Nakba-negationisme, New Historians, Noam Chomsky, Oslo accoorden, PLO, Palestijnse kwestie, Palestina, Palestinian Authority, Peace Propaganda & the Holy Land, Robert Fisk, Stan van Houcke, Stichting W.A.A.R., Stop de Bezetting, Tantura (massaslachting), Teddy Katz, The enthnic cleansing of Palestine, Tom Segev, Tony Judt, Westbank, Westelijke Jordaanoever, Yasser Arafat, Yochanan Visser, Zionisme, antisemitisme, cidi, een ander Joods Geluid (EAJG), filosemitisme, propaganda, repliek (Ratna Pelle), vredesproces — Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , — Floris Schreve @ 10:35 pm

‘De ‘aldoor zegevierende staat Israël’ kan niet eeuwig steunen op de sympathie voor slachtoffers’ (Wiesenthal). Wiesenthal lijkt te bedoelen dat het voor de staat Israël, nu het ‘aldoor zegeviert’, niet meer nodig is om zich als slachtoffer op te stellen, maar zijn kracht ten volle kan laten gelden. Dat mag waar zijn, mits je daaraan toevoegt dat die nieuwe positie nieuwe verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Het probleem op dit moment is dat de staat Israël, hoewel het ‘permanent zegeviert’, nog steeds steunt op het beeld van de Joden als slachtoffers om zowel zijn machtspositie te legitimeren, als om zijn critici te hekelen als verhulde Holocaustsympathisanten’.

Slavoj Žižek (filosoof, verbonden aan de universiteit van Ljubljana, Slovenië, en gasthoogleraar aan vele andere universiteiten in Europa en de VS), in Geweld; zes zijdelingse bespiegelingen, Boom, Haarlem, 2008, p. 119

‘One must admit, however, that all liberals and even most ‘radicals’ have been unable to overcome the Zionist habit of equating anti-Zionism with anti-Semitism. Any well-meaning person can thus oppose South African or American racism and the same time tacitly support Zionist racial discrimination against non-Jews in Palestine. The almost total absence of any handily available historical knowledge from non-Zionist sources, the dissemination by the media of malicious simplifications (e.g. Jews vs. Arabs), the cynical opportunism of various Zionist pressure groups, the tendency endemic to university intellectuals uncritically repeat cant phrases and political clichés (this role of Gramsci assigned to traditional intellectuals, that being ‘experts in legitimation’), the fear of treading upon highly sensitive terrain of what the Jews did to their victims, in an age of genocidal extermination of Jews-all this contributes to the dulling, regulated enforcement of almost unanimous support for Israel. But, as I.F. Stone recently noted, this unanimity exceeds even the Zionism of most Israelis’

Edward Said (hoogleraar literatuurwetenschappen aan de Columbia University en prominent Palestijns intellectueel, overleden in 2004, zie ook dit eerdere artikel op dit blog), in The Question of Palestine, 1978 (geciteerd uit Moustafa Bayoumi & Andrew Rubin, The Edward Said Reader, Vintage, New York, 2000, p. 118). Inmiddels is er wel het een en ander veranderd, in Europa en ook in Amerika, maar voor hetgeen wat er hier besproken gaat worden is deze passage van Edward Said nog altijd schokkend actueel, zoals snel zal blijken.

 

Hasbara of hysterische soliste?

Een repliek aan Ratna Pelle, beroepspropagandiste, dolgedraaide Zionistische veelblogster en Palestijnenbasher

 

Elders op het web schreef de eerder ter sprake gekomen radicale pro-Israël activiste Ratna Pelle (zie mijn vorige bijdrage over het Israëlische Palestijnse conflict) op een van haar vele blogs ( http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000413.html ):

De methoden van de anti-Israellobby (1)
IMO Blog, 11 december 2009

‘Een van de dingen die me opviel toen ik me in discussies met felle tegenstanders van Israël begaf, is hoezeer men op de man speelt. Jaap Hamburger (van ‘Een Ander Joods Geluid’, FS) is hier een kei in, en kleineert zijn tegenstanders continu. De minachting spat er vanaf. Je zou zeggen dat de voorzitter van een in zijn ogen respectabele club die geregeld in de media verschijnt dergelijke methoden niet nodig heeft. Het blijkt echter nog erger te kunnen, en radikale antiziosemieten zoals ene Sonja (of Janneke), Stan van Houcke en het groentje Floris Schreve (hij wil graag carrière maken in de antizionistische blogosfeer), proberen hun tegenstanders te intimideren. Stan van Houcke, die zelfs officieel journalist is, spant de kroon. Honderden blogs wijdt hij aan zijn opponenten, waarbij alles wat zij ooit hebben geschreven tegen hen wordt gebruikt, al heeft het helemaal niks met Israël of de Palestijnen te maken’.

Ratna Pelle, in haar woorden: ‘Ik ben Ratna Pelle, een academica uit Nederland, en ben actief geweest in diverse linkse bewegingen voor vrede, milieu en derde wereld. Ik ben noch Joods noch Palestijns noch Israëlisch noch Arabisch’, vindt mij, waarschijnlijk op grond van dit ene blogitem, een ‘anti-ziosemiet’ (alhoewel, ik moet nog carrière maken). Tja, wat moet je hiermee? ‘Antiziosemitisme’ is een neologisme, wellicht afkomstig van Ratna zelf, althans het is de eerste keer dat ik heb kennis genomen van deze Orwelliaanse kwalificatie. Maar als ik het goed begrijp zou het dus een soort antisemitisme zijn. Interessant om dat van de niet-Joodse (maar misschien wannabe Joodse, in ieder geval hysterische Zionistische) Ratna te mogen vernemen. Is kritiek op Ratna Pelle al een vorm van antisemitisme? Zoiets als kritiek op Stalin een schoffering van het proletariaat betekende? Boeiend. Bovendien, wat weet ze verder van mij, of van mijn achtergrond? Kan nog heel interessant gaan worden.
Je zou verder natuurlijk boos kunnen worden om zo’n kwalificatie (en dat zou volkomen terecht zijn), maar als je ziet wat ze in een bericht daaronder schrijft, denk ik niet dat ze erg overtuigend is. Ik kan iedereen aanraden om het verder te lezen. Ze valt vanzelf door de mand. Bovendien bevind ik me in goed gezelschap, gezien de anderen die ze noemt.
Maar wat moet je ermee? Want wat je er ook van mag vinden, er valt genoeg over te zeggen. Wat wel fascinerend is dat zij over Stan van Houcke schrijft: ‘Honderden blogs wijdt hij aan zijn opponenten, waarbij alles wat zij ooit hebben geschreven tegen hen wordt gebruikt, al heeft het helemaal niks met Israël of de Palestijnen te maken’. Interessant om dat van Mevrouw Pelle te mogen vernemen. Ratna Pelle schrijft namelijk duizenden blogitems (niet overdreven, vandaag waren het maar liefst 6.860 hits), waarin zij de halve wereld voor antisemiet uitmaakt. Als je haar naam googlet zal dat in een oogopslag duidelijk worden.

Haar mooiste quote vind ik nog altijd:

‘Pr werkt sowieso vooral wanneer zij zelf onzichtbaar is, en het lijkt alsof authentieke mensen spontaan hun verhaal vertellen, onderzoekers en wetenschappers met nieuwe ‘onthullende feiten’ naar buiten komen, er spontaan opeens allerlei artikelen verschijnen en reportages worden gemaakt die jouw kant van de zaak naar voren brengen,’

aldus Ratna Pelle, in haar recensie van Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, in een zeldzame vlaag van (onbewuste?) openhartigheid, http://www.israel-palestina.info/hetzijnnetmensen.html. Haar spelling van de afkorting ‘P.R.’ (als ‘Pr’) lijkt hier (alweer onbewust?) eerder een afkorting te zijn van ‘Propaganda’ dan van ‘Public Relations’. Bovenstaande ‘ontboezeming’ geeft mijns inziens de kern van haar doelstellingen en strategieën weer, althans haar vele pogingen daartoe. De overstelpende kwantiteit van haar bijdragen op het internet is daar het resultaat van.

Het ‘probleem’ Ratna Pelle is niet zo zeer haar radicale opvattingen (er zijn in het Nederlandse taalgebied genoeg van dit soort bloggers te vinden met soortgelijke extreme standpunten), maar het zit hem er vooral in hoe zij zich manifesteert.
In de eerste plaats probeert zij zich als ‘neutraal’ of ‘onafhankelijk’ te presenteren. Haar website Israël-Palestina info heeft bijvoorbeeld als logo een Israëlisch en Palestijns vlaggetje. Op het eerste gezicht staan er allerlei ‘neutrale’ (of ‘objectieve’) achtergrondartikelen op. Maar als je deze nader bekijkt dan blijken deze er vooral op te zijn gericht dat Palestijnen geen aanspraken kunnen maken op het gebied ten westen van de Jordaan en dat de Palestijnen eigenlijk helemaal geen volk zijn, maar Arabieren, die al genoeg nationale staten hebben. Sinds wanneer is dat een argument? Is net zoiets als alle Nederlanders kunnen best verhuizen als er hier Chinezen moeten worden gehuisvest, want er zijn al genoeg Europese landen voor ‘Europeanen’. En bovendien, je zou dan net zo goed kunnen stellen dat ‘de Joden’ eigenlijk geen volk zijn, maar een religie, met diverse nationale achtergronden. Hadden zij daarom het recht om de Palestijnen te verdrijven? Pardon, in de ogen van Ratna zijn dat de ‘Arabieren’ (Palestijnen bestaan niet), die trouwens niet verdreven zijn, maar zelf het land hebben verlaten, omdat hun leiders daartoe zouden hebben opgeroepen. Deze ietwat nationalistische mythe van de Staat Israël, die nog steeds door Ratna wordt uitgedragen, is inmiddels allang ontkracht, niet in de laatste plaats door diverse Israëlische historici zelf (de ‘New Historians’ als Ilan Pappé, Benny Morris, Avi Schlaim, Tom Segev ea), zij het dat deze historici over de ’beoordeling’ van deze etnische zuivering sterk van mening verschillen (vooral Pappé en Morris, die tegenwoordig weer het ultra-zionistische standpunt uitdraagt, zie dit recente interview met de Groene Amsterdammer, al ontkent hij deze gebeurtenissen niet, hij ‘rechtvaardigt’ ze slechts). Wellicht is het aardig om nog een keer de parabel van Joris Luyendijk aan te halen (waar Ratna overigens woedend over is):

‘Stel: in de Verenigde Staten wordt een gek de baas die alle mensen met een Friese grootvader laat oppakken en afmaken. Het wordt een moordpartij van ongekende omvang en als het Anti-Friese bewind eindelijk ten val komt, is duidelijk dat de Friese overlevenden niet meer in Amerika willen wonen. Dus komt er een plan: de Friezen krijgen een eigen staat. En wat is een logischer plek dan het land dat volgens de oude teksten Fries is? Ondanks Nederlands verzet stemmen de Verenigde Naties met het plan in en uit de hele wereld trekken mensen met een Friese grootouder richting de nieuwe Friese staat, royaal gesubsidieerd door Amerika. De overige Nederlanders protesteren: ”Wij hadden toch nooit problemen met de Friezen?’ Maar in de internationale opinie overheerst het medelijden met de Friezen. Er komt een voorstel: de helft van Nederland wordt Frisia, en in de andere helft kunnen de Nederlanders blijven wonen.
De Nederlanders pikken dit niet en er komt een oorlog die de Friezen, met Amerikaanse hulp, winnen en een nog groter deel van Nederland valt in Friese handen. Miljoenen niet-Friese vluchtelingen overstromen de grote Nederlandse steden en de spanningen lopen op, vooral omdat kleine groepjes Nederlanders een guerrilla zijn begonnen tegen de Friezen. ‘Terrorisme!’, roepen Friese voorlichters op CNN: ‘They are killing innocent Frisians!’ Intussen vraagt het Nederlandse volk: ‘Wat hebben wij voor leiders?’
Er volgt een militaire coup en wanneer Nederland probeert in het buitenland wapens te kopen, verovert de jonge Friese staat met een ‘preventieve aanval’ de rest van Nederland, plus stukken van Duitsland en België. Drommen niet-Friese Nederlanders vluchten de grens over naar Duitsland en België, waar ook coups volgen: we moeten voorkomen dat de Friezen ons pakken! Intussen regeert het Friese leger met harde hand over de bezette Nederlandse provincies, wurgt de economie en confisqueert de mooiste stukjes voor nederzettingen en speciale wegen van die nederzettingen naar Frisia.
Dan komt er een vredesproces en krijgt Nederland Limburg, een stukje Brabant en een Zeeuws eiland aangeboden. Die brokjes mogen geen Nederland heten, Nederland mag geen leger hebben en alle grenzen worden bewaakt door Friese troepen’. (Joris Luyendijk, Het zijn net mensen; beelden uit het Midden Oosten, Uitgeverij Podium, 2006, p. 145-146)

Ratna hierover: ‘Welke twintig zaken kloppen er niet in deze vergelijking? Het is overigens niet de eerste keer dat ik hem tegenkom. Ik kom hem vaker tegen in discussies en ik moet altijd erg mijn best doen niet boos te worden en vriendelijk uit te leggen waarom hij totaal niet opgaat. Het begint al  met de aanname dat er dus, voor Israëls stichting, een Palestijnse staat was waar pas na de Holocaust opeens een hoop Joden naartoe kwamen en de VN hun dit gebied toewees ‘op grond van oude teksten’. Niet omdat zij er altijd hadden gewoond, zoals in Jeruzalem, Safed, Tiberias en Hebron, er voor de Holocaust al een Joodse staat in wording was in Palestina die praktisch alle zaken zelf regelde, niet omdat Joden altijd een fysieke, religieuze en spirituele band met het land hebben gehad, en dit centraal staat in zowel religie als nationale identiteit. Vervolgens wordt alle Arabische vijandigheid tegenover de Joden ontkend, pas toen zij het land praktisch wilden overnemen kwam er verzet. In de praktijk waren er figuren als de moefti, die Hitlers oplossing van het Joodse probleem in Palestina wilde toepassen en vanaf de jaren ‘20 de Arabische bevolking tegen de Joden opzette, werden de Joden geregeld aangevallen en wezen de Arabieren ieder compromis en iedere samenwerking met de Joodse gemeenschap af. Deze en talloze andere zaken laat niet alleen Luyendijk weg, maar de media überhaupt en dat is waarom we deze vergelijking zo dikwijls te horen krijgen’. (http://www.israel-palestina.info/hetzijnnetmensen.html)

Wat klopt er niet aan Ratna’s ‘weerlegging’? Natuurlijk dekt deze analogie niet de hele situatie, maar in Friesland hebben er toch altijd Friezen gewoond? Lijkt me duidelijk. En dat er veel wrijvingen zijn geweest gedurende het interbellum tussen de Palestijnse bevolking en de Joodse nieuwkomers, ook waar. Maar er waren ook Joodse terreur organisaties die vele bloedige aanslagen pleegden, zowel op Palestijnse als Britse doelen. Het opblazen van het King David Hotel door de Irgun militie in 1946, waarbij 91 doden vielen, is hier een goed voorbeeld van. Dat ook de Palestijnen (pardon Arabieren) zich aan soortgelijke zaken schuldig maakten, ook waar. Maar mochten ze daarom massaal hun land uit gedreven worden? Elders in dit artikel zegt ze dat er nooit een Palestijnse staat was. Nee, want het hele gebied was een onderdeel van het Osmaanse Rijk. Er was dus ook geen Joodse staat. Maar rechtvaardigt dit de exclusieve claim (want daar gaat het hier om) van de Joden op het gebied Palestina, waar voor Palestijnen, pardon Arabieren, geen plaats meer was? Enz. enz.

Maar het ‘probleem Ratna Pelle’ is naast de ‘kwaliteit’, vooral de kwantiteit. Er is op dit onderwerp niemand zo actief in het Nederlandse taalgebied op internet als zij. Haar productie is werkelijk van een maniakale omvang. Psychologisch ongetwijfeld bijzonder interessant, maar wat hier belangrijker is, is dat het er bijna de schijn van heeft dat zij probeert het digitale Nederlandse taalgebied dicht te slibben met haar soms verhulde, soms openlijke propaganda (want dat is het). Wie de woordcombinaties ‘Israëlisch Palestijns conflict’, of ‘Israël Palestina’ googlet stuit vrijwel zeker op een of meer van de vele sites van Ratna Pelle en haar kleine entourage (voornamelijk Wouter/Wil Brassé en heel af en toe een zekere Abby). Daarom lijkt het mij niet verkeerd om een keertje het licht te laten schijnen op dit ‘fenomeen’ en een keer goed zichtbaar te maken wie of wat zij eigenlijk is en vooral hoe zij te werk gaat.

 

‘Wouter’

Een paar van haar hoogtepunten, met wat kanttekeningen van mijn hand. Deze zijn eerder gepasseerd in mijn korte discussie met haar ‘rechterhand’ Wouter/ Wil Brassé, overigens net zo’n wannabe en dan niet alleen in dit opzicht, zie zijn ietwat bizarre homepage en dan vooral op het sub itempje ‘Wie ben ik?’. Ik weet het wel. Het lelijke eendje dat graag een zwaan wil zijn. Of de hulp-Sinterklaas, zie op de homepage, iets naar beneden scrollen  dan de vierde foto van links. Maar los van zijn wat aandoenlijke liefhebberij (hij vindt zichzelf in opgepimpte staat ‘om te zoenen’, al kunnen zijn drag creaties moeilijk als erg geslaagd gekenschetst worden, maar misschien bekijk ik het iets te hoofdstedelijk en leg ik de lat wat hoog), is ook Wouter een doorgedraaide Israël aanbidder en Palestijnenbasher, met een zelfde productiviteit als Ratna. Met hem zet Ratna overigens ook ’spontane ingezonden brievenacties’ op, zoals dit bijna lachwekkende bericht van het CIDI duidelijk laat zien. Daarin staat oa vermeld: ‘De Nijmeegse GroenLinks-publiciste Ratna Pelle schreef op 16 september onderstaand opinieartikel in De Gelderlander waarin zij Van Agt in felle bewoordingen beschuldigde van misleiding en het creëren van vijandbeelden. Een vergelijkbaar artikel van GroenLinks-lid Wouter Brassé verscheen in De Limburger van 17 september’. Hoe spontaan. Zie wederom Ratna’s uiteenzetting over  PR/ propaganda: ‘Pr werkt sowieso vooral wanneer zij zelf onzichtbaar is, en het lijkt alsof authentieke mensen spontaan hun verhaal vertellen, onderzoekers en wetenschappers met nieuwe ‘onthullende feiten’ naar buiten komen, er spontaan opeens allerlei artikelen verschijnen en reportages worden gemaakt die jouw kant van de zaak naar voren brengen’. De vraag is alleen of dit ook zo effectief is wanneer dit soort operaties gerund worden door het tweemansbedrijf Ratna en Wouter. Lijkt me iets te doorzichtig. Dat mag best wat professioneler. Overigens schijnt niemand bij Groen Links Ratna en Wouter te kennen, zie http://stanvanhoucke.blogspot.com/2009/01/de-raciste-ratna-pelle.html, of http://empire.blogsome.com/2008/03/07/karel-van-broekhoven-reageert. Aangetekend moet worden dat Ratna, naar eigen zeggen althans, kennelijk wel in het Groen Links Magazine zou hebben gepubliceerd over het Midden Oosten conflict, zie dit artikel van maart 2005, opnieuw geplaatst op een van haar vele blogs, Ratna.nl. Hoewel zij in dat artikel het Groen Links standpunt hekelt als te eenzijdig, is ze in dit stuk aanzienlijk gematigder. Maar het is wel opmerkelijk dat er zo’n radicale, of zelfs extremistische Zionistische roeptoeter bij een partij als Groen Links rondloopt, die haar minachting voor de rechten van de Palestijnen zo luidkeels naar buiten brengt. Netjes van Groen Links dat ze zoveel diversiteit de ruimte geven, maar ik zou er wel iets kritischer op zijn, zeker in dit geval. Zie overigens ook deze merkwaardige bijdrage van haar en Wouter over de positie van Groen Links, waarin ze opeens een beetje beginnen te draaien. Een erg komische reactie daaronder overigens, waarschijnlijk van een Christen-Zionist.

Maar hier nogmaals de kleine bloemlezing, oorspronkelijk uit mijn korte discussie met ‘Wouter’. Eerst wat passages van Ratna, dan mijn commentaar:

‘De campagne heeft in totaal tot aan het unilaterale staakt-het-vuren op 17-18 januari 3 weken geduurd, waarbij naar verluid zo’n 1.300 Palestijnen zijn omgekomen en 13 Israëli’s. Over het aantal burgerslachtoffers en strijders verschillen beide partijen sterk van mening. Volgens sommige bronnen is eenderde van de Palestijnse doden kind, volgens andere is dat aantal veel lager. Het maakt ook uit of je 16- en 17-jarigen die soms al volwaardig meedoen in de strijd als kind definieert, en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is’.(http://www.israel-palestina.info/gaza_oorlog.html)

Mijn commentaar:

‘…en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is’ Erg hé, van die Palestijnen, dat ze zoveel kinderen krijgen althans. Ook onverantwoordelijk, want dat levert vervelende statistieken op als er weer eens op dichtbevolkt gebied moet worden geschoten. Natuurlijk is het vooral niet goed voor de beeldvorming, want dit soort zaken maken het er niet makkelijker op om het product Israël op de markt te zetten. Alhoewel, je kunt het ook als een kans zien. Want het is in die omstandigheden wel een uitdaging om het dan op te nemen tegen ‘Gretta’, ‘EAJG’(Een Ander Joods Geluid, FS) en een ‘pro-Palestijnse’ krant als NRC Handelsblad (Ratna is dus boos op alledrie, zoals elders in mijn stuk zal worden uitgelegd). Zie hier de logica en de ethiek van mevrouw Pelle, samengebald in een bijzin.

Nog een stukje. Eerst een passage van Ratna:

‘Mensen wonen om verschillende redenen over de Groene Lijn, uit (religieuze) verbondenheid met het land, of omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen, of omdat men vindt dat Israël dit gebied moet houden, of omdat men denkt dat de nederzettingen een geschikt drukmiddel zijn om de Palestijnen zover te krijgen om Israël echt te erkennen en de daarvoor noodzakelijke concessies te doen’.
http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000403.html

Mijn commentaar:

‘Omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen’. Ratna, mag ik je herinneren aan je summiere statement over jezelf: ‘Ik ben Ratna Pelle, een academica uit Nederland, en ben actief geweest in diverse linkse bewegingen voor vrede, milieu en derde wereld’. Als je ook zo over hulp aan de derde wereld denkt, denk ik dat het goed is dat er geen ontwikkelingshulp volgens het recept Ratna wordt gegeven. Hoe kun je dit dan in overeenstemming brengen met die idealen waar je zelf voor zegt te staan? Bovendien, wat is er mooi aan de muur? Maar los daarvan, ook zo mooi wonen op die heuveltoppen, met die opeengepakte verpauperde Palestijnen aan je voeten, waarvan zelfs het water wordt weggepompt om aan een eerste levensbehoefte te voldoen als bijvoorbeeld het vullen van een zwembad. Lang leve de vrede, het milieu en de derde wereld! Lijkt me ook heerlijk wonen op gestolen land, terwijl de rechtmatige eigenaren als bedelaars aan je voeten leven, vooral voor je eigen gemoedsrust. Heel rustig en mooi! Lijkt me dat je geen ‘academica’ hoeft te zijn om te snappen dat dit niet helemaal spoort’.
En wat bedoel je met concessies? Dat het Palestijnse geweld stopt? Dan zou je juist die nederzettingen moeten ontmantelen. Als je andere concessies zou bedoelen, hoeveel concessies moeten de Palestijnen nog doen? Nog meer land opgeven? Ik vrees dat de bodem wel is bereikt.

 

‘links’

Nu het communisme (Stalin) toch ter sprake is gekomen, neem zeker kennis van deze passage. Het is zo’n beetje het enige statement van Ratna over zichzelf, waarin ze iets vertelt over haar eigen achtergrond:

‘Veel mensen ter linkerzijde vragen zich tegenwoordig af hoe ze indertijd zo lang sympathie konden blijven houden voor de Sovjet Unie en voor China. In een discussie hierover meende ik onlangs dat de CPN zich rond 1980 officieel distantieerde van de Sovjet-Unie. “Toen al?”, vroeg mijn gesprekspartner. “Al?”, zei ik, “ik noem dat pas, want voor een ieder die het wilde zien was toen toch allang duidelijk dat het systeem niet deugde, en dissidenten en een ieder die ook maar enige kritiek durfden te uiten werden opgesloten of naar een werkkamp gestuurd?”
Ik was toen nog erg jong, maar ik liep enthousiast mee in de grote vredesdemonstraties van begin jaren ‘80 en scandeerde de leus: “liever een Rus in de keuken dan een raket in de tuin”. In feite betekent dat dat je liever in een dictatuur wilde leven dan je te bewapenen. Een absurd idee. Als 15 jarige mag je dat roepen, maar als 25 of 36 jarige zou je beter moeten weten. Voor de duidelijkheid: dit was niet de algemene opvatting van de vredesbeweging, en de vragen die men stelde bij de wapenwedloop waren volkomen legitiem. Het geeft echter wel een bepaald sentiment weer van een deel van de beweging, en de kritiekloze houding van velen jegens de Sovjet Unie. Het feit dat ze tegen Amerika zijn en haar macht en moraal ter discussie stellen, is toen en nu de rechtvaardiging gewelddadige duistere ondemocratische bewegingen of regimes te steunen.
Het zijn helaas niet alleen tieners die koketteren met Hamas en Hezbollah, en Israël een racistische Apartheidsstaat noemen. Collectieve blindheid komt in alle lagen van de bevolking voor en onder alle leeftijden.
Het is tijd voor een paradigma switch’. (http://www.zionism-israel.com/blog/)

Wat mij betreft een zeldzaam obligaat (truttig) verhaal en ook nog een manke vergelijking. Ik denk dat dit verhaal meer hout zou snijden als: ‘Tot in de jaren tachtig stond vrijwel heel Nederland onvoorwaardelijk achter Israël, niet geheel los te zien van onze terechte schaamte dat wij wel erg veel Joodse landgenoten hadden verloren in de periode 40-45, zeker als je het vergelijkt met Denemarken, België en Frankrijk. Na de slachting van Sabra en Shatila in 1982, gedurende de Libanonoorlog, begon dit heel langzaam te veranderen. ‘Toen al?’ ‘Al?’ Ik noem dat pas, want iedereen kon toen al zien dat de bezetting van de Palestijnse gebieden….’ etc. Lijkt me duidelijk. Die paradigma switch heeft ze overigens gepikt van Anja Meulenbelt, zie http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2004/07/28/de-paradigmastrijd-1/ . Al met al een wat kreupele poging om het verhaal van Meulenbelt om te draaien (met wie ze overigens een paar heftige confrontaties heeft gehad, zie http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2008/07/27/geen-apartheid/ of op een van Ratna’s blogs: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000226.html). 

In de wereld van Ratna Pelle ligt de vijand altijd en overal op de loer. Haar visie op Israël druipt van de Asterix en Obelix romantiek, waarin een klein dorpje dapper weerstand bood tegen de omringende agressors. Iedereen die haar getroubleerde blik op de werkelijkheid niet deelt is zo’n beetje een antisemiet, die met alle middelen bestreden dient te worden. Palestijnen zijn voor haar volkomen ontmenselijkt, zie haar uitspraken over het grote percentage minderjarige slachtoffers in Gaza. Dan hebben we het nog niet over de Nakba, die volgens Ratna nooit heeft plaatsgevonden, zie deze bijdrage, of een artikel dat ze een keer in Trouw geplaatst heeft weten te krijgen, waarin ze de prominente Israëlische historicus Ilan Pappé tracht aan te vechten, die een standaardwerk over de Nakba schreef (The ethnic cleansing of Palestine, 2006). In die zin is ze ook een ‘Nakba-negationist’. ‘Er was geen sprake van etnische zuivering’, aldus mevrouw Pelle. Toch is in deze recensie in Trouw haar toon aanmerkelijk gematigder dan wanneer ze in haar eigen territorium opereert, waar zij alle remmen los gooit en zich lekker laat gaan. Over Pappé schrijft zij op een van haar eigen sites, www.zionism-israel.com:

‘Pappé minacht feiten niet alleen zelf, hij draagt dit ook over op zijn leerlingen. In 2005 was een leerling van hem, Teddy Katz, door oud-soldaten aangeklaagd nadat deze in zijn proefschrift had beweerd dat zij massaslachtingen hadden aangericht in het Palestijnse dorp Tantura. Het bleek dat hij de tekst van de opgenomen interviews met de soldaten op essentiele punten had veranderd in zijn proefschrift. Katz zag zich gedwongen delen van zijn proefschrift aan te passen, maar Pappe bleef hem verdedigen, en beweerde dat zowel hij als Katz werden vervolgd om politieke redenen en de universiteit hem wilde ontslaan. Vervolgens riep hij academici van over de hele wereld op om zijn universiteit - de universtiteit van Haifa - te boycotten.
Onnodig te zeggen dat dit alles voor een aanzienlijke publiciteit heeft gezorgd en hem beroemd gemaakt tot ver buiten Israël. Vooral initiatiefnemers van boycot-acties tegen Israël vonden in hem een dankbare bondgenoot - wie kan ze nu nog van antisemitisme beschuldigen?
Zijn gesjoemel met feiten, en zijn rancuneuze en kinderachtige gedrag jegens zijn eigen universiteit schijnt er voor deze groeperingen niet toe te doen. Iedereen die hen helpt in hun kruistocht tegen Israël is welkom. EAJG en UCP zijn geen vredesorganisaties (????? Dit zijn dus ‘Een Ander Joods Geluid’ en ‘United Civilians for Peace’, FS); zij dragen niet bij aan vrede en verzoening tussen Israël en de Palestijnen. Zij praten aanslagen tegen Israël goed als ‘legitiem verzet’ en hebben meermaals sprekers op door hen georganiseerde bijeenkomsten of demonstraties uitgenodigd die Hezbollah en Hamas verdedigen, zoals Abu Jahjah van de Arabisch Europese Liga. Ook hebben woordvoerders van beide organisaties meermaals een vergelijking gemaakt tussen de bezetting van de Palestijnse gebieden en de bezetting van Nederland door de Nazi’s, en Israël vergeleken met de Nazi’s, zoals bijvoorbeeld tijdens de recente toespraak van EAJG-lid Max Wieselman bij kamp Westerbork. Zulke vergelijkingen zijn onjuist, kwetsend en dragen slechts bij tot polarisatie (gelukkig predikt Ratna Pelle louter verzoening, en is het ‘bijdragen aan polarisatie’ wel het laatste dat je haar in de schoenen kunt schuiven, FS). Dat weten deze organisaties ook wel, net als dat zij de ideeën van Jahjah kennen, en kiezen dus bewust voor deze aanpak. Daarom vind ik het nogal vreemd dat zij door velen nog steeds als vredesorganisaties worden gezien. Een Ander Joods Geluid betekent allerminst een beter Joods geluid, en je hoeft geen groter-Israël aanhanger te zijn om je tegen hen te keren’. (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000116.html)

 
Een paar kanttekeningen. Eerst de kwestie Katz. Over de zaak Teddy Katz is veel geschreven. Katz studeerde bij Pappé af aan de Universiteit van Haifa met een scriptie over de massaslachting van het Palestijnse dorp Tantura, in de nacht van 22 op 23 mei 1947 (volgens enkele bronnen is het overigens een misverstand dat Pappé zijn eerste begeleider was, dit zou Kais Firro geweest zijn, zie http://www.counterpunch.org/amit05112005.html). Aanvankelijk waren Pappé en een aantal coreferenten zeer lovend over het onderzoek van deze afstuderende historicus, dat hij had gedaan op basis van interviews met ooggetuigen. Ook de pers had er belangstelling voor: de krant Ma’ariv publiceerde een interview met Katz over zijn scriptie-onderzoek. Academica Ratna Pelle blijkt overigens het verschil tussen een scriptie (MA) en een proefschrift (PhD) niet te kennen, maar dat terzijde. Of ze kent de details van deze zaak niet zo goed en gaat alleen maar af op een artikeltje, vermoedelijk afkomstig uit betrouwbare Zionistische bron, dat zou natuurlijk ook kunnen. Maar hoe dan ook, na dit interview begonnen de problemen; Katz werd aangeklaagd door veteranen die aan militaire acties hadden deelgenomen. Pappé heeft zijn student altijd verdedigd, maar de enorme druk werd Katz uiteindelijk teveel en hij gaf in het openbaar toe dat hij ‘fouten’ zou hebben gemaakt. De zaak werd geschikt toen Katz een advertentie plaatste met de verklaring: ‘Vandaag verklaar ik dat er in Tantura geen slachting heeft plaatsgevonden. Ik geloof de Alexandroni (zo heette de desbetreffende brigade) veteranen die elke betrokkenheid bij een dergelijke slachting uitdrukkelijk ontkennen. En ik herroep de in mijn scriptie impliciet verpakte conclusie dat er onder ongewapende of weerloze mensen een bloedbad is aangericht’ (geciteerd uit Chris van der Heijden, Israël, een onherstelbare vergissing, uitgeverij Contact, 2008, p. 15). Kort na deze verklaring kreeg Katz spijt en verklaarde alsnog achter zijn eigen onderzoek te staan. Hij poogde de zaak te heropenen, maar deze werd ook door het Israëlische Hooggerechtshof niet ontvankelijk verklaard. Pappé, die altijd achter de eerdere versie van Katz had gestaan, was diep verontwaardigd door het gebrek aan steun van zijn eigen universiteit voor deze student en verliet Israël om hoogleraar te worden in Exeter. Zijn oproep tot boycot van zijn vroegere universiteit moet ook in dat licht worden gezien. Pappé legt het zelf overigens duidelijk uit in zijn artikel Academic Freedom under assault, zie http://ilanpappe.com/?p=23#more-23 . Duidelijk wordt dan ook dat de zaak Katz niet het enige was dat er speelde, uit het artikel blijkt ook dat er meer aan de hand was op de Universiteit van Haifa. Verder vermeldt wikipedia het volgende over de kwestie Katz (http://en.wikipedia.org/wiki/Ilan_Papp%C3%A9):
Pappé publicly supported an M.A. thesis by Haifa University student Teddy Katz, which was approved with highest honors, that claimed Israel had committed a massacre in the Palestinian village of Al-Tantura during the war in 1948, based upon interviews Arab residents of the village and Israeli veteran of the operation.[20] Neither Israeli nor Palestinian historians had previously recorded any such incident. Meyrav Wurmser describes it as a “made-up massacre,”[21] but according to Pappe “In fact the story of Tantura had already been told before, as early as 1950 . . . It appears in the memoirs of a Haifa notable, Muhammad Nimr al-Khatib, who, a few days after the battle, recorded the testimony of a Palestinian.”[22] In December 2000, Katz was sued for libel by veterans of the Alexandroni Brigade and after the testimony was heard, he retracted his allegations about the massacre. Twelve hours later, he retracted his retraction.
Following the trial the university appointed a committee to reexamine the thesis, which decided to overturn the original decision and fail it.[23][24] Pappé continues to defend both Katz and his thesis.[25][26] Tom Segev and others[25] argued that there is merit or some truth in what Katz described.[24] According to the Israeli new historian Benny Morris, although war crimes were committed, there’s “no unequivocal proof of a large-scale massacre.”[27]

Los van of Katz nu wel of niet gelijk had in de kwestie Tantura, dit is het volledige verhaal. Het lijkt mij vooral een bijzonder tragische geschiedenis voor Teddy Katz en ik zou niet graag in zijn schoenen hebben gestaan. Als ik er toen van had geweten zou ik met liefde een handtekeningenactie of een steuncomité voor hem zijn begonnen, want los of zijn beweringen klopten, dit had in de academische arena moeten worden uitgevochten en niet voor de rechter door belanghebbende veteranen die zelf onderwerp van onderzoek waren. Is net zoiets als een scriptie onderzoek over de politionele acties in Indonesië laten beoordelen door de veteranen van de speciale commando troepen van de missie op Celebes, die onder bevel stonden van ene kapitein Raymond P.P. Westerling. Maar als we zien wat Ratna van dit verhaal heeft gemaakt, in het midden latend of het onderzoek van Katz correct was of niet, dan is het wel stuitend hoe academica Ratna lak heeft aan de academische vrijheid en kiest voor botte propaganda en militaire intimidatie. We zullen hier nog een paar krasse staaltjes van zien.
En dan de bewering dat Een Ander Joods Geluid en United Civilians for Peace geen vredesorganisaties zijn. Wat betreft de ‘Holocaust-vergelijkingen’, waarschijnlijk doelt Ratna op het boek van Hajo Meijer, oprichter van Een Ander Joods Geluid en overlevende van Auschwitz. Hajo Meijer heeft in zijn boek ‘Het einde van het Jodendom’ (hij bedoelt hier overigens mee: het einde van de grote humanistische traditie van het Jodendom, waar hij mee vertrouwd is) wel een soort vergelijking gemaakt met de politiek van de Nazi’s. Hij heeft de situatie in Israël en de houding naar de Palestijnen vergeleken met de situatie van de Duitse Joden aan het begin van de Nazi tijd, voordat er sprake was van massale vervolging, deportatie en uitroeiing. Hij stelt dat de manier waarop de Israëlische politiek omgaat met de Arabieren hem doet denken (is dus iets anders dan ‘gelijk aan’) aan de situatie in Duitsland in de jaren dertig, zoals hij die zelf heeft ervaren. Dat is voor hem ook een belangrijke persoonlijke drijfveer om de Israëlische politiek af te keuren. Maar hij zegt expliciet dat er geen vergelijking is met de ‘Endlösung’. Je kan erover twisten of deze vergelijking legitiem is (mijns inziens overigens wel en Meijer weet deze vergelijking, puttend uit zijn persoonlijke ervaringen, goed te beargumenteren), maar Meijer gaat hier zeker buitengewoon gewetensvol mee om. Over het uitnodigen van Abu Jahjah kun je twisten (Jahjah zegt overigens een felle antizionist te zijn, geen antisemiet), maar dat de eem rechtse politicus en voormalig uitsmijter in een nachtclub maar nu minister en vice premier Avigdor Lieberman door het CIDI vriendelijk wordt onthaald vind ik wellicht nog iets ernstiger. En dat wordt weer door Ratna met vuur verdedigd. Een kleine greep uit de verschillende uitspraken van de voorman Israëlisch extreem rechts (bron):

“It would be better to drown these prisoners in the Dead Sea if possible, since that’s the lowest point in the world.” (Deputy PM Avigdor Lieberman on a potential amnesty to be offered to 350 Palestinian prisoners, 7 July 2003)

“We must continue to fight Hamas just like the United States did with the Japanese in World War II. Then, too, the occupation of the country was unnecessary.” (Foreign Minister Avigdor Lieberman, January 2009)

“They have no place here. They can take their bundles and get lost” (Foreign Minister Avigdor Lieberman on Arab Israelis, May 2004)

Maar dat deze man met alle égards wordt behandeld vindt Ratna de normaalste zaak van de wereld, waarna ze nog een paar ontstellende mededelingen doet:

‘Lieberman wordt ook zwaar aangerekend dat hij in een nederzetting woont. Dit zou zijn ware intenties tonen en laten zien hoe extreem hij is. Niet alleen actiegroepen gebruiken dat tegen hem, ook de NRC gebruikt dit in een bijzonder suggestief artikel over hem, waarin hij wordt neergezet als de grote voorman van de kolonisten, die voor het behoud van ‘Judea en Samaria’ zal strijden en dan niet alleen met vreedzame middelen. In werkelijkheid heeft hij gezegd met de evacuatie van zijn nederzetting, Nokdim, te zullen instemmen in het kader van een vredesverdrag. Je kunt natuurlijk twijfelen aan de oprechtheid daarvan, maar uitspraken van medebewoners van Nokdim gebruiken om aan te tonen dat Lieberman geen vrede wil, is niet minder onbetrouwbaar.
Ik vind deze ‘kritiek’ dan ook niet geheel terecht. Wonen in een nederzetting is geen misdaad, al laat het, zeker buiten de grote blokken en Jeruzalem, wel zien dat hij niet staat te springen om een Palestijnse staat. Mensen wonen om verschillende redenen over de Groene Lijn, uit (religieuze) verbondenheid met het land, of omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen, of omdat men vindt dat Israël dit gebied moet houden, of omdat men denkt dat de nederzettingen een geschikt drukmiddel zijn om de Palestijnen zover te krijgen om Israël echt te erkennen en de daarvoor noodzakelijke concessies te doen’.
(http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000403.html, het laatste stukje was al gepasseerd in mijn eerdere discussie met Wouter)

Ratna laat hier een wel zeer reactionaire kant van het Zionisme zien, zoals het ook in Israël door velen niet gepruimd wordt. Ik zal iets verderop haar bijdragen over de Gaza oorlog bespreken, maar vergelijk het geloei van haar eens met deze oproep van in Nederland wonende Israëli’s? Met hen heb ik het echt te doen. Zij keuren de politiek van hun land onomwonden af. Maar misschien zijn dat in Ratna’s ogen ook ‘antiziosemieten’. In die zin is Ratna eerder extreem rechts dan de progressieve Zioniste waarvoor zij zich tracht uit te geven. Heerlijk die vrede en het millieu en het creëren van een utopisch paradijs, zolang die Palestijnen maar en enkeltje Jordanië krijgen. Een zoetsappige Kibboetz idylle, waar ook meer Nederlanders lange tijd in geloofden. Alleen is dat kitscherige beeld gelukkig aan het veranderen en dat zit Ratna dwars, vandaar haar tirades. Zo komt ze in ieder geval op me over. Naar haar motieven kan ik slechts gissen, maar het lijkt op de pure dweepzucht van een wannabe of een fanatieke bekeerling. Verder is wonen in een nederzetting is voor de Israëlische wet niet illegaal, maar die nederzettingen zijn natuurlijk wel illegaal naar het internationale recht, dat door de staat Israël met voeten getreden wordt.

Wie ook ‘links’ is, is Wouter, al uit hij zich op een andere manier dan Ratna (zijn pennenvruchten zijn in regel iets minder geraffineerd). Een kleine passage uit een statement over zichzelf:

‘Gek op Israël en Joden”, zo werd ik al snel omschreven door een Jood die ik een eindje verder had geholpen met zijn Joodse voorouders. Moet je gek zijn om het in deze tijd als linkse jongen voor Israël op te nemen, of je te interesseren voor het lot van de Joodse gemeenschappen die in hedendaags Limburg zo pijnlijk afwezig zijn?
Ik maak me vooral kwaad om al die linksen en pseudo-linksen die menen dat het om tegen Israël en het aan te trappen. Ik kots van al die mensen die verontwaardigd roepen dat Hamas toch democratisch gekozen was - Nou, dat was Hitler ook! En ik walg al helemaal van de boycot Israël aktivisten.
Goede, eerlijke en progressieve mensen in Israël en hier, die hun tijd en aandacht liever zouden geven aan het weer op gang krijgen van het vredesproces in het Midden-Oosten, moeten nu hun tijd verdoen met het verdedigen van het bestaansrecht van Israël tegen de leugens en haatzaaierij van die achterlijke anti-Zionisten’ (http://sittard.blogspot.com/2007/08/gek-op-isral-en-joden.html).

Dit is ongeveer de huisstijl van Wouter (hij is in regel wat directer dan Ratna). ‘Gek op Joden…’ Over ‘filosemitisme’ gesproken. Ik zou er bijna een beetje bang voor worden. We zullen hier later nog wat meer van dit soort statements zien. Overigens wil ik in deze Wouter wel een serieuze reactie geven. Ik ben het wel met Wouter eens dat de verkiezing van Hamas problematisch is (het lijkt me overigens niet hetzelfde als de NSDAP, al was dat in het begin ook nog niet zo zichtbaar, tenminste het definitieve besluit tot de ‘Endlösung’ kwam pas in begin 1942, op de Wannsee Konferenz, al had Hitler ruim daarvoor al genoeg toespelingen gemaakt, zelfs al in Mein Kampf). Maar als je een voorzichtige historische parallel kunt trekken dan lijkt me deze meer toepasselijk: dat de NSDAP groot kon worden in de Weimar Republiek was natuurlijk een gevolg van het systematisch afknijpen van de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog. Ik vergoelijk het daarmee niet, maar het was wel de oorzaak. Maar als je nu ziet onder wat voor omstandigheden de inwoners van Gaza leven (over afknijpen gesproken), dan lijkt het mij de beste manier om Hamas te bestrijden vooral het geven van enig perspectief aan de Palestijnen. Tot op heden heeft Israël dat nog nooit gedaan. Zie hier de kern van het probleem Hamas, al heeft het ook te maken met falend Palestijns leiderschap. Maar het hoofdprobleem is de onderdrukking door Israël. En dat is nu juist hetgeen waar Wouter en Ratna niets van willen weten. Misschien heb ik wat betreft Gaza een goede literatuurtip. Lees zeker Drinkend uit de Zee van Gaza (in Nederland uitgegeven door de Balie, 2002), van de Israëlische journaliste Amira Hass, correspondente van de Ha’aretz. Om meteen de aanprijzing van de grote Israëlische schrijver David Grossman erbij te halen: ‘In deze donkere tijden heb ik regelmatig het gevoel dat het werk van Amira Hass een van de zeldzame tekenen van gezond verstand, moed en menselijke waardigheid is’. Of willen Ratna en Wouter soms beweren dat Amira Hass en David Grossman ook anti…(vul zelf maar in) zijn?
Ik ben het wel weer met Wouter eens dat er ook goede en progressieve mensen in Israël zijn (zoals bijvoorbeeld Amira Hass). Alleen hebben die in regel niet dezelfde extremistische of wat mij betreft zelfs gestoorde standpunten over de rechten van de Palestijnen als Ratna en Wouter. Want die lijken meer op die van Avigdor Lieberman.

‘gekleurd’

Echt bont maakt Ratna Pelle het met haar agitatie-campagne tegen het rapport van de Commissie Goldstone, de commissie die namens de VN eventuele mensenrechtenschendingen gedurende de laatste Gaza Oorlog onderzocht. Israël weigerde overigens vantevoren om mee te werken aan dit onderzoek en wilde de commissie zelfs Gaza niet binnenlaten (de commissie kwam uiteindelijk Gaza binnen via Egypte).  De conclusies van dit rapport waren vernietigend. Israël schreeuwde achteraf moord en brand en Ratna leent zich graag uit om de rol van Mohammed Said al-Sahaf op zich te nemen, de vroegere Iraakse minister van Informatie onder wijlen Saddam Hoessein (’There were no warcrimes and human rights violations in Ghaza!’). Voorbeeld, Ratna in Trouw (20 mei 2009):

‘Het pas verschenen VN-rapport over het Israëlische militaire optreden in de Gaza-strook liegt er niet om. De onderzoekscommissie verwijt het Israëlische leger ’roekeloze onachtzaamheid’ jegens VN-personeel en de Palestijnse burgerbevolking. Hierdoor zijn veel slachtoffers gevallen. Het beeld dat Israël buitensporig geweld heeft gebruikt, zonder veel bereikt te hebben, wordt door dit VN-rapport nog eens bevestigd. Toch is dat beeld niet juist. De drastische Israëlische interventie heeft inderdaad burgerslachtoffers geëist, maar dat was bijna onvermijdelijk gezien de stedelijke omgeving waarin de Palestijnse strijders zich moedwillig verschansten met hun raketwerpers (daar gaan we weer , FS). Operatie Cast Lead heeft echter ook tot een ernstige verzwakking van Hamas geleid. Dankzij superieur inlichtingenwerk, een uitstekende samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, en zeer geavanceerde doelgeleidingsmethoden, werd het gevechtsvermogen van Hamas een enorme klap toegediend. En dit zonder noemenswaardige verliezen aan Israëlische zijde’ (en burgerslachtoffers aan Palestijnse zijn dus niet noemenswaardig? Het is maar wat je voorbeeldig noemt, FS) .

Elders heeft ze het volgende te melden:

In een opiniestuk in NRC Handelsblad op 3 november hekelde Dries van Agt het feit dat Nederland in de VN Mensenrechtenraad op 16 oktober tegen een resolutie stemde die de conclusies van het Goldstone rapport over de Gaza Oorlog onderschreef. Volgens de Nederlandse stemverklaring is de resolutie ‘niet bevorderlijk met het oog op de inspanningen om het vredesproces nieuw leven in te blazen’, waarmee Nederland volgens Van Agt een ‘onzalige tegenstelling tussen recht en vrede’ suggereert. De Nederlandse tegenstem tegen de resolutie over het Goldstone rapport zou indruisen tegen Nederlands eigen beleid om straffeloosheid van oorlogsmisdaden tegen te gaan, en tegen Verhagens eigen uitspraak dat er geen vrede mogelijk is zonder gerechtigheid. Het rapport van de commissie Goldstone is volgens hem gedegen, accuraat, en uitgevoerd op basis van een evenwichtig mandaat en “onder leiding van één van ’s werelds meest gezaghebbende juristen wiens integriteit boven iedere twijfel is verheven.”

Op de gedegenheid en objectiviteit van de commissie Goldstone en haar rapport valt wel wat af te dingen. Eén van de commissieleden sprak al voor het onderzoek begon een oordeel uit over de ‘Israëlische agressie’ in Gaza. De commissie kreeg haar mandaat van de VN Mensenrechtenraad, die zelfs door Ban Ki-Moon is gehekeld voor haar sterke focus op Israël in vergelijking met andere landen en misstanden. Terwijl Israël ritueel op iedere zitting wordt veroordeeld, en er voor de bezette gebieden een speciale mensenrechtenrapporteur is, worden notoire mensenrechtenschenders als Soedan, Zimbabwe en Wit-Rusland doorgaans ontzien, en tot een veroordeling van een Arabisch of islamitisch land komt het sowieso nooit. Met Libië als voorzitter en leden als Iran en Saoedi-Arabië is natuurlijk ook geen recht te verwachten. De opdracht van de Mensenrechtenraad hield in om alleen Israëlische oorlogsmisdaden te onderzoeken, en Goldstone heeft zijn opdracht zelf verruimd om ook oorlogsmisdaden van Hamas mee te nemen.

Ondanks deze uitbreiding is het rapport zeer gekleurd (je meent het, net als NRC Handelsblad, kom ik later op terug. Gelukkig maar dat jij dat niet bent, FS). Het is voor een groot deel op Palestijnse bronnen gebaseerd, zoals het Palestinian Center for Human Rights (PCHR) en TWATHEQ, een organisatie die door Hamas is gecreëerd en direct onder haar toezicht staat. Uit vergelijkingen van de lijsten van omgekomen Palestijnen die het Goldstone rapport als burgers classificeert, met de dodenlijsten van strijders op de websites van Hamas en Islamitische Jihad, blijkt dat honderden namen op beide lijsten voorkomen. Op de weblog Elder of Ziyon is een lijst gepubliceerd van liefst 349 namen van Palestijnen die als ‘burgers’ op de lijst van slachtoffers staan van het PCHR, maar die ook voorkomen op diverse lijsten van Palestijnse gewapende groeperingen. Zo wordt de politiemacht, die op de eerste dag zwaar was getroffen, als civiel beschouwd, ondanks duidelijke bewijzen dat minstens driekwart van hen ook bij een van de gewapende groeperingen, meestal de Al Qassam Brigades, was aangesloten. Volgens de definitie die sommige organisaties geven van een strijder en een burger is een ieder een onschuldige burger die niet op het moment dat hij door Israël wordt getroffen oorlogshandelingen verricht. Dat maakt het welhaast onmogelijk voor Israël (en voor ieder ander land) om tegen een guerrillaleger of terroristen te vechten, omdat zij de vijand niet openlijk tegemoet treden en vaak geen uniformen dragen.

Lees verder op http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000400.html

Het aardige is dat Ratna een cruciaal detail niet vertelt. Uit alles wat ze opsomt laat ze een ding weg, wat doorslaggevend is (dit soort omissies behoren standaard tot Ratna’s repertoire, zoals we langzamerhand wel gezien hebben). Dat is dat Israël bij voorbaat niet aan het Goldstone rapport wilde meewerken. De commissie werd zelfs de toegang tot Israël ontzegd (de commissie kon Gaza binnenkomen via Egypte). Dat is vreemd: van tevoren proberen zoveel mogelijk een onderzoek te saboteren, in plaats van de gelegenheid gebruik te maken om de eigen kant van het verhaal te doen en achteraf de commissie van van alles en nog wat te beschuldigen. En daar zat nu juist de cruciale fout: Israël wilde geen onderzoek naar Gaza. Je kunt je afvragen waarom. Omdat het teveel te verbergen had? Daarna is er veel ingezet om de commissie zwart te maken en Ratna, hijgerig als ze is, biedt zich graag aan om de Israëlische informatiepolitiek welwillende lippendienst te bewijzen. Maar de kern was dat Israël van tevoren iedere medewerking weigerde, terwijl er alle reden toe was om tenminste een onderzoek in te stellen. Het enige wat Ratna daarover heeft te zeggen is: ‘Ondanks deze uitbreiding is het rapport zeer gekleurd. Het is voor een groot deel op Palestijnse bronnen gebaseerd’. Heel goed Ratna, maar zoiets noemen we gewoon sjoemelen, oftewel propaganda. Israëlische bronnen werden door namelijk door Israël zelf achtergehouden. Eerst medewerking weigeren en dan roepen dat je niet gehoord bent. Dat is precies wat Israël gedaan heeft en Ratna hoereert graag met het Israëlische spel mee. Overdrachtelijk, want nee, Ratna, ik ben nog steeds niet geïnteresseerd in je bedpartners, zoals je suggereerde in onze eerdere kleine woordenwisseling (op http://www.standejong.nl/2009/10/02/nrc-verloochent-principes-bij-berichtgeving-israel/, bericht 66 en 67, helemaal onderaan, maar kom er later nog uitgebreider op terug). Waarom zou ik? Hoe kwam je op het idee?
Maar wat heeft Ratna zelf over de Gaza oorlog te melden? Als je dit hebt gelezen begrijp je ook meteen waarom ze zo op dat rapport is gebrand. Op een van haar andere blogs gooit ze het over een andere boeg en probeert ze de door Goldstone bekritiseerde daden van Israël niet te ontkennen maar recht te praten. Want zie de eerder aangehaalde smaakvolle passage over de Palestijnse kinderslachtoffers:

‘De campagne heeft in totaal tot aan het unilaterale staakt-het-vuren op 17-18 januari 3 weken geduurd, waarbij naar verluid zo’n 1.300 Palestijnen zijn omgekomen en 13 Israëli’s. Over het aantal burgerslachtoffers en strijders verschillen beide partijen sterk van mening. Volgens sommige bronnen is eenderde van de Palestijnse doden kind, volgens andere is dat aantal veel lager. Het maakt ook uit of je 16- en 17-jarigen die soms al volwaardig meedoen in de strijd als kind definieert, en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is (curs. FS). http://www.israel-palestina.info/gaza_oorlog.html

Eerder heb ik er al op gewezen dat dit niet bepaald de manier is om deze misdaden recht te praten. Het blijven oorlogsmisdaden. En het Goldstone rapport heeft nu net deze zaken aan de kaak gesteld. Is het daarom dat ze zo op dat rapport is gebrand?
Het lijkt me duidelijk dat Ratna echt de meest betrouwbare persoon is om een verhaal over de Goldstone commissie te houden, zoals ze op haar andere blog doet, waar ze de schijn van degelijkheid probeert op te houden. Maar met deze al eerder besproken passage valt ze wel lelijk door de mand. Als tegenwicht haal ik hier Conny Mus aan, correspondent van het RTL nieuws. Op de website van RTL nieuws schreef hij een uitstekende column over deze kwestie. Bij deze de complete tekst (bron):

ISRAEL PLEEGT OORLOGSMISDADEN

De joodse rechter Richard Goldstone neemt geen blad voor zijn mond: Israёl heeft zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en heeft mensenrechten geschonden. Het VN rapport , dat onder Goldstone tot stand kwam, is het meest vernietigende wat Israёl ooit heeft moeten slikken sinds de oprichting van de joodse staat.

Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en het Internationale Rode Kruis kwamen eerder al tot dezelfde conclusie. En ook de 100 procent Israёlische club Breaking the Silence concludeerde dat Israёl oorlogsmisdaden heeft begaan. Met Nederlands overheidsgeld interviewden zij 26 Israёlische militairen die tijdens de Gaza oorlog dienden. En ook zij beaamden wat eerdere rapporten, en nu ook het vernietigende VN rapport weer duidelijk maakt.

Goldstone: Jood, zionist en VN rechter
Ondanks het feit dat het VN rapport onder leiding van een jood en zionist tot stand kwam weigerde Israёl alle medewerking. Sterker nog, er werd van alles aan gedaan om Goldstone en zijn medewerkers buiten Gaza te houden. Maar uiteindelijk kwamen ze via Egypte toch binnen om hun gedegen onderzoek uit te voeren.

Vernietigend
Nu het rapport op tafel ligt, is het dan ook als een bom ingeslagen. Israёl wist dat er een kritisch rapport zou komen - uiteindelijk weten zij als geen ander wat er zich afgespeeld tijdens hun militaire offensief in Gaza - maar dat het zo vernietigend zou zijn, daar hadden ze niet op gerekend. Nooit eerder werd Israёl keihard en duidelijk aangeklaagd voor oorlogsmisdaden.

Israёl’s antwoord op het rapport - net als op al die andere rapporten - is vrij simpel; Het rapport is eenzijdig, het klopt niet en het is allemaal politiek gekleurd door mensen die Israёl in een slecht daglicht willen zetten. Dat is min of meer het antwoord dat Israёl altijd kant en klaar heeft liggen als er kritiek is op het beleid en of militair optreden van het land.

Diplomatiek offensief
Nu wordt er een diplomatiek offensief, eentje zonder wapens natuurlijk, geopend door Israёl om de mogelijke gevolgen van het rapport te ondermijnen. Want die gevolgen kunnen grote problemen gaan opleveren. Als de Verenigde Naties het rapport gaat bespreken tijdens haar algemene vergadering, dan zou het kunnen gebeuren, dat ze het Internationaal Gerechtshof in Den Haag opdracht geven Israёl aan te klagen. Dat betekent dat Israёlische officieren, generaals, maar ook Israёl’s premier en andere ministers verantwoordelijk voor deze oorlog, zich moeten verantwoorden voor het Internationaal Gerechtshof in onze regeringsstad Den Haag. Zo niet, dan lopen zij het risico gearresteerd te worden zodra zij buiten Israёl op reis gaan.

Minister Verhagen

Minister Verhagen in Sderot
Israёl doet er dus alles aan om dit rapport zo snel mogelijk te laten verdwijnen. Wat Nederland betreft hebben ze geen problemen. Onze minister Verhagen staat bekend als een vriend van Israёl. Hier wordt hij de pro-Israёl minister uit Nederland genoemd. Minster Verhagen was het niet eens met de commissie Goldstone toen deze haar opdracht kreeg en antwoordt nu dat hij het jammer vindt, dat het rapport over de oorlog gericht is op Israёl en niet op Hamas. Jammer, oke dit is ook het Israёlische standpunt. Maar dan heeft minister Verhagen het rapport niet gelezen, want ook Hamas heeft volgens het rapport zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en moet zich ook verantwoorden. Ja, minister Verhagen, dat staat erin.

Hebben we iets verkeerd gedaan?
De Israёlische media is eensgezind, maar toch zie je verrassende artikelen. Natuurlijk vraagt iedereen zich af, hoe het kan dat een joodse rechter, nota bene een zionist, wiens dochter elf jaar uit joods idealistische overtuiging in Israёl woonde, met zo’n harde conclusie komt. Niemand vraagt zich af: was er iets mis met ons militaire optreden? Eerder in de geschiedenis heeft Israёl zelf onderzoek gedaan naar misstanden. Zowel in Libanon als in de Palestijnse gebieden. De conclusies van die onderzoeken waren ook vaak vernietigend. De Libanonoorlog in 2006, heeft Israёl zelf onderzocht en de Israёlische rechter die aan het hoofd van dat onderzoek stond, was net zo vernietigend in zijn eindconclusie als Goldstone met zijn VN onderzoek. Overigens traden Israёl’s minister van defensie en de opperbevelhebber van het leger af, naar aanleiding van Israёl’s eigen onderzoek naar de Libanonoorlog.

Het verschil is echter, dat dit een internationaal onderzoek is. De gevolgen daarvan kunnen verschrikkelijk zijn voor Israёl. Niet in Nederland hoor, daar kunnen de verdachten uit Israёl rustig met vakantie blijven gaan. Ze hebben uiteindelijk minister Verhagen als vriend en reisleider. Maar verder in de wereld zullen ze zeker in de problemen komen.

Nieuw jaar – Shana tova
De rechtse Israelische krant, hier ook wel de spreekbuis van de joodse kolonisten genoemd, verraste mij volledig met een artikel van Larry Derfner. Hij maakt gehakt van Israёl´s reactie op het rapport . Dit schreef hij over Israёl’s opdracht aan alle ministers en ambassades in de wereld om een diplomatiek informatie offensief te openen:

“ Het heeft geen zin. We kunnen de informatie oorlog niet winnen, en de reden is dat wij geblinddoekt zijn. We hebben die blinddoek zelf opgedaan. We deden dat, omdat we niet willen zien wat we in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever doen.

Maar verder ziet iedereen het.

Onze vriend, de Obama regering, probeert het ons te vertellen en we willen niet luisteren. Nu heeft onze vriend rechter Goldstone het ons verteld, alleen wat minder voorzichtig. Zal dit helpen? Zal deze waarschuwing ons wakker schudden. Zal dit het keerpunt zijn. Ik weet het niet. Maar ik weet wel, dat deze man voor ons een mitzva (goede daad) heeft gedaan, en een dappere. Uit de naam van in ieder geval enkele Israeliёrs, wil ik zeggen, Dank rechter, Shana Tova (gelukkig joods nieuw jaar) ook voor U.”

Joden vieren nu het begin van het nieuwe jaar 5770. De traditie volgens het joodse geloof is, dat je God dan vraagt je zonden te vergeven en zo met een schoon geweten het nieuwe jaar in te gaan. Maar ook volgens de joodse traditie neemt God nooit overhaaste beslissingen. En ook hij zal wel enige tijd nodig hebben om al die rapporten over de Gaza oorlog te bestuderen.

Conny Mus
Correspondent RTL Nieuws Jeruzalem

Ik denk dat ik hier niets aan heb toe te voegen. 100% mee eens! Rest mij nog om Ratna’s meest bizarre opmerking over het Goldstone Rapport aan te halen. Zeer onlangs schreef ze het volgende:

‘Ter vergelijking: er is de laatste tijd veel kritiek op het klimaatrapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN. Ook zij zou haar bronnen niet goed checken, en bijvoorbeeld de onjuiste claim hebben overgenomen dat de gletsjers van de Himalaya binnen 25 jaar gesmolten zullen zijn. Deze kritiek haalt de media en de TV wel, en de IPCC zelf zit hierdoor duidelijk met een probleem. Waarom dringt de kritiek op het Goldstone rapport niet en deze kritiek wel door? Waarom hoeft de commissie Goldstone zich niet te rechtvaardigen en wordt hen niet verweten vooringenomen te zijn geweest, waardoor men niet meer objectief de feiten kon onderzoeken en aan een tunnelvisie leed? Ligt dat aan het feit dat Israël een merendeels rechtse regering heeft of is er iets anders aan de hand?’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000431.html).

Antwoord: Israël wilde niet eens meewerken en maakte de commissie al bij voorbaat verdacht. Verder commentaar is denk ik niet nodig.

Verder wil ik wijzen op Breaking the Silence, een initiatief van gewetensbezwaarde Israëlische (oud) militairen die op een moedige en niets ontziende manier getuigenis doen over operatie ‘Cast Lead’ in Gaza, in de ogen van Ratna ‘een geslaagde campagne’. Deze veteranen denken daar toch een beetje anders over dan de ‘Groen Linkse’ activiste Ratna Pelle. Het aardige is dat Ratna ook aan Breaking Silence weliswaar een lang blogartikel heeft gewijd (ze had het ook kunnen doodzwijgen, dus dat valt me nog mee van haar), maar dat ze er niet goed raad mee weet. Ze orakelt wat over misdragingen van jonge militairen (er waren dus toch misdragingen? Zou Goldstone dan toch ergens niet een klein beetje gelijk hebben?). Ook doet ze het IDF een paar ‘aanbevelingen’ en kakelt ze over ‘hormonen van jonge militairen’ en lijkt het haar beter dat er ‘oudere en meer ervaren miliairen’ worden ingezet. Ze kabbelt verder met: ‘Enerzijds moet men om tegen een vijand te strijden, diens menselijkheid soms vergeten, anders kan men een terrorist, die ook ouders heeft en wellicht kinderen, niet doden, en anderzijds moet men zich zijn menselijkheid steeds bewust zijn, om onnodig geweld en excessen te voorkomen’ en meer van dat soort retorisch behang, als: ‘Een oplossing van het conflict zonder vuile handen is niet mogelijk. Iedere oplossing is onrechtvaardig, ieder compromis brengt risico’s met zich mee. Voor de zoveelste keer laten zien wat fout gaat is makkelijker dan je in het wespennest te begeven van mogelijke oplossingen, verbeteringen, en alle implicaties van dien’. Bovendien verwijt ze Breaking the Silence ’niet bij te dragen tot een oplossing’. Interessant. Wat dacht je van stoppen met de bezetting en vooral de Palestijnen een vooruitzicht te bieden op een levensvatbare staat? (Gaza is natuurlijk officieel niet meer ‘bezet’, maar wel omsingeld en geïsoleerd). Maar zoiets past simpelweg niet in Ratna’s denkkader. Ze concludeert met: ‘Breaking the Silence’ doorbrak geen taboe, maar vertelde een vertrouwd verhaal. Men verbreekt niet de stilte, maar voegt een stem toe aan het koor van criticasters van Israël’. Valt me nog mee. Meestal is ze wat ‘pittiger’, om het voorzichtig uit te drukken.

Om dit stukje over het Goldstone Rapport af te sluiten, plaats ik hier met volledige instemming een oproep van de Britse/Joodse historicus Tony Judt, die Joden wereldwijd vraagt het Goldstone rapport te steunen, als een principiële stem tegen het schrille geluid van de Israëlische overheid en haar fanatiekste supporters, waar Ratna zonder meer toe gerekend kan worden:

By Tony Judt, The Huffington Post – 29 Oct 2009
www.huffingtonpost.com/tony-judt/justice-goldstone-and-the_b_339077.html

We Jews should be very proud of Richard Goldstone. In an ancient tradition of Jewish self-questioning and uncomfortable truth-telling, the author of the recent report from the UN Fact Finding Mission on the Gaza Conflict has braved personal vilification and institutional mendacity to describe the crimes committed by Israeli forces in the course of their invasion of Gaza in December 2008.

To be sure, the Goldstone Report also itemizes the crimes of Hamas, notably in its campaign of rocket-firing into Israel. But the scale of human rights abuses by Israel vastly outdoes anything Hamas could hope to have achieved: Israeli civilian victims of Hamas rocket attacks numbered less than ten. The attack on Gaza by the IDF resulted in at least 1,100 Palestinian civilian deaths. The major perpetrator of human rights abuses in this conflict is without question the State of Israel, and Justice Goldstone records as much.

That the Israel of Benjamin Netanyahu has chosen to conduct an international campaign against Justice Goldstone and his report need not surprise us. Israel refused to cooperate with the UN investigation; long before its conclusions were published, Netanyahu had set in motion a campaign to deny and denigrate them. More dispiriting, and of greater political consequence, is the pitiful and humiliating response of the Obama Administration. The “fierce urgency of now” apparently required that Washington join Tel Aviv in discrediting the Goldstone Report, and with it the UN inquiry.

This response is of course in keeping with America’s long-standing determination to protect Israel against the consequences of its actions at home and abroad; but the universal international condemnation of the destruction of Gaza renders the Obama Administration’s response peculiarly self-defeating — everyone knows what happened in Gaza, so Washington’s collusion in covering it up merely draws further attention to the discrediting of U.S. foreign policy and moral standing brought about by our unhealthy relationship with Israel.

There is a special irony to the public slandering of Justice Goldstone now under way. In the first place he is not only Jewish but has close family links to Israel and the Zionist ideal. Secondly, Richard Goldstone has an impeccable resumé as a critic of racism, prejudice and repression — most notably as an active opponent for many years of the apartheid regime in his native South Africa. During the ’90s he served as Chief Prosecutor at the United Nations International Criminal Tribunals dealing with human rights abuses, crimes and genocide in the former Yugoslavia and for Rwanda. It would be hard to fictionalize a more convincing biography for an engaged and ethically uncompromising jurist in the great tradition of Jewish political activism. Goldstone’s standing in the world will only rise as a consequence of Israel’s short-sighted attempts to discredit the man, the report and the facts. That our own government has chosen to join in this unworthy exercise should be a source of deep embarrassment and shame.

Please join me and Jews from all over the world in signing the Jewish Appeal Letter in Support of the Goldstone Report written by Jews Say No an organization in NY.  Go to: http://www.petitiononline.com/UNreport/petition.html

Nogmaals, al was dit allang duidelijk: ‘That the Israel of Benjamin Netanyahu has chosen to conduct an international campaign against Justice Goldstone and his report need not surprise us. Israel refused to cooperate with the UN investigation; long before its conclusions were published, Netanyahu had set in motion a campaign to deny and denigrate them’.

Ratna Pelle is met haar vele blogs over het Goldstone rapport niets anders dan een (wellicht vrijwillige) uitvoerdster van Netanyahu’s campagne, tenminste, daar heeft het alle schijn van. Hoezo ‘linkse Zioniste’?

‘Waar’

Uit een bericht op de site van het CIDI zou blijken dat Ratna ‘onderzoek’ zou hebben gedaan naar de handel en wandel van NRC Handelsblad. Zij zou hebben aangetoond dat NRC Handelsblad een eenzijdige positie zou hebben ingenomen gedurende de laatste Gaza Oorlog. Hier overigens de link naar dit ‘onderzoeksverslag’ zelf. Dat onderzoek is alweer een klucht op zich, waar je een heel nieuw artikel over zou kunnen schrijven. Dat zal ik hier achterwege laten. Ik geef hier een stukje van Ratna zelf weer over haar ‘onderzoek’:

‘Het idee was simpel: nadat mijn tigste ingezonden brief aan de NRC (! dat zal wel een bombardement geweest zijn, FS) was afgewezen en nadat ik de zoveelste fout ten nadele van Israël zag staan, besloot ik dat een systematisch onderzoek op zijn plaats zou zijn. Ik wilde weleens weten of mijn indruk klopte, dat mensen met een pro-Israël visie en pro-Israëlische bronnen geen ruimte krijgen in deze krant, terwijl er wel om de haverklap een domme brief van Gretta of EAJG (Een Ander Joods Geluid, FS) of iemand anders in stond met een uitgekauwde gemeenplaats of zelfs regelrechte leugen over Israël. Immers, de keren dat je je aan een brief ergert onthoud je wellicht beter dan de brieven die je wel goed vind, en de keren dat er een onjuistheid ten nadele van Israël in de krant staat blijven je beter bij dan de keren dat men wat kort door de bocht was over de Palestijnen. Ik meen dat psychologen hebben onderzocht dat mensen negatieve ervaringen beter onthouden dan positieve ervaringen of dingen die ze normaal vinden (dus een ingezonden brief van Gretta Duisenberg onthouden we omdat we dan een stoot adrenaline te verwerken krijgen, maar een ingezonden brief van Ronnie Nafthaniël weer niet, want dat vinden we normaal. Dat is psychologisch best wel interessant : ) Overigens ben ik wel benieuwd hoe jij de krant leest, FS ).

Nou is het in de wetenschap (! FS) niet de bedoeling dat mensen voor ze aan een onderzoek beginnen al een duidelijke visie op de zaak hebben, of een bepaalde uitkomst prefereren of daar belang bij hebben, want dat zou de resultaten kunnen beïnvloeden (je meent het??? FS). Maar ik hoopte ergens juist dat mijn idee erover onjuist zou blijken te zijn (dat jok je, FS). Ik had graag gezien dat nader onderzoek uitwees, dat ook mensen die het voor Israël opnemen ruimte kregen, en dat in artikelen aan beide kanten evenveel aandacht werd besteed, en alle bronnen met gepast wantrouwen werden bejegend. Ik had ook gehoopt dat het vertrek van correspondent Oscar Garschagen een reële verbetering zou inhouden. Hem vond ik altijd bijzonder eenzijdig en suggestief. Hij schetste consequent een beeld van Hamas als redelijk en Israëlische politici als haviken. Het lag alleen aan Israël dat er nog geen vrede was, en Palestijns geweld werd altijd van context voorzien zodat het begrijpelijk werd, een reactie was, waar het slinkse Israël vervolgens handig gebruik van maakte. Het werd niet of nauwelijks beter toen hij wegging. Salomon Bouman, die het tijdelijk min of meer van hem overnam, was niet beter, al had ik van tevoren wel die hoop. Ook Bouman bagatelliseerde het geweld en de extremistische ideologie van Hamas, ook hij maakte steeds suggestieve opmerkingen, en legde Palestijns geweld en compromisloosheid altijd uit als logische of begrijpelijke reactie op wat Israël deed. Guus Valk die daarna kwam paste naadloos in deze traditie. Het ligt dus niet aan de verslaggever, maar aan de krant’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000394.html ).

Haar bevindingen vatte ze als volgt samen:

‘De in totaal 83 artikelen in NRC zijn aan een aantal criteria getoetst. Dit waren: hoor en wederhoor, het geven van context, suggestief woord- en taalgebruik, de gebruikte illustraties en koppen, de gebruikte bronnen, wie er werden geciteerd en geïnterviewd, feitelijke onjuistheden en het algehele perspectief dat uit een artikel spreekt. De totaalscore werd uitgedrukt in licht gekleurd, gekleurd en sterk gekleurd ten nadele van Israël dan wel de Palestijnen of neutraal. De uitkomsten hiervan zijn vergeleken met de eigen journalistieke principes van NRC Handelsblad, waarin diversiteit van meningen en ideeën en de scheiding van feiten en de visie van de krant centrale elementen vormen. Daarnaast onderschrijft NRC uiteraard algemene journalistieke principes als hoor en wederhoor en gebruik van alle relevante beschikbare bronnen.

Meer dan de helft van de artikelen in de onderzochte periode, namelijk 45, bleken (sterk) gekleurd ten nadele van Israël en/of ten voordele van de Palestijnen. Nog eens 18 artikelen zijn enigszins gekleurd ten nadele van Israël of ten voordele van de Palestijnen, en 16 artikelen zijn neutraal te noemen. Terwijl in verschillende artikelen, vooral de achtergrondartikelen en reportages, duidelijk een Palestijns perspectief naar voren komt, en hun problemen, wanhoop en frustraties centraal staan, geeft geen enkel artikel vooral de Israëlische visie weer.
Op alle criteria bleek de berichtgeving in NRC gekleurd te zijn ten nadele van Israël, het meest op context (51 artikelen), suggestieve en ongefundeerde beweringen (47 artikelen) en perspectief (ook 47 artikelen); 28 artikelen bevatten in totaal 56 feitelijke onjuistheden, allemaal ten nadele van Israël’
(http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000394.html ).

Wat ik bij dit soort ‘beeldvorming/media onderzoeken’ overigens altijd interessant vind hoe je vaststelt of iets ‘gekleurd’ kan zijn qua ‘context’ en qua ‘perspectief’. Dat laatste snap ik nog wel, maar dan ga je ervan uit dat de verslaggever vanuit een gekleurd perspectief de waargenomen gebeurtenissen registreert. Maar is dan het ene artikel meer gekleurd qua perspectief dan een ander van dezelfde auteur? Lijkt me een beetje vreemd. En dan vooral dat je daar vervolgens een precieze kwantitatieve bewering over kunt doen, maar dat terzijde. Wat mij betreft regelrechte kul, maar misschien ben ik een beetje conservatief in dat opzicht. Maar los van hoe ik tegen (sommige) van dit soort onderzoeken aankijk, is dit eigenlijk wel een onderzoek? Wat mij betreft is het al op een geestige manier afgedaan door een zekere Ozymandias, in het forum van de weblog ‘loorschrijft’ van een zekere Loor, een geestverwante van Ratna (Ratna’s bijdragen worden daar regelmatig instemmend aangehaald). In een bericht in het forum schreef deze Ozymandias:

Persbericht voor o.n.m.i.d.d.e.l.i.j.k.e. publicatie:

Vervolgstudie stichting J.O.P.I.E. bewijst antisemitische karakter van NRC!

Lutjebroek – Naar aanleidingen van de bevindingen van stichting W.A.A.R. heeft Prof Dr. De Vries van de volledig objectieve stichting J.O.P.I.E. een vervolgstudie gedaan. Stichting J.O.P.I.E. heeft 5 krantenberichten van het NRC Handelsblad vergeleken met de informatie op wikipedia.nl en het ook volledig objectieve cidi.nl.
In de berichtgeving van het NRC waren maar liefst 5 meldingen gemaakt van mishandeling van Palestijnse burgers door Israëlische soldaten, 2 meldingen van vernieling van Palestijnse roerende zaken door Israëlische soldaten, en 3 gevallen van intimidatie van Palestijnen door Israëlische kolonisten. ln al die gevallen was daarvan niets terug te lezen op wikipedia.nl of cidi.nl.
De Vries concludeert daaruit dat het NRC een anti-Israëlische krant is.
Stichting J.O.P.I.E. heeft deze bevindingen gewogen aan de hand van objectieve en wetenschappelijke criteria voor het herkennen van antisemitisme.
De stichting J.O.P.I.E. objectieve en wetenschappelijke kenmerken van antisemitisme:
- De krant vermeldt mishandeling van Palestijnse burgers door Israël
- De krant vermeldt vernieling van Palestijnse roerende zaken door Israël
- De krant vermeldt intimidatie van Palestijnen door Israël
Aan de hand van deze criteria heeft stichting J.O.P.I.E. met grote zekerheid weten vast te stellen dat het NRC een antisemitische krant is.
Op de vraag hoe het mogelijk is dat stichting W.A.A.R. niet eerder het antisemitische karakter van het NRC niet heeft weten bloot te leggen, reageert de Vries twijfelend. ‘Het is mogelijk dat de blik van stichting W.A.A.R. vertroebeld is omdat die zelf ook zelf lichtelijk geïnfecteerd is met antisemitische sentimenten. Maar dat durf ik niet met grote zekerheid te zeggen. Voor je het weet heb je namelijk een proces aan je broek vanwege beweringen die je niet hard kunt maken.’
Het onderzoeksverslag is na te lezen op het gloednieuwe home.hetnet.nl/~stichtingjopie

http://loorschrijft.web-log.nl/verwondering_is_het_begin/2009/10/nrc-komt-eigen.html#comment-25741259

Hiermee zou je dat ‘onderzoek’ van Ratna wel kunnen afdoen (ook op www.pimfortuyn.nl wordt dit werkje aangeprezen, http://www.pim-fortuyn.nl/pfforum/topic.asp?TOPIC_ID=64540, waarschijnlijk met het motief ‘zie je wel, ze blijven demoniseren en dat doen ze ook nog samen met de moslims’. Moet je vooral een fake onderzoek aanhalen om Professor Pim te eren, goed zo jongens). Zoveel interessants bevat dat onderzoek namelijk niet. De bovenstaande parodie van Ozymandias volstaat wel. De enige echt belangrijke vraag die je kunt stellen is waarom de onderzoekers en hun opdrachtgevers zelf zo mysterieus zijn over hun uitgangspunten en uitblinken in hun totale gebrek aan transparantie. Als je het gelijk aan je kant hebt, leg dan alle kaarten op tafel. Maar dat schijnt dan weer niet mogelijk te zijn. Niet erg geloofwaardig als je NRC Handelsblad dit soort verwijten maakt. Alleen dat al maakt dit hele rapport onwetenschappelijk en wekt de schijn dat het om een niet al te elegante vorm van propaganda gaat. Dat NRC Handelsblad, tot Ratna’s woede en teleurstelling, geen zin had om op dit ‘onderzoek’ in te gaan, begrijp ik wel. Lijkt mij het meest verstandige wat je in zo’n geval kunt doen.
Over de Stichting W.A.A.R. (‘Waarheidsvinding, Accuratesse en Authenticiteit in Reportages’) is op internet nauwelijks iets te vinden, of het is op de vele blogs van Ratna zelf. Toch meen ik te weten dat deze club bestaat of in ieder geval bestaan heeft.
Alweer meer dan zes jaar geleden  zond het Vara programma Zembla een aflevering uit getiteld ‘Zwijgen over Israël’ (23 oktober 2003). Hierin werd onderzocht hoe het kwam dat Nederland zo lang zo eenzijdig Israël steunde (o.m. interviews met de oud-ministers Vredeling, Stemerdink, van den Broek en van Mierlo) en hoe de pro-Israëlische lobby in Nederland werkt. Uitgebreid aan het woord kwamen de toenmalige ambassadeur van Israël in Nederland Eitan Margalith, Rabbijn Evers, Ronnie Naftaniel van het CIDI, (oud) Midden Oosten correspondenten Maarten Jan Hijmans en Conny Mus, classicus Anton van Hooff van de Universiteit van Nijmegen (die zich in zijn column in de Gelderlander weleens kritisch heeft uitgelaten over Israël, kom ik later nog op terug) en een groepje jongeren van de Stichting W.A.A.R. Kees Schaap, redacteur van Zembla, herinnerde zich dit clubje als volgt: ‘De “Stichting Waar” (indertijd “Waarnet”) heb ik van dichtbij leren kennen toen ik de Zembla uitzending “Zwijgen over Israel” maakte. Het is helemaal geen objectieve “factchecker” maar een lobby-club die van te voren strategieën bedenkt om critici van Israel monddood te maken. Tijdens deze opnames maakte ik kennis met een joodse bekeerling die in de redactie van “Stichting Waar” zat. Deze man liet zich zonder schroom uit over hoe hij dacht over Palestijnen. “Palezwijnen” noemde hij ze, zelfs nog op ons Zembla-forum’
(http://zembla.vara.nl/fileadmin/uploads/VARA/be_users/documents/tv/pip/zembla/2009/Reactie_zembla_op_kritiek_gaza.doc ). Uit de uitzending bleek ook dat de Israëlische ambassade deze club, net als het CIDI, uitgebreid steunde, zoals ambassadeur Eitan Margalith het openhartig vertelde.
Over de Stichting W.A.A.R. heb ik een keer een kleine wat onvriendelijke woordenwisseling met Ratna gehad. Ik geef onze wat bitse woordenwisseling hier integraal weer (op http://www.standejong.nl/2009/10/02/nrc-verloochent-principes-bij-berichtgeving-israel/comment-page-2/):

Gepost door:
Floris Schreve
op:
19 november , 2009 om 6:36 pm

‘Zie voor wat die Stichting W.A.A.R. is deze uitzending van Zembla http://redir.vara.nl/tv/zembla/welcome2.html?20031023/zembla
Zoals blijkt is WAAR niets meer dan een PR bureautje dat lippendienst probeert te bewijzen aan de Israëlische zaak, daarbij gesteund door de ambassade.
Verder is dat ‘onderzoek’ van deze Ratna flinterdun. En inderdaad, waarom zo geheimzinnig doen over je eigen achtergrond? ‘Ik ben Ratna Pelle, academica en publiciste’. O ja, waarin dan? Overigens vraag ik me zelfs af of deze Ratna een echt rapport heeft geschreven voor de Stichting W.A.A.R. Over W.A.A.R. is verder niets meer terug te vinden, behalve in die uitzending van Zembla en verder op de talloze blogs van Ratna zelf.
En google voor de grap “Ratna Pelle” maar eens een keer (paar duizend hits). Maar ik ben benieuwd of iemand daar wijzer van wordt. Dat er iets niet helemaal deugt lijkt me duidelijk. Ondanks de verpletterende kwantiteit van haar bijdragen is er niets te vinden over wie deze mevrouw is. Er zijn een paar aanwijzingen, maar die worden al snel heel erg vreemd.
Maar goed, zelf zal ik nog wat aandacht aan dit ultra zionistische en Palestijnen hatende fantoom besteden.

Floris Schreve

Gepost door:
Ratna Pelle
op:
20 november , 2009 om 12:37 am

Wat een ondermaats ad hominem commentaartje van ene Floris Schreve. Ik doe nergens geheimzinnig over, en schrijf altijd met naam en toenaam of minstens mijn initialen. Vandaar dat je zoveel hits krijgt als je mijn naam opgoogelt. Of bedoel je dat je wilt weten welke maat schoenen ik heb, wie mijn kleuterjuffrouw was, hoeveel exen ik heb en wie ik in een vorig leven was?
Het hele rapport staat op de website Israel-Palestina Info ( http://www.israel-palestina.info/krantenonderzoek_nrc.html ) en is bepaald niet flinterdun te noemen. De beide delen en de artikelenlijst zijn bij elkaar ruim over de 100 pagina’s, waarin meer dan 200 artikelen tegen het licht worden gehouden en aan 10 verschillende criteria getoetst. Kun je nog eens precies uitleggen wat je met ‘flinterdun’ bedoelt? Of bedoel je dat de uitkomsten je niet aanstaan en je daarom maar wat tegen mij en Stichting WAAR (ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) gaat lopen trappen?
En waar komt eigenlijk je haat tegen mij vandaan? Je hebt natuurlijk alle recht met mij van mening te verschillen, maar waar slaat ‘dit ultra zionistische en Palestijnen hatende fantoom’ op? Zou je je misschien niet eens laten nakijken?
Even voor de duidelijkheid: de huidige stichting WAAR is iets anders dan het oude WAARnet, waarvan enkele mensen in die Zembla uitzending aan het woord kwamen, waarbij de boel naar goed Zembla gebruik waarschijnlijk flink werd verdraaid (zie over Zembla ook: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000359.html ) Niemand van de huidige leden was daar bij. En nee, stichting WAAR wordt niet gesteund door de Israelische ambassade en ook niet door andere vage duistere en o zo machtige geheime zionistische netwerken’.

Tot zover de enige ‘conversatie’ die ik tot nu toe met Ratna gevoerd heb. Ik was zelf ook niet erg vriendelijk, om eerlijk te zijn, dus het zij haar in dit geval enigszins vergeven. Ik verwacht ook niet dat dit zal veranderen na dit artikel. Dat ze wat mij betreft nog steeds een soort fantoom is, lijkt me duidelijk. Overigens was het niet eens een echt ad hominem, want ik zou niet weten hoe ik tegen het fantoom Ratna zou moeten ‘ad hominemen’. Dat is ook mijn punt. Buiten de duizenden bijdragen op internet ter meerdere glorie van de Staat Israël en haar ethische politiek naar de Palestijnen, is ieder spoor van Ratna Pelle onzichtbaar. Dus ‘ad hominem’, wellicht, maar het blijft een oppositie tegen opvattingen, niet tegen de mens daarachter, waar ik oprecht niets zinnigs zou weten te zeggen, zelfs niet als ik het zou willen. En of ze grote, kleine, of platvoeten heeft, of met wie ze het allemaal wel of niet gedaan heeft vind ik niet zo interessant. Waarom zou ik? Wat ik vreemd vind dat er achter deze bak propaganda slechts iemand zit die zich ‘academica, actief in de linkse beweging voor vrede en het millieu’ noemt en zegt op te komen voor ‘zowel het Joodse als het Palestijnse recht op zelfbeschikking’, maar in de praktijk alleen maar het meest extreem rechtse standpunt inneemt vanuit Israëlisch perspectief. Ze is dus niet helemaal recht door zee, vandaar mijn vraagtekens. Lijkt me wederom een open deur. De uitzending van Zembla, Geen geld voor Gaza, waar Ratna het over heeft en waar ze een link naar haar commentaar plaatste, kan ik overigens ook van harte aanbevelen, hier te bekijken. Wederom ontluisterend. Bekijk hem zeker en weeg het af tegen Ratna’s commentaar. Is zeker interessant. En voor alle duidelijkheid, de Stichting W.A.A.R. die in Zembla figureerde werd gesteund door de ambassade. De Israëlische ambassadeur zegt het zelfs expliciet (’We are in permanent interaction’, in zijn woorden). Hoe duidelijk moet je het dan hebben? Lijkt me dus moeilijk te ontkennen.
Hoewel Ratna dus zelf ontkent dat het dezelfde club was die in in 2003 in een uitzending van Zembla aan het woord kwam (bij deze ter kennisgeving aangenomen, al is het natuurlijk puur toeval dat haar clubje dezelfde naam heeft ;), lijkt het erop dat er weinig verschillen zijn tussen de Stichting W.A.A.R. die aan het woord komt in Zembla en de club waarmee Ratna een onderzoek zou hebben verricht. Uit berichten, gepubliceerd op de site van Zembla, blijkt dat deze stichting zou zijn gevestigd in Eemnes (!) en gerund wordt door een zekere mevrouw MS Slager-Sijs (zie hier en zeker ook hier). Zij zou nauw samenwerken met de organisatie Israel Facts, die gerund wordt door Yochanan Visser (Jan Visser), een tot het Jodendom bekeerde Nederlandse aannemer die zich op de Westbank heeft gevestigd (voornamelijk actief in de illegale nederzettingenbouw en hij woont in de eveneens illegale nederzetting Efrat), die vanaf daar de Nederlandse media monitort op ‘onzorgvuldige’ (lees ‘kritische’) geluiden naar Israël (zie ook dit bericht op de site van Stan van Houcke). Is iets waar je even over moet nadenken: je woont in een illegale nederzetting en draagt substantieel bij aan illegale activiteiten en gaat vervolgens de Nederlandse pers inspecteren op eventuele kritische opmerkingen. Dan heb je dus, neem me niet kwalijk, of een plaat voor je hoofd, of je bent een superproleet, of beide, om het maar een keer diplomatiek te zeggen. Dat lijkt mij dus geen nette meneer, al zal hij dit ongetwijfeld uit oprechte overtuiging doen. Dit bedoel ik dus met dolgedraaide fanatici.
Wie op dit gebied ook hun steentje bijdragen zijn Ron en Rosa van der Wieken, de vroegere boze buren van Gretta Duisenberg in Amsterdam Zuid. Ook zij houden een site bij die de Nederlandse media monitort op anti-Israëlische tendenzen, die zij, waar nodig, kloek aan de schandpaal nagelen. Hun stekje ‘Ironcomb’ (wel een heftige naam trouwens, maar ja, Amsterdam Zuid is ook heftig) is hier te vinden. Daar valt een heleboel interessants te lezen, zoals: ‘Israel zou -binnen de grenzen van de realiteit- niets liever willen dan een bevriende vreedzame Palestijnse buurstaat waarmee zaken gedaan kunnen worden. De Palestijnse macho-heroische mentaliteit, de clanstructuur, de vermeende voordelen van het slachtofferschap en de irreële onderhandelingseisen maken het tot stand komen van een eigen staat schier onmogelijk’ (http://www.ironcomb.nl/?pageAlias=Artikelen&curId=16). Dus de Palestijnse ‘volksaard’ leent zich niet voor een onafhankelijke staat? Een stukje culturele antropologie van de koude grond met een vies koloniaal smetje, lijkt mij tenminste. Zo werd er vroeger ook over ‘de Javaan’  in ‘ons Indië’ gesproken. Wel een beetje stigmatiserend, nietwaar? Dat zouden meneer en zeker mevrouw van der Wieken, die met een vergrootglas een profielensite als hyves onderzoekt op antisemitische uitlatingen van scholieren (zie hier, overigens in samenwerking met de club van de eerder genoemde Yochanan Visser), zich wel enigszins mogen aantrekken. Edward Said, op dit blog vaak ter sprake gekomen, had in bepaalde opzichten toch wel ergens gelijk, om het maar voorzichtig uit te drukken. En bovendien, sinds wanneer zou Israël ‘niets liever willen dan een bevriende vreedzame Palestijnse buurstaat waarmee zaken gedaan kunnen worden’? Als Israël een ding heeft gedaan in de afgelopen decennia, is het wel het met man en macht voorkomen van zo’n levensvatbare Palestijnse staat. Kortom, een beetje schaamteloos om dat zo monter te beweren. Met dit soort verhaaltjes staat die site vol. Een optreden van Ron van der Wieken in Buitenhof is hier te bewonderen, samen met Jessica Durlacher en Milo Anstadt, in de uitzending van 9 juni 2002 (met een bijzonder verstandige en wat mij betreft bewonderenswaardige bijdrage van Milo Anstadt, al geldt dat helaas niet voor die andere twee).
De uitzending van Zembla van 23 oktober 2003, oa over de Stichting W.A.A.R., is overigens nog steeds erg de moeite waard, hier terug te zien. Ook het fenomeen ’spontane ingezonden brieven’, zo’n beetje de core business van Ratna en Wouter, komt hierin uitgebreid aan de orde. Onder hen aantal critici van Israël dat ons overijverige duo herhaaldelijk in de pen doet vliegen om weer de zoveelste ’spontane reactie’ te produceren, zoals de Nijmeegse classicus Anton van Hooff, zie overigens hier zijn correspondentie met Wouter op de site van Wouter. Vooral lachwekkend. Van Hooff legt heel precies uit wat er hier aan de hand is (waarom stuurt iemand uit Sittard een brief nav een stuk uit de Gelderlander?), waarop Wouter niets meer kan uitbrengen dan wat brallerige stoplappen. En dan toch op zijn site geplaatst. Je kunt Wouter veel verwijten, maar niet dat hij last van enige gêne heeft. En verder legt ook dit akkevietje weer genadeloos het blinde fanatisme bloot van het bizarre tweetal Ratna & Wouter (Wil).

‘antisemitisme’

En dan Ratna’s antisemitisme beschuldigingen. Mij is het nu een keer overkomen, maar anderen nog wel iets vaker.  Zie ook hoe zij Dries van Agt ’subtiel’ in die hoek probeert weg te zetten. In haar recensie van zijn boek Een schreeuw om recht,  in Trouw, stelt ze: ‘Van Agt is niet voor vrede op basis van twee staten voor twee volken. Tekenend is zijn afwijzing van onderhandelingen tussen beide partijen om tot vrede te komen, en het feit dat hij in het comité van aanbeveling zit van Stop de Bezetting. Dat pleit voor ‘Palestina en Israel voor de Palestijnen’, en bagatelliseert de Holocaust’ (citaat triomfantelijk aangehaald op de site van het Cidi, http://www.cidi.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=522&Itemid=55, de recensie in zijn geheel te lezen op een van de vele sites van Ratna, http://www.israel-palestina.info/modules.php?name=News&file=article&sid=1059 ). Echt achterbaks is deze bespreking van het werk van van Agt (op http://www.israel-palestina.info/driesvanagt_israel_palestijnen.html), overigens niet ondertekend, dus het is niet duidelijk of het van Ratna of Wouter is:

‘Dries van Agt studeerde aan het Gymnasium Augustinianum, een rooms-katholieke middelbare school in Eindhoven, die bekend stond om haar conservatieve opvattingen. Zo hield zij lange tijd vast aan het antisemitische gebed over de Judaei Perfides, de ‘valse joden’, dat formeel werd afgeschaft door het Tweede Vaticaanse Concilie van 1962-65. Sommigen brengen deze achtergrond in verband met Van Agts huidige felle anti-Israël retoriek, evenals een aantal incidenten tijdens zijn ministerschap en premierschap, waaronder zijn beruchte ‘ariër opmerking’ rond de discussie over de vrijlating van de Drie van Breda (tot levenslang veroordeelde oorlogsmisdadigers), en zijn weifelende optreden wat betreft de oorlogsmisdadiger Pieter Menten’. 

Bijna hilarisch is deze passage van Ratna (gaat weer over iemand anders, die ze van antisemitisme heeft beschuldigd, voor die persoon vind ik het overigens niet hilarisch): ‘Ik drukte mij in eerste instantie nog voorzichtig uit, omdat ik weet dat je met het a-woord voorzichtig moet zijn, en legde uit hoe dicht bij elkaar antizionisme en antisemitisme vaak liggen, en dat als iemand de hele week van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat achter de computer zit om Israël, de enige Joodse staat, zwart te maken, dat toch wel te denken geeft’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000295.html). Gelukkig zit Ratna Pelle niet van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat achter de computer. Het idee al. Dit laatste voorbeeld lijkt mij een aardig staaltje projectie. En dat je ‘voorzichtig met het a-woord moet zijn’, dat meent ze niet. Lijkt mij wat haar betreft een gevalletje van ‘een beetje jokken’.
Maar wat ze over de journalist Stan van Houcke schrijft slaat alles (vooral bekend van de VPRO). Ratna heeft een hele serie aan hem gewijd, waarin zij hem voor antisemiet uitmaakt. Nu is Stan van Houcke verre van kinderachtig naar Israël, maar is dat antisemitisch? In zijn boek De Oneindige oorlog (Uitgeverij Atlas, Amsterdam, 2009) heeft hij verschillende Israëli’s geïnterviewd over het voortdurende conflict met de Palestijnen, waaronder de prominente schrijver Amos Oz, overigens iemand die ook vrij kritisch naar zijn eigen land kijkt. Ik ben het niet altijd helemaal met van Houcke eens, maar dit boek wil ik bij deze warm aanbevelen (het zijn vaak prachtige interviews, ondanks de akeligheid van het onderwerp). Maar, is het erg waarschijnlijk dat iemand van de statuur van Amos Oz zich (meerdere keren!) zou laten interviewen door een structurele antisemiet, maw door iemand die een racistische haat tegen Joden koestert (de werkelijke betekenis van het begrip ‘antisemitisme’)? Het lijkt me zelfs buitengewoon onwaarschijnlijk, zoniet uitgesloten, tenzij Oz totaal niet op de hoogte zou zijn van wat van Houcke allemaal verder schrijft. Maar daar schat ik Amos Oz en al die anderen die hij heeft geïnterviewd, zoals Abraham Yehoshua, Eitan Bronstein, of Idith Zertal, toch iets te hoog voor in. Dus laten we het er op houden dat de veel gebruikte en daardoor nogal aan inflatie onderhevige antisemitisme riedel van Ratna Pelle vooral iets over haar zelf zegt en haar aangenomen rol van ‘frontsoldaat in een vuile propaganda-oorlog’. Ik denk dat ze daarmee wel afdoende is getypeerd.
Wie het helemaal bont maakt is Wouter, zoals blijkt uit deze potsierlijke pagina op de ‘neutrale website’ Israël-Palestina Info. Werp hier zeker een blik op. Zomaar een passage:

‘Critici van het Israëlische regeringsbeleid roepen al jaren op om Israël te boycotten. Het Nederlandse en het nog radikalere Vlaamse Palestina Komitee hebben er zelfs een aparte website voor opgericht,
waarin ad absurdum eenzijdige eisen aan Israël worden gesteld.
Temidden van alle wrede dictaturen die nog steeds bestaan op de wereld, menen zij juist de enige Joodse staat te moeten boycotten,
terwijl haar dictatoriale buurlanden ongehinderd het geweld tegen Israël blijven steunen. Hierbij past maar 1 vergelijking:

(foto van een bruinhemd die een plakkaat ‘Kauft nicht bei Juden’ tegen een winkelruit plakt. Bekijk maar via de link, want ik heb geen zin om dat soort plaatjes open en bloot op mijn blog te plaatsen)
Duitsland, 1933

Dit is dus ongeveer Wouter. Je vraagt je af welke eisen er aan Israël worden gesteld (‘ad absurdum’!). Het probleem is dat Israël juist overal mee weg kan komen, zie de onvoorwaardelijke rugdekking van de VS en een paar Europese landen, vooral Nederland. Hooguit begint hierdoor, ook in Nederland, de publieke opinie enigszins te schuiven.
Dit is niet enige wat er niet klopt aan Wouters ‘statement’, om het maar voorzichtig te zeggen. Maar waar moet je beginnen? Staat kritiek op Israël gelijk aan het woord en het handelen van ene meneer AH? Wat moet Israël nog meer doen, voordat er van Wouter en Ratna kritiek mag worden geleverd? Kernwapens inzetten tegen de Palestijnen, zoals de extreem rechtse leider Avigdor Lieberman heeft geopperd? Maar dat zou ook het einde zijn van Israël zijn, dus misschien dat dit zelfs voor Ratna en Wouter een brug te ver is. Alhoewel, niet voor het CIDI, want die nodigen Lieberman zelfs uit om een lezing te komen geven in Amsterdam.
Dat de houding naar verschillende Arabische dictaturen ‘pragmatisch’, opportunistisch, inconsequent en cynisch is geweest, of nog steeds is, helemaal waar. In die zin eens met Wouter. Heeft alles te maken met Realpolitik. Tijdens de Koude Oorlog was het al erg en nu, tijdens de ‘strijd tegen het terrorisme’ eveneens, misschien nog wel erger. Volledig juist. En ook naar deze regimes zou je een zo gepast mogelijke politiek moeten voeren, al is het hoe een niet zo simpele kwestie, net als hoe om te gaan met Israëls politiek naar de Palestijnen. Maar als de boycot tegen de apartheid legitiem was, dan zou ik een boycot van Israël nog niet een zo gek vinden (al ben ik meer voor de kritische dialoog, desnoods onder voorwaarden, met evt het inzetten van sancties als drukmiddel). Maar om dit met de politiek van de Nazi’s te vergelijken is regelrecht belachelijk. Wouter zou gelijk hebben als er zou worden opgeroepen om ‘Joden’ wereldwijd, vanwege hun afkomst te boycotten. Maar dat is hier geenszins het geval. Dit is geen oproep tot een boycot van Joden, ook niet een boycot van ‘Joden’, die uit Israël komen, dit is de boycot van een staat, zolang deze vasthoudt aan een bezettingspolitiek. Dit heeft niets met antisemitisme of racisme te maken.
Bovenstaande reactie op Wouters stelling is natuurlijk een open deur van jewelste, maar laat ik het maar heel duidelijk uitleggen. Voor je het weet worden er weer allerlei zaken verward, zoals antisemitisme met kritiek of zelfs afwijzing van de politiek van de staat Israël. Je kan het dus maar beter uitleggen op een manier dat iedere simpele ziel het kan begrijpen. Misschien snapt Wouter het nu ook.

Rest mij nog om op het onderschrift van Wouter te wijzen: ‘© Dit artikel is copyright Wouter Brassé 2005 (afgezien van de foto).’ Goh Wouter, je meent het?

Toch zijn de wonderen de wereld nog niet uit. Hoewel ik eerder heb gesteld dat Ratna’s meeste uitlatingen eerder bij extreem rechts thuishoren dan bij links, heeft ze zich, zeer onlangs, verrassend anders geuit:

‘In de generaliserende manier waarop de PVV zich uitlaat over de islam en de moslimgemeenschap herkennen velen van de Joodse gemeenschap zich niet. Integendeel. De grootste vijanden van de Joodse gemeenschap zijn altijd die stromingen geweest die geen onderscheid wensten te maken tussen mogelijke misstanden die individuen veroorzaken, net zoals binnen iedere gemeenschap van mensen, en de grote groepering daarom heen. Het klassieke antisemitisme is daar een voorbeeld van. De Joodse gemeenschap weet maar al te goed waartoe dat kan leiden’. (http://israel-palestijnen.blogspot.com/2010/01/wilders-geen-bondgenoot-joodse.html)

Dit is echt Een Ander Ratna Geluid. Ze neemt hier zelfs het anti-essentialistisch standpunt in. Verrassend positief. Als ze mijn blog goed had bestudeerd of gezien zou hebben wat ik verder heb geschreven (ook over antisemitisme) had ze kunnen weten dat ik precies dezelfde opvatting heb. Ik heb niet de illusie dat we ooit qua standpunten nader tot elkaar zullen komen, maar in dit geval geheel eens. Nu nog iets minder stigmatiserend over de Palestijnen (hou je deze zeldzame zinnige quote in je achterhoofd als je bijvoorbeeld weer het verhaal van de Groot Mufti van stal haalt). Voor een enkele keer zijn we het toch eens.

Lobby

Volgens Ratna is er geen sprake van een Israël-lobby. In een artikel dat haar lukte om geplaatst te krijgen in De Gelderlander (vast een betere krant dan de NRC, alhoewel, Anton van Hooff is daar columnist), getiteld Machtige Israël lobby is een mythe (de titel heeft wederom een hoog Mohammed Said al-Sahaf gehalte), stelt ze:

‘Complottheorieën zijn nog steeds populair in sommige kringen. Zo meent Jan Wijenberg (oud-ambassadeur in oa Saoedi-Arabië en prominent lid van Stop de Bezetting van Gretta Duisenberg, FS) in De Gelderlander van 12 februari, dat hij continu over zijn schouder moet kijken, en durven zijn kennissen hun mening niet te uiten over het recente Israëlische geweld in Gaza. Allemaal de mond gesnoerd door de almachtige Israël-lobby (…) Wijenberg draagt met zijn complottheorieën bij aan een sfeer van angst en verdachtmakingen. Dergelijke opruiing tegen de zogenaamd zo machtige Israël-lobby vergiftigt het gepolariseerde debat over Israël en de Palestijnse kwestie nog verder. Veelvuldig zijn ik en anderen die zich puur op persoonlijke titel in dit debat mengen, ervan beschuldigd deel uit te maken van deze duistere lobby, die erop uit zou zijn met alle middelen anderen de mond te snoeren. Niet alleen Jan Wijenberg of Gretta Duisenberg, maar ook mensen die het voor Israël opnemen ontvangen geregeld haat mail en bedreigingen. Heimelijk zouden wij betrokken zijn bij het Internationale Zionistische Complot, dat tot doel heeft de wereld te overheersen door media, financiële en politieke instellingen in handen te krijgen, en dat mensen tegen elkaar opzet en oorlogen veroorzaakt om daar de winsten van op te strijken. Waren niet ook de Eerste en Tweede Wereldoorlog door dit Complot veroorzaakt, de VN erdoor gecreëerd, en de Russische Revolutie erdoor ontketend? Ook de kredietcrisis staat nu op haar conto. Uit een recent onderzoek van de Amerikaanse Anti Defamation League blijkt dat ruim 30% van de Europeanen meent dat Joden in de financiële wereld achter de kredietcrisis zitten, en 40% vindt dat Joden teveel macht in de zakenwereld hebben (dat lijkt mij sterk, maar misschien vergis ik me. De Anti-Defamation League is overigens meer een club met een politieke agenda dan een betrouwbare ‘onderzoeksinstelling’, FS). Ook is er een forse toename in het aantal antisemitische incidenten. De vele antisemitische reacties op internetfora, ook van gerenommeerde kranten, liegen er niet om. Joden worden daarin geregeld bedreigd en gesommeerd onmiddellijk en publiekelijk afstand te nemen van Israëls (vermeende) daden. Vergelijkingen van Israël met de nazi’s zijn bon ton geworden. De antisemitisme beschuldiging draagt inderdaad een zware lading, maar het toenemende antisemitisme moet juist vanwege het verleden zeer serieus worden genomen’.

Dat het antisemitisme serieus moet worden genomen, daarmee ben ik het eens. Waar ik het niet mee eens ben is dat de machtige Israël lobby een mythe is. Zie bijvoorbeeld eea van het voorgaande dat hier al ter sprake is gekomen.  Ook de door Ratna aangehaalde Amerikaanse Anti Defamation League maakt deel uit van die zelfde Israël Lobby. Dit alles heeft niets te maken met antisemitische complottheorieën over de Protocollen van de Wijzen van Zion en meer van dat soort onzin, maar met hele concrete zaken, zoals Israël bijvoorbeeld haar PR heeft georganiseerd. En een aantal Joodse organisaties, in Nederland maar ook elders, zeker in Amerika, zijn daar bijzonder goed in, zo goed, dat ze ook veel macht hebben verworven. Wellicht zijn ook Ratna en Wouter bekend met het boek The Israel Lobby, van John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt, twee gerenommeerde Amerikaanse politicologen. Hun boek wordt in brede kring als baanbrekend gezien, behalve wellicht in de kring van de Israël Lobby zelf. Ik zal hier niet op dit omvangrijke werk in gaan. Hier volstaat het wel om te verwijzen naar een documentaire van VPRO’s Tegenlicht, waarin de auteurs, medestanders (waaronder Tony Judt) en critici (waaronder Richard Pearle) werden geïnterviewd. Absolute aanrader, meer dan het kijken waard, zie hier de link (engelstalige versie).

En verder bestaat er ook de zogenaamde Hasbara Fellowship, een organisatie die vooral studenten recruteerd om Israël op campusses te promoten (’hasbara’ zou ‘uitleggen’, of ‘voorlicchting’ in het Hebreeuws betekenen). Ik moet zeggen dat ik in eerste instantie aan de Hasbara dacht toen ik kennis nam van Ratna’s blogs. Alleen als je het handboek (gewoon op internet beschikbaar, zie hier of hier) leest dan is er een schokkend verschil met Ratna. In het handboek wordt voordurend benadrukt dat er niet een Israëlisch standpunt is en dat er een pluralistische kijk bestaat. Wat je ook van zo’n Hasbara handboek mag denken (het is bedoeld om de publieke opinie te beïnvloeden en Israëls verdedigers argumenten te geven waarmee zij hun tegenspelers zouden kunnen aftroeven), zo genuanceerd en gedifferentieerd als de Hasbara instructies zijn, zo schril en eendimensionaal zijn Ratna’s tirades. Als Ratna een Hasbara fellow zou zijn is ze zeker geen goeie. Een echte Hasbara fellow zou, volgens de instructies althans, nooit Israëlische mensenrechtenorganisaties zo koeioneren en zo’n beetje voor landverraders uitmaken, zoals Ratna regelmatig doet (Uri Avnery, B’thselem, maar ook Ilan Pappé).
Het Hasbara handboek is op het eerste gezicht meer een moderne PR instructie dan een duistere handleiding voor het produceren van propaganda. Het heeft een erg hoog ‘laten we blij zijn met elkaar gehalte’ en probeert ook nog politiek correct uit de hoek te komen. Voorbeeld:
‘Jewish students in the Diaspora are not unconditional supporters of Israel, just as Israelis have different political preferences. Unfortunately, many Jewish students express their dissatisfaction with some government action or other by ignoring Israel, giving up on her just when she needs the most help and support. In our Hasbara Handbook we have rejected the old-fashioned position which states that every Jewish student must support everything that Israel does. Rather, we believe, Israel is an imperfect country, invariably run by imperfect governments. Mistakes are made, approaches are taken that are hard to understand, but one thing remains constant – the Jewish state has a right to exist, and her citizens have a right to safety’Voor veel mensen zal het misschien aanslaan, persoonlijk krijg ik altijd een beetje jeuk van voorschriften hoe je zou moeten reageren als er een complex vraagstuk aan de orde komt. Het is allemaal vrij sjablonerig en heeft bijna iets truttigs, zoals: ‘Practically speaking, this Hasbara Handbook has attempted to show that different positions exist on issues, and that the pro-Israel banner is very wide indeed. In general we have presented a fairly centrist line, in an attempt not to offend anybody, but we have included other opinions too, and attempted to remain aware of the subtleties of the debates. We have also explicitly tackled some of the dilemmas facing Jewish activists, and talked about when it’s legitimate to criticize Israel, what to do about policies one doesn’t agree with… and so on. We hope that the product is something that Jewish students feel comfortable with’.  Maar dan, Ratna en Wouter let goed op:

‘Not everybody who attacks Israel is antisemitic. It is legitimate for those who oppose Israeli policies to express this opposition in public, just as it is legitimate for Israel activists to defend Israel. It is important to defend the right of those who disagree with Israeli policies to express their opinions, and to be clear that this is a legitimate part of public debate’.
En vooral deze:’Where an act might have been motivated by antisemitism, but this is unclear, it is often worth expressing some form of disapproval, but refraining from leveling public charges of Antisemitism. Depending upon the local situation, it is often worth expressing personal upset, saying that one was “hurt, as a Jew” by the controversial act. Wrongly accusing people of Antisemitism can cheapen the charge, as well as being quite unfair. Expressing public disapproval helps to let people know that Jews care about what is said in pubic, and serves to maintain a red line of clear Antisemitism that respectable public figures know not to cross’. Knoop dat goed in je oren, Wouter en Ratna.

Het Hasbara handboek is over de gehele linie tamelijk politiek correct. Heel anders dan Ratna’s blogs, die vaak uitmunten in hysterische toonzetting en waar alles en iedereen die het niet met haar eens is wordt beschuldigd van antisemitisme. Het zelfde geldt voor Wouter, al is die in regel iets minder geraffineerd. Dus of het hier besproken duo nu echt de meest fantastische Hasbara leerlingen zijn? Ik heb zo mijn twijfels, al is de website http://www.hasbara.us/ weer wel een stukje vuiler, met banners als: ‘Tell Children the Truth’, waar de beeltenis van de Groot Mufti Haj Amin al-Husseini prijkt (die inderdaad korstondig met de Nazi’s heeft geflirt, zal ik in een nog te verschijnen artikel uitgebreid op in gaan maar zie ook mijn eerdere historisch overzicht van Irak. Maar zijn daarom alle Palestijnen fout en hebben ze daarom minder recht op hun land? Dezelfde redenering van Saddam Hoessein was een Iraki dus zijn alle Iraki’s fout. Het verhaal van de Groot Mufti wordt ook vaak door Ratna ingezet om de Palestijnen zwart te maken). Zie verder ook deze site, dit zou de ‘officiële’ Hasbara site zijn.
Overigens zijn er vaak fragmenten van het Hasbara Handboek op internet terug te vinden, maar dan veelal zonder bronvermelding. Een passage, overigens met bronvermelding, maar met weglating van het beladen woord ‘Hasbara’ staat op de site van Rosa van der Wieken ‘No Antisemitism’, zie http://www.noantisemitism.org/?pageAlias=argumenten&curId=15. Je kunt je afvragen of dit bezwaarlijk is. Mijns inziens is dit wel degelijk problematisch. De strijd tegen antisemitisme lijkt me een serieuze zaak. Wat er dus wat mij betreft niet aan deugt is dat deze op zich goede zaak wordt vermengd met ’sluikreclame’, of propaganda voor de Staat Israël. Deze site is natuurlijk een privé initiatief, maar het zou erg problematisch zijn als bijvoorbeeld de Anne Frank Stichting hetzelfde zou doen.
Een grote aanrader is verder de documentaire Peace, Propaganda & the Promised Land (BBC, 2004), hier te bekijken. De geschiedenis en het systeem van de Hasbara worden hier uitgebreid doorgelicht. Met bijdragen van een aantal interessante experts, waaronder de beroemde Midden-Oosten correspondent Robert Fisk. Maar ook met Hanan Ashrawi en Noam Chomsky. Verder ook veel kritische Israeli’s, geluiden die je op Ratna’s blogs niet snel zult aantreffen. Ook een organisatie als Camera, vaak door Ratna aangeprezen, komt hier uitgebreid aan de orde en wordt kritisch tegen het licht gehouden.
Maar itt in ieder geval het Hasbara Handbook druipen Ratna’s sites van de pathos. Voorbeeld, wat moet je met Ratna’s jankerige nieuwjaarswens?:

‘Wat zal 2010 brengen? Meer gemiste kansen, meer oorlogen, meer antizionistische leugens en meer ad hominem aanvallen op mensen die het voor Israël opnemen? (gelukkig doe jij niet aan ad hominem aanvallen, jij beschuldigt slechts iedereen die het niet met je eens is van antisemitisme, FS) Het zit er dik in (…) In Nederland stond in 2009 Dries van Agt wederom herhaaldelijk in de schijnwerpers, hoewel hij absoluut niks nieuws te melden had. Met een boek en een nieuwe organisatie kwam hij weer in alle kranten met uitgebreide en kritiekloze interviews, en natuurlijk kon hij ook bij Pauw en Witteman niet ontbreken, waar antizionisten een geliefd podium hebben. Hopelijk raken mensen en media in 2010 eindelijk eens uitgekeken op Van Agt, Von der Dunk, Van den Broek, Van Hooff en al die andere antizionisten met hun grote en kleine leugens over een klein land dat ze nooit wat heeft aangedaan. Het wordt hopelijk een jaar waarin kranten- en journaalredacties zich realiseren dat het boeiend is tegenover een pro-Palestijnse visie een stuk van Israëls kant te plaatsen, en dat na een reportage vanuit Gaza of een interview met een Palestijnse cameraman of een lid van de Goldstone commissie (dat is wel heel erg benedenmaats, je zou ze eigenlijk moeten weren, FS), een interview met iemand van het Sderot Media Centrum of iemand van Camera (zie je wel, FS) op zijn plaats zou zijn. Het wordt hopelijk ook een jaar waarin aansprekende publieke figuren zich eens voor Israël of in ieder geval tegen de huidige hetze gaan uitspreken’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000421.html).

Tsja, wat moet je hier nu op zeggen? Verder roept ze links op om toch vooral ook naar de Israëlische kant van de zaak te kijken, zodat Wilders en co niet het monopolie hebben op het pro-Israëlische geluid. Maar ik vrees dat daar nu juist het probleem zit. De bezettingspolitiek van Israël valt niet meer te verdedigen, dus ook de mainstream begint zich heel langzaam een andere richting uit te bewegen (al is het natuurlijk nog lang niet zo ‘dramatisch’ als Ratna het voorstelt). Het probleem is meer dat Ratna zelf een extremist is geworden (en Wouter natuurlijk). En al kan ze nog zoveel dreigende antisemitisme beschuldigingen uiten, de geloofwaardigheid van het voor Israël zijn ten koste van alles (en vooral ten koste van de burgerrechten van de Palestijnen) is steeds meer op zijn retour. Gelukkig maar, al valt er nog veel te doen.
Wat er niet deugt aan Ratna Pelle is dat ze niet recht door zee is en met haar blogs op een beetje een smoezelige manier probeert het internet in het Nederlandse taalgebied te vervuilen. Natuurlijk is het haar goed recht om het web vol te plempen; het internet is daar immers een fantastische vrijplaats voor. Een grote charmante anarchie, hoewel het ook verschrikkelijk veel bagger oplevert. Vroeger colporteerden de Jehova’s langs de deuren, nu slibben ze de google zoekmachines dicht. Israël Palestina info, met een Israëlisch en Palestijns vlaggetje. Zal wel een neutrale website zijn. Zowel recht op zelfbeschikking voor de Joden als de Palestijnen. Nee hoor, een bak propaganda. Om een laatste voorbeeld te geven; op de homepage van Israël-Palestina Info staat linkerkant een serie links, waaronder naar ‘United Civilians for Peace’. Wie echter achter die link kijkt, komt niet op de site van de vredesorganisatie zelf maar wordt getrakteerd op een serie verdachtmakingen tegen United Civilians for Peace, zie hier, waar wij oa kunnen lezen: ‘Het geld wordt verder besteed aan dure advertenties tegen Israël in landelijke dagbladen, opinie-onderzoeken onder de Nederlandse bevolking, glossy brochures, manifestaties met buitenlandse gasten zoals de antizionistische en zeer omstreden historicus Ilan Pappe (O ja, is dat zo? FS) en een rondreis door Nederland met een replica-muur’. Als je dit allemaal zo ziet, rijst toch de vraag of dit bizarre duo werkelijk denkt dat hun lezers zo dom zijn dat ze echt geloven dat het hier om een ‘info-blog’ gaat. Want het bovenstaande voorbeeld is wel een beetje van het niveau Mohammed Said al-Sahaf. Maar blijkbaar wel, want Ratna Pelle, ‘academica en publiciste en medewerkster van de website Israël-Palestina Info’ kan nog steeds publiceren in serieuze kranten als Trouw en de Volkskrant, of een fatsoenlijke regionale krant als de Gelderlander. Wat zij produceert is echter niets meer dan platte propaganda. Het kan dus geen kwaad om daar een keer stevig tegenin te gaan. Vandaar deze noodzakelijke dosis tegengif.

Verder rijst toch weer de vraag: Wat bezielt haar (en Wouter)? Door anderen (zoals Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid, in een surrealistische discussie met Ratna en Wouter en een zekere mevrouw Sijs  (wellicht dezelfde als mevrouw Sijs van de Stichting W.A.A.R., blijkens de correspondentie met Zembla, zie hier en hier?), is al eerder geopperd dat Ratna Pelle vooral een epigoon zou zijn van Ami Isseroff, van www.mideastweb.org. Zij haalt Isseroff  inderdaad regelmatig aan. In een bijdrage, met de veelzeggende titel De Hasbara Paradox, geeft zij deze lange passage weer:

‘But every Israeli and every Zionist and every Israel advocate must recognize that we are, and have been engaged in a media war for several years, that we are losing that war, and that the decline in Israel’s image is not a side issue to be handled only by some talking heads. The decline in Israel’s image is a strategic threat, perhaps as serious as, or more serious than, the Iranian nuclear threat, the Hamas and the Hezbollah. Those who do not yet understand that this issue is a strategic threat should consider for example, that a single mistake by the IDF or even the rumor of a mistake spread by the enemy, like the UNRWA school shelling that never was, can stop a war much more effectively than an armored division. Or consider that the effect of the constant barrage of demonization, left unanswered and uncorrected, may be to bring to power the supporters of Jimmy Carter, Lyndon Larouche and Professors Walt and Mearsheimer in the USA, and their even more vicious counterparts in Europe.
The threat is not limited to “war crimes” allegations and distortions of human rights, nor is it confined to the UN or to political media. We are faced with everything from attempts to write the Jews out of history, to expressions of outrage about harmless Israeli tourism advertisements. And if you say anything about it, you are a neocon hardline Jew Zionist member of the Israel lobby. The propaganda appears in travel guides and travel magazines, literary reviews and just about everywhere you can imagine. Israel-Bashing has become embedded in world culture, just as anti-Semitism was once a cultural staple’.
( Israeli war crimes allegations: Doing our patriotic duty )

Dit is de kern van wat zij gelooft, althans als ik af moet gaan op haar enkele duizenden bijdragen op internet. De vraag of Israël misschien echt oorlogsmisdaden zou plegen, om maar een voorbeeld van Isseroff te noemen, komt niet in haar hoofd op. Het is allemaal maar ‘beeldvorming’, al kan ik me nauwelijks iemand bedenken die meer lijdt aan ‘beeldvorming’ dan Ratna Pelle zelf. Een plaat voor haar hoofd met een slechts een kijkgaatje met een bijzonder gekleurde lens, lijkt me het meest in de buurt komen. Haar ‘beeld’ van Israël is het beeld dat tot ruim in de jaren tachtig in Nederland bestond, dat van David en Goliath. Dat dit beeld is veranderd ziet zij niet als een correctie van de realiteit, maar als morele zwakte, waarin twijfel de boventoon voert. Vandaar haar agressieve stellingname en wat mij betreft haar griezelige blikvernauwing. En iedereen die niet met haar mee strijdt is al snel een verdachte ‘antizionist’, een ‘antiziosemiet’ of een ‘antisemiet’.

Ratna en Wouter, als jullie antisemitisme willen bestrijden, mijn zegen hebben jullie. Maar richt je dan wel op echte antisemieten. Misschien sta ik dan nog wel aan jullie kant. Heb daar een tijdje terug ook het nodige aan bijgedragen zie hier, maar ook hier (en ook op dit blog zie hier).  En nogmaals, wat weten jullie van mijn eigen achtergrond ;). Het zou voor mij wel heel vreemd zijn als ik antisemitische denkbeelden zou koesteren (daarmee bedoel ik dus een racistische haat tegen Joden). Dus net zo goed tegen antisemitisme als jullie. Maar als het jullie meer gaat om een bezetting en wat mij betreft een apartheidspolitiek in stand te houden, dan sta ik lijnrecht tegenover jullie. Maar dat hadden jullie neem ik aan zelf al wel gemerkt,

verder vriendelijke groet,
Floris Schreve

October 14, 2008

HISTORISCH OVERZICHT IRAK (tot 2003)

 Victory Arch

Saddam Hoessein (uitvoering Khalid al-Rahal en Mohammed Ghani Hikmat), The Victory Arch, Bagdad, 1989.

Saddams triomfboog voor zijn ‘overwinning’ op Iran. Hoewel uitgevoerd door twee van Iraks prominentste beeldhouwers (die zich hiermee sterk hebben gecompromitteerd aan het regime van Saddam, zeker in de ogen van mijn gevluchte Iraakse vrienden) is het ontwerp van Saddam zelf. Hij maakte hier zelfs een schetsje voor en verraste hiermee iedereen met zijn artistieke ambities (zie afb. hieronder).
De kolossale armen in de uiteindelijke uitvoering zijn uitvergrotingen op reusachtige schaal van afgietsels van de armen van de dictator zelf. De vreemde ‘pindanetten’ die aan de handvatten van de zwaarden zijn bevestigd, bevatten elk duizenden echte Iraanse oorlogshelmen, meegenomen van het front, veelal voorzien van kogelgat, met de bloedspatten er nog op.

De boog werd overigens in duplicaat gebouwd. Beide bogen staan aan de uiteinden van een reusachtig paradeterrein, midden in Bagdad. ‘Neurenberg and Las Vegas melted into one’, zo omschreef de dissidente schrijver Kanan Makiya deze bizarre creatie, in buitenissigheid slechts te vergelijken met het paleis van Ceausescu in Boekarest of met de postzegel van Idi Amin, die een drol draait op de kaart van Europa. Zie verder het volgende youtube filmpje. Let vooral op de vele invaliden die als een verplicht nummertje onder de triomfboog (hoger dan de Arc de triomphe in Prijs) van de grote leider, ‘paraderen’. Dit alles voor een overwinning die nooit heeft plaatsgehad, de oorlog eindigde immers in een patstelling. Ik ken veel veteranen uit deze oorlog, maar deze was bij niemand populair. Dat maakt het allemaal nog grotesker. Te zien onder de volgende link:

http://www.youtube.com/v/NlupjwnoOTo&amp;hl=nl”></param><param

de schets van Saddam, op de uitnodiging voor de officiële opening van het monument

Net zo onthullend is de documentaire ‘Uncle Saddam’, waarvan een fragment hieronder. Naast wederom de overwinningsboog ook een blik in zijn paleizen. Te bekijken onder deze link:

http://www.youtube.com/v/BOmTDNd8vtE&amp;hl=nl”></param><param

Over hoe het zover heeft kunnen komen, wat nu eigenlijk de ideologie van Saddam was en de Ba’thpartij (hoor je zelden iets over), welke positie Irak in nam in de Koude oorlog en hoe het zat met de steun van de CIA voor de Ba’thpartij, of de verhoudingen tussen Saddam en het westen altijd zo slecht zijn geweest, hoe het land Irak is ontstaan na de Eerste Wereldoorlog en welke (belangen)afwegingen daarbij een rol hebben gespeeld en hoe het nu precies zit met ‘oliebelangen’ (wel of geen motief voor inavsie), zie het door mij geschreven historisch overzicht, via link naar mijn blog buiten hyves:

http://florisschreve.blog-s.nl/2008/10/14/historisch-overzicht-irak-tot-2003/

De afbeeldingen van het monument zijn afkomstig uit Samir al-Khalil (pseudoniem van Kanan Makiya), ‘The Monument; art, vulgarity and responsibillity in Iraq’, Londen, 1991

Als er nog misverstanden bestaan over in welke ideologische hoek het Ba’thisme is te plaatsen, bekijk dan zeker deze onthullende Belgische neo-Nazi website. Met veel sympathie voor deze stroming weten ze het daar verrassend goed uit te leggen. Interessant om te zien hoe de betrekkelijk onbekende geestelijke vader van de Ba’th en Saddams ideologische leermeester, de Christelijke Syrier Michel Aflaq, in deze kringen als een held vereerd wordt:

http://nsalternatief.wordpress.com/2007/11/21/de-pan-arabische-baathpartij-en-het-nationalistisch-verzet-in-irak/

Michel Aflaq (Damascus 1910-Parijs 1989), de in het westen betrekkelijk onbekende, maar zeker niet onbelangrijke stichter van de Pan Arabische Ba’thpartij (de Socialistische Leiderspartij van de Arabische Herrijzenis, oftewel al-Hizb al-Ba’th al-Wadah al-Arabi al-Ishtiraqiyyat, Arabic Ba’thist Socialist Leadersparty, ABSLP). In Irak werd hij onder Saddam als een belangrijk persoon geëerd, zie het in Italië geproduceerde monument voor de geestelijke vader van het Ba’thisme (afb. hieronder), door de eveneens in Italië wonende maar voor het het regime werkende kunstenaar Ali al-Jaberi (in de jaren tachtig, toen Saddams Irak nog ‘pro-westers’ was). Citaat: ‘“Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die”. Hoezeer Michel Aflaq was geïnspireerd door het Europese fascisme blijkt uit twee andere citaten: “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it”, en “In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us” (’Fi sabil al-Ba’th’, Damascus, 1941, bron: Kanan Makiya, ‘Republic of Fear’ University of California Press, 1989, p. 234)

 

 

Monument voor Michel Aflaq, door de in Italie wonende, maar regime-gezinde Iraakse kunstenaar Ali al-Jaberi, geplaatst in Bagdad

Saddam met speciaal gezant van de regering Reagan Donald Rumsfeld in 1983, ten tijde van de Irak Iran oorlog. Later beweerde Rumsfeld zich deze reis naar Bagdad niet meer te kunnen herinneren. Zie ook deze uitzending van Netwerk.

De leiders van de eerste republiek na de staatsgreep van 1958, die een einde aan de monarchie maakte. Rechts Generaal Abdul Karim Qasim (president 1958-1963) en links generaal Abdul Rahman Arif (president 1963-1966).

Koning Faisal I, het eerste staatshoofd van Irak, van 1920 tot 1933 (bekend uit Lawrence of Arabia)

De jonge Koning Faisal II (geb. 1935), de laatste koning van Irak, die in 1958 samen met de rest van de koninklijke familie standrechtelijk werd geëxecuteerd, tijdens de staatsgreep van het Iraakse leger.

Saddam (als vice-president) met Generaal Ahmed Hasan al-Bakr, de eerste Ba’th president van Irak (van 1968 tot 1979)

Levensloop Saddam Hoessein (al-Awya, 28 april 1937 - Bagdad, 30 december 2006), president van Irak van 1979 tot 2003
HISTORISCH OVERZICHT IRAK (tot 2003)

Detailkaart_shatt_alarab_en_grensge

Detailkaart Shatt al-Arab (de samensmelting en monding van de Eufraat en de Tigris) en grensgebied Iran en Koeweit. Duidelijk is te zien dat de vaargeulen van de Shatt al-Arab en Umm Qasr (door de eilanden Warba en Bubiyyan toe te wijzen aan Koeweit) door de respectievelijk Iraanse en Koeweitse territoriale wateren lopen. Deze constructie was het bewuste resultaat van een Brits verdrag en de stichting van Koeweit in 1871, om de uitvoer naar de Perzische golf te controleren. De Osmaanse Mesopotamische provincies werden de pas afgesneden van vrije toegang tot de zee  door de Shatt al-Arab klem te zetten tussen het nieuwe emiraat en het toenmalige Perzische Rijk. Later zou dit de belangrijkste reden voor Saddam (net als President Qasim en zijn poging tot annexatie van Koeweit in 1961) zijn om eerst Iran aan te vallen en daarna Koeweit, om Irak een vrije toegang tot de zee te verschaffen. De vrije afvoer van of de toegang tot olie is de belangrijkste rode draad uit de Iraakse geschiedenis, waar vele oorlogen om zijn gevoerd en talloze slachtoffers zijn gevallen. Bron: Google Earth

  • 1920- Val van het Osmaanse Rijk en stichting van de staat Irak onder Brits mandaat. Drie Osmaanse provincies, Mosul (overwegend Koerdisch, Turkomaans en Assyrisch), Bagdad (overwegend Arabisch Soennitisch) en Basra (Arabisch Shiietisch), worden nogal geforceerd bij elkaar gevoegd. Wel omvatten deze gebieden min of meer het historische Mesopotamië (het Arabische woord ‘iraq betekent rivierenland , of eigenlijk tussen oevers wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt als het Griekse meso-potamos, wat tussen rivieren betekent). Irak wordt een monarchie onder de Hashemitische koning Faisal I, de zoon van de Sharif van Mekka en een van de leiders van de Arabische strijd tegen de Turken, maar als koning in feite een zetbaas van de Britten. Hoewel de Britten en de Fransen de steun van de Arabieren min of meer hadden ‘gekocht’  met de belofte van zelfbeschikking voor na hun strijd tegen het Osmaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, wordt de Arabische wereld ‘verdeeld’ tussen Frankrijk en Engeland, middels het geheime Sykes/Picot akkoord uit 1916. Hierin wordt beklonken dat Syrië en Libanon naar Frankrijk gaan, terwijl Palestina, Trans-Jordanië en Irak onder Britse invloed komen te staan (de provincie Basra zou, volgens het oorspronkelijke plan, koloniaal bestuurd worden als bijvoorbeeld India, terwijl de rest van de mandaatgebieden onder sterke Britse invloedsfeer zou komen te staan). Voor de Iraqi’s is dit een vreemde ervaring. Bagdad bijvoorbeeld had van oudsher immers meer contacten met het Syrische Aleppo, dan met het Shiietische Basra en het Koerdische noorden. De gewone Iraqi’s in Bagdad, maar ook elders in het land, begrijpen hier dus helemaal niets van en komen meteen in opstand tegen de Britse hegemonie. In 1920 is er sprake van massale betogingen en gewapende acties tegen de Britse bezetters, in de zogenaamde ‘Eerste Intifadah’. Deze opstand wordt met veel geweld door de Engelsen onderdrukt, o.m. door terreurbombardementen uit de lucht en het inzetten van gifgas. Het is voor het eerst in de wereldgeschiedenis dat er gifgas wordt ingezet tegen een burgerbevolking. Een sterk supporter van deze nieuwe methodes is de pas aangetreden Britse minister van koloniën, Sir Winston Churchill. Hoe de Britten dachten over het bestuur van Irak blijkt uit de memoires van Getrude Bell (1868-1926), de Britse gezant voor Arabische aangelegenheden (die zich overigens wel, voor zover mogelijk, heeft ingezet voor de werkelijke belangen van de Arabieren, samen met T.E. Lawrence, beter bekend als ‘Lawrence of Arabia’). Zij beschrijft een conversatie tussen drie niet bij naam genoemde Britse diplomaten, op de vredesconferentie van Cairo in 1921, als volgt: “This country will be badly governed”, “Why should it not be badly governed?”, “It ought to be badly governed”. Volgens de kritische Saddam-biograaf Said Aburish vormde deze schandelijk neerbuigende houding (Aburish spreekt zelfs van ‘this criminal attitude’) het begin van een historische kettingreactie die de grote tragedies van het Irak van de twintigste eeuw heeft mogelijk gemaakt, tot en met de Ba’thdictatuur van Saddam Hoessein. Desalniettemin was koning Faisal I (aan de macht gekomen door de grote inzet van Getrude Bell en T.E. Lawrence), itt. zijn twee opvolgers, zeker geen onbekwame leider. Hij had uiteindelijk het beste voor met het Iraakse volk (de kroon accepteerde hij zelfs met tegenzin, zeker omdat hij geen geboren Iraqi was, maar hij vond dat hij uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid moest nemen, om nog iets te kunnen betekenen), maar hij had alleen, achteraf gezien, te weinig manoeuvreerruimte voor een eigen politieke koers. Wat hij wel voor elkaar heeft gekregen is dat Irak een sterk leger ontwikkelde, omdat hij oprecht vond dat Irak zichzelf zou moeten kunnen verdedigen, nu het zo’n speelbal was geworden van allerlei buitenlandse belangen. Naderhand beschouwd heeft dit leger voor vele grote rampen gezorgd, maar dat kon de in 1933 overleden Faisal op dat moment natuurlijk niet  weten.

 

  • 1932-‘Officiele onafhankelijkheid’ van Irak en toetreding tot de Volkenbond. Ondanks de nationalistische maar vrijblijvende retoriek van de in 1933 aangetreden half analfabete, zeer impulsieve en daardoor volstrekt onbekwame koning Ghazi, blijft Irak door ‘vriendschapsverdragen’ sterk aan de Britse belangen gebonden. Zo kan het geen zelfstandige buitenlandse politiek voeren, bezetten de Britten een aantal cruciale legerbases en blijft de olie-industrie in Britse handen, middels de Iraqi Petrolium Company, waarin het Britse Shell het meerderheidsaandeel bezit. Van een werkelijke onafhankelijkheid is dus geen sprake.

 

  • 1936- In samenspraak met koning Ghazi pleegt de nationalistische generaal Bakr Sidqi een staatsgreep. Doel is om de Britten te verdrijven. Hikmet Suleiman wordt de premier van de nieuwe nationalistische regering. In 1937 wordt Bakr Sidqi echter vermoord door pro-Britse krachten in het Irakese leger en wordt Hikmet Suleiman afgezet.·

 

  • Omstreeks 1937- 1939 Geboorte van Saddam Hoessein in het bedoeienen gehucht Al Awya (awya(t) betekent in het Arabisch ‘kronkelig’ of ‘niet recht door zee’, maar al-awya kan als plaatsnaam zeker vertaald worden als boevengehucht, ‘Crooktown’ volgens Said Aburish), vlakbij de stad Tikrit. Hoewel Soennitisch, vertegenwoordigt Saddam, vanwege zijn afkomst uit de Abdu Nassir clan (geconcentreerd rond Tikrit en Ramadi), de absolute onderklasse van de toen nog sterk tribale en aristocratische Irakese samenleving, in die dagen gedomineerd door een aantal vooraanstaande Soennitische families.Over zijn exacte geboortejaar bestaat onzekerheid, omdat er in die tijd geen ordentelijke burgerlijke stand bestond voor deze ‘achtergebleven’ tribale gehuchten. Waarschijnlijk is de latere dictator van Irak in 1939 geboren, al heeft hij zelf zijn geboortejaar veranderd in 1937. Dit, omdat hij getrouwd was met zijn waarschijnlijk oudere nicht Sayyida Tulfah al-Tikriti (zijn eerste vrouw en moeder van o.m Uday en Qusay), geboren in 1938, en volgens de locale tribale tradities zou het immers buitengewoon vernederend zijn om met een oudere vrouw in het huwelijk te stappen. Saddam heeft later overigens zijn achternaam laten veranderen in ‘al-Tikriti’. Zijn oorspronkelijke en volledige naam: ‘Saddam (Ystidam, Sadmah of as-Siddam in het standaard-Arabisch. Saddam is locaal dialect uit de omgeving van Tikrit) Husayn al-Majid al-Awyat’ betekent letterlijk (naar mijn eigen vertaling, maar met wat hulp van anderen): ‘Hij die verplettert (of  ‘de verpulveraar’), zoon van Hoessein al-Majid uit Boevenoord’, een weinig flatteuze en ietwat ‘Don Corleone-achtige’ naam voor een president, al typeert het de persoon wel.·

 

  • 1939- Koning Ghazi overlijdt bij een auto-ongeluk. Deze doodsoorzaak is nog altijd omstreden. Volgens verschillende anti-koloniale Iraakse krachten (de latere Ba’thi’s, de nationalisten en de communisten) zat de Britse geheime dienst hierachter, vanwege zijn toegenomen populistische nationalisme, waardoor Ghazi een grote populariteit genoot bij de bevolking (zie de affaire Bakr Sidqi). Ghazi wordt opgevolgd door de minderjarige koning Faisal II. De zeer impopulaire maar uitgesproken pro-Britse prins Abd al-Ilah wordt als regent aangesteld.

 

  • 1941- Pro-Nazistische staatsgreep van generaal Rashid Ali Al Kailani, en de ‘Gouden vierhoek’, zoals de nazistisch georiënteerde officieren zichzelf omschrijven. Hun belangrijkste steunpilaar is de voor de Britten naar Bagdad uitgeweken Groot-moefti van Jeruzalem Haj Amin al-Husayni, die warme persoonlijke relaties onderhield met Hitler en verschillende Nazi kopstukken als Hermann Goerring en Baldur von Shirach. De monarchie wordt afgeschaft, maar in hetzelfde jaar door de Britten weer hersteld, middels een groot militair offensief. Luchtsteun van Nazi Duitsland blijft uit, waardoor Rashid Ali zonder al te veel moeite verdreven wordt. De Britten bezetten het land. Een klein, maar niet onbelangrijk detail is dat een van de betrokken onderofficieren, Khairallah Tulfah, na een jaar gevangenisstraf oneervol wordt ontslagen uit het leger. Hij wordt onderwijzer in Tikrit en schrijft het nazistisch geïnspireerde pamflet: ‘De drie dingen die door God nooit geschapen hadden mogen worden; Perzen, Joden en vliegen’. Deze marginale randfiguur was de oom, voogd en latere schoonvader van Saddam Hoessein en wellicht de meest vormende persoon uit de jeugd van de latere dictator.

 

  • In 1947 wordt in Damascus de Pan-Arabische Socialistische Ba’thpartij opgericht (Ba’th betekent in het Arabisch herrijzenis of Renaissance), in eerste instantie een clandestiene beweging. Hoewel aanvankelijk zeker geen Iraakse aangelegenheid is de coup van Rashid Ali en de Gouden Vierhoek de voornaamste inspiratiebron en heeft deze beweging vanaf het begin een Iraakse tak. Belangrijkste ideoloog is de Syrische christen Michel Aflaq (1910-1989). Aflaq, die in de jaren dertig aan de Sorbonne Universiteit in Parijs studeerde, raakte zeer onder de indruk van Adolf Hitler en Benito Mussolini (zo liet hij zichzelf weleens ‘Il Duce’ noemen), waarop hij zijn latere ideeën baseerde, die hij uiteenzette in Fi Sabil al-Ba’th, Damascus, 1941, het ‘oergeschrift’ van het Ba’thisme. Hierin omschreef hij de kern van zijn ideologie onder meer als volgt: “Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die”. Hoezeer Michel Aflaq was geïnspireerd door het  Europese fascisme blijkt uit twee andere citaten: “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it”, en “In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us”. Hoewel er zelfs nu nauwelijks aandacht is besteed, in ieder geval de Nederlandstalige media, aan de ideologische wortels van de Ba’thpartij, laat staan aan een weliswaar intellectuele maar obscurantistische denker als Michel Aflaq (behalve in een recente uitvoerige publicatie van de Vlaamse VRT journalist Jef Lambrecht, De zwarte wieg; Irak, nazi’s en neoconservatieven, uit 2003), blijkt uit vrijwel alle toespraken van Saddam Hoessein hoezeer hij door zijn ideologische leermeester beïnvloed was. “It was Mr. Aflaq who created the party, not I”, zei hij bijvoorbeeld in een van zijn laatste speeches, vlak voor zijn val op 9 april 2003. Veel Irakese ballingen spreken immers niet voor niets van de ‘Aflaqite Republic’ wanneer zij de ‘Saddamistische staat’ bedoelen. Verder spreken de vele in Bagdad opgerichte groteske monumenten ter ere van Michel Aflaq voor zich.·

 

  • 1948 en 1952- In 1948 wordt in het Engelse Portsmouth door de Irakese regering, in de persoon van premier Nuri al Sa’id (de machtigste Iraakse politicus onder de monarchie), een overeenkomst met de Britten gesloten over de olie-industrie. Feitelijk komt het er op neer dat de Britse belangen veilig worden gesteld (en natuurlijk de belangen van de toenmalige heersende elite van Irak). Een grote meerderheid van de Irakese bevolking accepteert dit niet en komt in opstand, in de zogenaamde al-Wathbah Intifadah. Deze opstand wordt bloedig neergeslagen. Wanneer in 1952 deze overeenkomst wordt verlengd volgt er een nog veel grotere Intifadah (voor de Iraqi’s bekend als De Intifadah). Een jaar lang ligt het hele land plat door algemene stakingen, met name in de olie-industrie en de spoorwegen. De drijvende kracht achter de onlusten is de Irakese Communistische Partij (ICP), die een sterke machtsbasis heeft in het olierijke Shiietische zuiden, vooral in Basra, de tweede stad van Irak. Hoewel officieel verboden (zo werd de oprichter Fahd in 1948 door de Britse geheime dienst vermoord) was deze in 1934 opgerichte partij, ooit de oudste en meest invloedrijke Marxistische beweging van het hele Midden-Oosten. Ook had de ICP een grote aanhang onder de toen nog talrijke Irakese joden, die echter na 1948 en na de latere Ba’threvolutie van 1968 grotendeels naar Israël zijn gevlucht (de van oorsprong Irakese Israëlische filmmaker Samir heeft een indrukwekkende documentaire gemaakt over de vergeten geschiedenis van de Irakese Joodse communisten, Forget Baghdad, een van de winnaars van het IDFA 2002, Amsterdam).

 

  • 1953- Koning Faisal II bestijgt op achttienjarige leeftijd de Irakese troon. Hoewel hij weinig de kans heeft gehad  tot zijn zonder meer tragische dood in de revolutie van 1958, blijkt dat hij zich niet weet te ontpoppen tot een goede en verstandige leider van Irak (wat zijn grootvader Faisal I zeker wel was, ondanks de door de Britten opgelegde beperkingen). De machtigste personen van Irak blijven de door het volk gehate prins Abd al-Ilah, de ‘meesterintrigant’ Nuri al-Sa’id en op de achtergrond natuurlijk de Britten.

 

  • 1955- Premier Nuri al-Sa’id sluit het zogenaamde ‘Bagdadpact’ met Turkije en Pakistan, onder auspiciën van de Britten en met sterke steun van de VS. Doel is om de invloed van de Sovjet Unie in het Midden Oosten tegen te gaan. De ‘Pan-Arabische’ nationalistische Egyptische president, Gamal Abd an-Nasser (die een sterke steun genoot van de Sovjet Unie), begint een agitatiecampagne tegen het Bagdadpact. Het Iraakse leger en verschillende oppositiekrachten, zowel de ‘rechtse nationalisten’ (waaronder de marginale maar militante Pan-Arabische Ba’thpartij’ van de Syriërs Michel Aflaq, Salah Eddine al-Bitar en Sati Husri), als de ‘linkse’ Irakese Communistische Partij, kunnen zich goed vinden in de retoriek van Nasser. Zij zien hun eigen regeringsleiders als stromannen van de westerse belangen en vijandig tegenover het ideaal van de ‘Pan-Arabische eenheid’, al dan niet volgens socialistisch model (daarover waren de meningen zeer verdeeld). Voorts wil de Irakese oppositie, zowel ‘links’ als ‘rechts’, een eventuele interventie als de coup van 1953 in buurland Iran vermijden. De eerste democratisch gekozen premier van Iran, de liberaal nationalistische Dr. Mohammed Musaddiq, wilde in 1951de olie-industrie nationaliseren, maar  werd door een CIA gesteunde staatsgreep in 1953 afgezet. De Shah kon vanuit zijn ballingschap in Londen terugkeren, om zijn autoritaire, antidemocratische, maar pro-westerse bewind weer te herstellen.

 

  • 1958- De Iraakse onafhankelijkheidsrevolutie die leidt tot de invoering van de Republiek Irak. Het leger grijpt de macht, middels de groep van de ‘Vrije officieren’, naar voorbeeld van Nasser, die onder de noemer ‘Vrije officieren’ koning Farouk in 1952 van de troon stootte en de Britse invloed eveneens wist uit te bannen. Koning Faisal II, de voormalige regent prins Abd al-Ilah en de pro-Britse premier Nuri al-Sa’id worden op een gruwelijke wijze vermoord. Praktisch de hele koninklijke familie wordt uitgeroeid, op een paar in het buitenland wonende telgen na. De prins en Londense bankier Sharif Ali Bin al-Hoessein, nu actief in het overkoepelende oppositieorgaan INC en aanvoerder van de Irakese ‘Constitutional Monarchy Party’, is bijvoorbeeld een van de weinige overlevenden.  De Britten worden verdreven en raken hierdoor Irak voor goed kwijt. Onder leiding van brigadegeneraal Abdul Karim Qasim wordt er een militaire junta geïnstalleerd die sterk op de Sovjet Unie is gericht. Irak treedt uit het Bagdadpact, waardoor dit pact betekenisloos wordt en daarna wordt opgeheven. De toen nog machtige maar clandestiene Irakese Communistische Partij krijgt beperkte politieke vrijheden. De olie-industrie wordt genationaliseerd. Hierdoor bloeit de economie van Irak op. De belangrijkste doelstelling van president Qasim is om Irak te moderniseren, een programma dat hij met keiharde hand uitvoert. Politieke tegenstanders van het regime worden vervolgd, gemarteld en geëxecuteerd. Uit Qasims regeringsperiode dateren ook de eerste gewapende acties tegen de Koerdische separatisten van Mullah Mustafa Barzani. De Irakese intellectuele elite begint, vanwege de toegenomen repressie, geleidelijk aan het land te verlaten. President Qasim is de belangrijkste initiatiefnemer tot de oprichting van de OPEC, iets wat door de westerse mogendheden met lede ogen wordt aangezien. Hoewel Qasim een harde dictator was is hij achteraf gezien wellicht het meest populaire staatshoofd van Irak geweest gedurende de twintigste eeuw. Verder doet  Qasim in 1961 een poging om het Emiraat Koeweit op te eisen, toen net onafhankelijk geworden van Engeland. Koeweit was ooit door de Britten als een aparte entiteit gevestigd (al in 1871), om het toen nog Osmaanse Irak de toegang tot de Perzische Golf te belemmeren (de monding van Eufraat en de Tigris, de Shatt al-Arab, werd immers gedeeld met Iran, in 1871 nog het Perzische Keizerrijk van de Kadjaren (niet te verwarren met de latere Pahlavi’s, van de laatste Shah. Na het ontstaan van de moderne staat Irak is over de Shatt al-Arab een voortdurende strijd gevoerd, tussen het ‘revolutionaire Perzië’ van de Pahlavi’s en de achtereenvolgende regimes in Bagdad). Door de Britse politiek, inzake Koeweit, werd voorkomen dat het olierijke gebied van Irak, ook als hier in de toekomst een nationale staat zou ontstaan, een regionale economische ‘supermacht’ zou worden, vanwege de olie-export. Hoewel, kijkend naar de kaart ( zie bovenstaande afb.) Irak een vrije toegang tot de Perzische golf lijkt te hebben, behoren alle territoriale wateren en vaargeulen aan Koeweit of Iran (de cruciale eilanden, Warba en Bubiyyan, vlak voor de kust van de Irakese havenstad Umm Qasr, zijn toentertijd welbewust toebedeeld aan Koeweit). Qasim doet een poging om deze blokkade op te heffen maar faalt. De vestiging van een grote Britse troepenmacht in Koeweit (later vervangen door troepen van de Arabische Liga) laten de Irakese president van zijn claim afzien.

 

  • 1959- Mislukte moordaanslag op president Qasim. Een van de plegers is de jonge Saddam Hoessein, op dat moment een huurmoordenaar in dienst van de toen nog steeds marginale, maar radicaal nationalistische en vooral zeer anticommunistische Ba’th militie. Hij vlucht achtereenvolgens naar Syrië en Egypte. In deze tijd wordt hij  ‘ontdekt’ door de ideologische leider van de Ba’th Michel Aflaq (waarvan hij het een en ander krijgt aan politieke scholing), wat het begin is van zijn weg naar de top van de Pan-Arabische Ba’thbeweging. In Cairo leggen Irakese Ba’thi’s contact met de CIA. De Amerikanen staan hier welwillend tegenover, omdat zij vrezen voor de vorming van een communistische staat in het olierijke hart van het Midden-Oosten. Saddam Hoessein is in die tijd een graag geziene gast op de Amerikaanse ambassade van Cairo.

 

  • 1963- Staatsgreep van de Irakese tak van de Ba’thpartij (‘Arabic Ba’thist Socialist Leadersparty’, ABSLP, die toen nog niet meer dan driehonderd leden kende), met behulp van de CIA. President Qasim wordt geëxecuteerd.  Met name de communisten worden massaal afgeslacht. In Bagdad worden er vele politieke moorden gepleegd zoals nog nooit tevoren in Irak gezien was, niet in de laatste plaats opgedragen door Saddam Hoessein, toen leider van de Nationale Garde (Haras al-Qawmi), de paramilitaire tak van de Ba’thpartij. Het vroegere koninklijke paleis wordt ingericht als gevangenis. In dit zogenaamde ‘al-Qasr an-Nihayyah’ (het ‘Paleis van het Einde’) sterven vele Iraki’s de marteldood. De terreur van de rechts-radicale Ba’thi’s is echter zo extreem dat het leger, waarin vooral ‘conservatieve’ krachten een rol spelen en dus tegenstander van het radicalisme van de Ba’thpartij, hetzelfde jaar ingrijpt en hen de macht ontzegt. De nieuwe president van Irak wordt de ‘Nasseristische’ generaal Abd Al-Rahman Arif. Prominente Ba’thi’s, zoals Saddam Hoessein, worden gevangen gezet. Arif begint voorzichtige democratische politieke hervormingen. De modernisering van Irak, begonnen onder Qasim, wordt met harde hand voortgezet. In 1966 komt Abd Al-Rahman Arif om bij een helikopterongeluk en wordt opgevolgd door zijn broer Abd as-Salam Arif. Hij ontslaat de liberale premier Abdul Al Bazzaz, waardoor er een einde komt aan het geleidelijke democratiseringsproces.

 

  • 1967-Nederlaag tegen Israël. Overal in de Arabische wereld laaien hevige gevoelens van frustratie en nationalisme op. Irak maakt hierop geen uitzondering. Onder druk van de publieke opinie laat president Arif vele radicale Arabische nationalisten vrij, waaronder kaderleden van de Ba’thpartij.

 

  • 1968- De tweede Ba’th-coup, de zogenaamde ‘Bloedeloze Revolutie’, of  ‘Glorieuze 17 juli Revolutie’, wederom met steun van de CIA (de contactman tussen de Ba’thi’s en de Amerikanen was een zekere Lloyd Anderson, gevierd CIA agent). Zonder al te veel geweld veroveren de Ba’thi’s het presidentiele paleis en wordt Abd as-Salam Arif op een vliegtuig naar het buitenland gezet. Generaal Ahmed Hasan Al Bakr wordt de eerste Ba’th president van Irak. Saddam Hoessein wordt vice-president van de ‘Revolutionaire Commando Raad’ van de Ba’thpartij, maar al snel ook vice-president van het land. Saddams eerste politieke daad in deze functie is de publieke ophanging van dertig Irakese joden in 1969, op grond van vermeende spionage voor Israël. Overigens laten de Ba’thi’s, direct na de coup, hun pro-Amerikaanse koers varen en oriënteren ze zich op de Sovjet Unie. De communisten krijgen een regeringspost aangeboden in het zogenaamde ‘Progressief Nationaal Front’, samen met de Marxistische ‘Popular Union of Kurdistan’ (de Koerdische Volksunie, oftewel PUK). Een aanzienlijk deel van de Communistische Partij weigert echter om met de Ba’th samen te werken. Zij gaan ondergronds en plegen in de loop van de jaren zeventig veel aanslagen op Ba’thistische doelen (voornamelijk de volgelingen van de in 1970 geëxecuteerde dissidente communist Aziz al Hajj, die onder ballingen in Nederland nog steeds een grote aanhang heeft). De coalitie met de ‘pro-Russische’ factie van de communistische partij levert Irak een goede relatie met de Sovjet Unie op, hoewel er in die tijd ook hechte banden zijn met Frankrijk (zo leverde Frankrijk de Mirage vliegtuigen, essentieel voor de Irakese luchtmacht en verschafte het de onderdelen voor de Iraake kerncentrale van Osirak, in 1981 door Israël gebombardeerd). De toenmalige Franse premier Jacques Chirac omschreef in de jaren zeventig Saddam Hoessein overigens als en ‘Arabische de Gaulle’. Dit ingewikkelde gegoochel met koude oorlogsmachten kan voor een buitenstaander vreemd overkomen, maar begrepen moet worden dat Irak in die tijd, samen met Indonesië en India, de voorzitter was van de zogenaamde ‘Unie van Ongebonden Landen’ (gezien in de context van de koude oorlog). Bovendien bestaat er in de Irakese politieke traditie de gewoonte om gelegenheidscoalities te sluiten. Zo sloten bijvoorbeeld de twee belangrijkste Koerdische partijen, de  PUK en de KDP, bij tijd en wijle een pact met de Ba’thpartij, om de concurrent dwars te zitten. Verder waren verschillende mogendheden natuurlijk buitengewoon gretig naar goede betrekkingen met Irak vanwege de grote oliereserves, iets wat in de hele geschiedenis van Irak in de twintigste eeuw altijd een belangrijke rol heeft gespeeld.De vice-president Saddam Hoessein krijgt in de loop van de jaren zeventig echter steeds meer macht, ten koste van president Hasan Al Bakr. Met name de veiligheidsdiensten staan volledig onder zijn controle, zoals de ‘Mukhabarat’, de beruchte Irakese geheime dienst  (vooral opgeleid door de Russische KGB, de Oost-Duitse Stasi en de Roemeense Securitate). Het  ‘Paleis van het Einde’ wordt weer in ere hersteld. Overigens begint Saddam in deze tijd al aan zijn gewoonte om binnen een veiligheidsdienst weer een nieuwe op te bouwen, om de bestaande organisatie te controleren. Zo wordt er binnen de Mukhabarat de ‘Amm al-Khass’ opgericht, om naar verloop van tijd weer gecontroleerd te worden door de ‘Amm al-Amm’. De tijdens de afgelopen Irakoorlog veelbesproken ‘Fedayyeen Saddam’ is hier in feite het laatste uitvloeisel van. Uiteindelijk worden de ICP en de PUK uit het Progressief Front gezet. Op last van Saddam Hoessein worden de communisten massaal vervolgd, zelfs tot in het buitenland, waarbij vele kopstukken van de vroegere ICP worden geliquideerd (bijv. in een beruchte moordaanslag in een Londens ziekenhuis). Ook wordt de top van de radicaal Shiietische islamitische ‘Dawa-partij’ (de ‘moeder aller Hizbollahs’) volledig uitgeroeid. De leider van de Dawa, Ayatollah Mohammed Bakr as-Sadr, de oom van de geestelijk leider Muqtada as-Sadr die tegenwoordig veel van zich doet spreken, wordt vermoord middels het inslaan van een spijker in zijn schedel. Vele Shiieten worden de grens over gezet naar Iran, vanwege hun gebrekkige ‘loyaliteit’ aan de ‘Arabische zaak’. Het zouden immers geen ‘pure Arabieren’  zijn, maar ‘Perzische verraders’. Aangetekend moet worden dat de meeste Iraakse Shiieten volstrekt seculier zijn, tot op de dag van vandaag, althans dat persoonlijke religieuze overtuigingen niet politiek gebruikt mogen worden (de overgrote meerderheid van de Irakese Shiietische clerus deelt deze mening. De in 1991 overleden en waarschijnlijk door Saddam vermoorde Groot Ayatollah Abdel Kassem Al Khoey van Najaf, voorganger van de huidige Groot Ayatollah Ali Seyyed Sistani, stond immers bekend als een zeer verlicht en liberaal denker). Zo hadden de communisten bijvoorbeeld de grootste aanhang onder de Shiietische bevolkingsgroep. Irak verandert in de jaren zeventig echter in een politiestaat, waarin niets anders meer getolereerd wordt dan de ideologie van de Ba’th.  Dictatoriaal bestuurde buurlanden, zoals het Saoedi-Arabië van het Wahabitische koningshuis, het Iran van de Shah en het Syrië van president Hafez al-Assad (waar N.B. de Ba’thpartij ook aan de macht is), vallen hierbij in het niet. Kanan Makiya, Iraks belangrijkste dissidente schrijver, heeft al in de jaren tachtig overtuigend aangetoond, in zijn indrukwekkende relaas Republic of Fear (vooralsnog het grote standaardwerk over het Irak van de Ba’thpartij), dat de Irakese Ba’thistische staat veel meer overeenkomsten had met het Duitsland van Adolf Hitler en de Sovjet Unie van Josef Stalin dan met een doorsnee ‘derdewereld dictatuur’.Wel maakt Irak in de loop van de jaren zeventig een grote economische bloei door en geldt het als een van de meest ontwikkelde landen van de regio. Verschillende ontwikkelingsprogramma’s zijn buitengewoon succesvol, vooral het grootschalige onderwijsproject. In 1977 ontvangt Saddam Hoessein zelfs een onderscheiding van de UNESCO (de zogenaamde ‘Kropeska Award’) voor zijn strijd tegen het analfabetisme, met name met dat van vrouwen. Er moet echter worden aangetekend dat dit een feitelijke voortzetting is van het beleid van de presidenten Qasim en de gebroeders Arif (de politiek van modernisering middels de ‘ijzeren vuist’).

 

  • 1971-1975 Conflict met Iran en de Koerden. De pro-westerse Iraanse Shah, Mohammed Reza Pahlavi, ziet zijn kans schoon en eist van het door de vele revoluties verzwakte Irak de strategische waterweg naar de Perzische Golf op, de Shatt Al Arab, de gedeelde grens met Iran. Voorheen werd deze strategische uitvoerroute van olie min of meer gedeeld. Tegelijkertijd beginnen de Koerden in het noorden, met steun van de Shah en de Verenigde Staten, een guerrillaoorlog tegen het onderdrukkende Ba’thbewind in Bagdad (hoewel de CIA uitgebreide steun had geleverd aan de machtsgreep van de Ba’th waren zij op dat moment weer een beetje uitgekeken op deze beweging, vanwege de steeds betere betrekkingen met de Russen). De Iraakse regering slaagt er niet in om zonder meer de strijd te winnen van de KDP (Koerdistan Democratische Partij, dus niet ‘Koerdische’ omdat er ook veel christelijke groeperingen bij betrokken zijn) van Mullah Mustafa Barzani  en zijn ‘Peshmerga’s’ (de Koerdische partizanen). Uiteindelijk weet vice-president Saddam Hoessein een compromis met de Shah te sluiten. Dit wordt beklonken in het ‘Verdrag van Algiers’ in 1975. De rechten over de Shatt al-Arab gaan naar Iran, terwijl Iran en Amerika de Koerdische opstand laten vallen. Vertegenwoordiger van Amerika is Henry Kissinger, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken.  De Koerden noemen het Verdrag van Algiers nog altijd het  ‘Eerste Verraad van Amerika’. Grote delen van de Koerdische bevolking worden gedwongen hun dorpen te verlaten en naar kampen in Zuid Irak gedeporteerd, in de beruchte ‘herhuisvesting programma’s’. Dit  ter bevordering  van de ‘Revolutionaire Arabiserings-campagne’ van het noorden, waarbij vele Arabische Soennieten (waaronder vooral veel Ba’th loyalisten) op grote schaal gedwongen worden te verhuizen naar overwegend Koerdische steden, als Mosul en Kirkuk.

 

  • 1979- Saddam Hoessein wordt president van Irak. Ahmed Hasan Al Bakr wordt, vanwege zijn ‘zwakke gezondheid’, rigoureus met pensioen gestuurd. Er volgt een zuivering binnen de top van de Ba’thpartij, waarbij zo’n  driehonderd prominente partijleden het leven laten. De ‘Pan-Arabische’ en ‘linkse’ krachten binnen de Ba’thpartij worden volledig geëlimineerd. Op het voor deze gelegenheid speciaal bijeengeroepen partijcongres, spreekt Saddam Hoessein de historische woorden: “Wij hebben geen Stalinistische methodes nodig om ons van verraders te ontdoen; wij hebben onze eigen Ba’thmethodes”. Videobeelden van dit congres worden, naast uitgezonden op de Irakese staatstelevisie, naar de verschillende Ba’thorganisaties in Arabische landen gestuurd (Syrië, Jordanië, Libanon en Egypte), zodat er geen twijfel meer kan bestaan wie nu de leider van de beweging is. Saddam eist van de zijn getrouwe partijleden dat ze persoonlijk de executies uitvoeren, zodat zij zich geheel aan hem binden en dus medeschuldig zijn. Onder hen bevinden zich o.m. Saddams halfbroers Barazan, Watban en Sabawi, zijn neef en broer van zijn vrouw Adnan Khairallah Tulfah (op last van Saddam in 1989 uiteindelijk vermoord), zijn achterneef Ali Hassan al-Majid (‘Ali Chemicali’), Taha Yassin Ramadan, Izzat Ibrahim al-Dhoury, Mohammed Said as-Sahaf (de laatste Iraakse minister van Informatie) en Tariq Aziz. Rond Saddam Hoessein ontstaat er een persoonlijkheidscultus die in de tweede helft van de twintigste eeuw slechts haar equivalenten kent in het China van Mao Zedong, het Noord Korea van Kim Il Sung en het Roemenië van Nicolae Ceaucescu.

 

  • 1980-1988 Irak/Iran oorlog, de eerste golfoorlog. Irak valt Iran binnen. Saddam Hoessein grijpt zijn kans om van het door de Islamitische Revolutie verzwakte Iran de rechten over de Shatt Al Arab weer op te eisen (die Irak was kwijtgeraakt door het verdrag van Algiers in 1975). Voorts wil hij de etnisch Arabische en olierijke provincie Khuzestan ‘bevrijden’ (‘Arabistan’, volgens de Ba’th retoriek). De nieuwe Iraanse ‘islamistische’ revolutionaire leider, de Ayatollah Ruhollah Khomeiny, roept echter een Heilige Oorlog uit tegen het ‘Goddeloze Socialistische Ba’thregime in Bagdad’, waardoor hij de oorlog onnodig lang heeft gerekt. Als legitimatie van zijn kant roept hij op tot de ‘bevrijding’ van de onderdrukte Shiietische bevolking van Zuid-Irak. Aanvankelijk voert Saddam Hoessein zelf het opperbevel over de strijdkrachten uit. Toch blijkt hij zijn strategische gaven sterk te overschatten. Uiteindelijk is Iran steeds meer aan de winnende hand en dwingt een aantal Iraakse generaals Saddam om de strategische beslissingen aan hen over te laten, om nog te redden wat er te redden valt. Saddam geeft hier noodgedwongen aan gehoor, hoewel na de oorlog al deze generaals om het leven worden gebracht. Een van de grote helden uit dit conflict is generaal Maher Abdul al-Rashid geweest. Hij dwong Saddam, met getrokken revolver, om het opperbevel naast zich neer te leggen, en de leiding aan hem over te dragen. Dankzij hem hebben er minder grote excessen plaatsgevonden tijdens deze oorlog dan Saddam wellicht van plan was. Generaal al-Rashid is na de oorlog echter vermoord door de Mukhabarat. Zijn positie is in veel opzichten vergelijkbaar met die van Maarschalk Zjoekov van het Rode Leger onder Stalin tijdens WO II, die aanvankelijk ten koste van Stalin het opperbevel voerde, maar later eveneens werd weggezuiverd.Overigens waren de meeste van deze generaals afkomstig uit de traditionele officierenklasse van de Irakese samenleving, die ook in de tijd van het Osmaanse Rijk de bestuurlijke elite van Irak vormden (onder de Sultan kwam het ambtelijke apparaat traditioneel uit deze in regel ‘conservatieve’ aristocratische klasse voort). Hoewel Soennitisch Arabisch, had deze maatschappelijke bovenlaag het weinig op met de ‘riool-elite’ (deze term is ontleend aan de Britse historicus Allan Bullock, uit zijn beroemde dubbelbiografie van Hitler en Stalin, maar zeker ook toepasbaar voor het Irak van die tijd) van de Ba’thpartij en de kliek rond Saddam Hoessein, vooral afkomstig uit de ‘achtergebleven’ gebieden van Tikrit, Fallujah, Baquba en Ramadi, in het gebied van de nu veelbesproken ‘Soennitische driehoek’. Er bestond dus nogal een verschil tussen het reguliere leger en gewapende partij activisten, als de ‘Republikeinse Garde,’ de ‘Speciale Republikeinse Garde’ en de latere ‘Fedayyeen Saddam’ (de vergelijking met bijvoorbeeld de aan de Nazi partij gebonden Waffen SS enerzijds en de reguliere Wehrmacht anderzijds gaat  in dit geval zeker op).Irak wordt , vanwege de steeds groter wordende verliezen, uitgebreid gesteund door Amerika. De VS willen wraak nemen op Iran na de dramatisch verlopen gijzelingsactie van de Amerikaanse ambassade in Teheran, tijdens de islamitische revolutie. Naast het verstrekken van satellietfoto’s van de Iraanse stellingen, ontvangt Irak preparaten voor biologische wapens (bijv. anthrax, hoewel  zeventig procent van de basismaterialen van de chemische wapens, zoals de gifgassen tabun en sarin, afkomstig waren uit Duitsland en zelfs voor een klein deel uit Nederland, geleverd door de toenmalige staatssecretaris van buitenlandse handel Frits Bolkestein, die in 1983 namens het kabinet Lubbers I een lucratieve handelsdeal sloot met het Irakese Ba’th regime), met goedkeuring van de Amerikaanse regering, in een tijd dat Irak al chemische wapens had ingezet op Iraanse troepen (overigens op expliciet bevel van Saddam Hoessein; de Irakese legertop was hier immers uitgesproken tegen). De speciale gezant van de regering Reagan voor Saddam Hoessein is Donald Rumsfeld, de huidige Amerikaanse minister van defensie. De Irak/Iran oorlog kost een miljoen slachtoffers aan beide kanten. Uiteindelijk leidt deze oorlog slechts tot een patstelling, zonder dat een van beide partijen iets heeft bereikt.Wel roept Saddam na afloop de overwinning uit. Hij laat hiervoor zelfs een kolossaal monument oprichten, de zogenaamde Victory Arch, het monument van de gekruiste zwaarden, uitgevoerd door twee van Iraks beroemdste beeldhouwers (Khalid al-Rahal en Mohammed Ghani Hikmet), maar  ontworpen door Saddam Hoessein zelf. Een veelzeggend detail is dat er in dit ‘kunstwerk’ echte helmen zijn verwerkt van gesneuvelde Iraanse soldaten, meegenomen van het front en allen voorzien van een kogelgat.

 

  • 1988- Het jaar van de ‘Anfal operaties’, de genocide campagne op de Koerden. Saddam Hoessein neemt wraak op de Koerden op ongekende schaal, omdat zij zich de afgelopen jaren grotendeels achter Iran hadden opgesteld. Door de Koerden van Noord Irak wordt de ‘Anfal’ (oorspronkelijk een Soera uit de Koran, door de Ba’thi’s als codenaam gebruikt voor deze genocide) gezien als de ‘Holocaust’ op het Koerdische volk. 180.000 Koerden komen om, de meerderheid door massa-executies, maar een groot gedeelte ook door gifgasaanvallen, waarvan de getroffen stad Halabdja het meest berucht is geworden, omdat dit uitgebreid is geregistreerd door de internationale pers. Dit geschiedde overigens met gas dat uit Duitsland afkomstig was. Hoe belangrijk Halabdja en de minder bekende vergaste stad Goeptapa (waar geen beelden van bestaan, maar slechts enkele getuigenverklaringen) en vele dorpen die ook een gifgasaanval over zich heen hebben gehad ook geweest zijn, blijft de kern van de Anfal toch de massale liquidatie van hele Koerdische gemeenschappen, die de dood vonden in massagraven in het zuiden van Irak. Nadat de inwoners van complete dorpen werden geconcentreerd in militaire forten langs de Iraanse grens (zoals in het beruchte Fort Koratoe, dat als ‘doorgangskamp’ functioneerde), werden deze vervolgens naar de zuidelijke woestijn afgevoerd, vlakbij de Saoedische grens, waar zij de dood vonden in massagraven, met name in de afgelegen woestijngebieden van de provincie al-Muthanna, waar overigens nu Nederlandse militairen zijn gestationeerd. Vreemd genoeg horen wij hier niets over in de Nederlandse media, terwijl juist hier Saddams grootste massagraven liggen. Getuigen zijn er namelijk genoeg. Saoedische grensbewoners hebben inmiddels vele verklaringen afgelegd over het geknal van deze massa-executies. Ook is een Irakese Bedoeienen familie (Arabisch dus) erin geslaagd om een nog levend Koerdisch slachtoffer uit een massagraf te halen, bij wie hij kon onderduiken. Het betrof de toenmalige twaalf jaar oude Koerdische jongen ‘Taimoer’ (pseudoniem), nu een van de belangrijkste getuigen in de kwestie ‘Anfal’.Saddam Hoessein benoemt zijn achterneef, ‘Generaal’ Ali Hassan al-Majid (‘Ali Chemicali’, vandaar deze bijnaam, overigens oorspronkelijk slechts een locale politieagent uit Tikrit) tot  gouverneur van Koerdistan, om deze volkerenmoord te voltrekken. Een grote tragedie is dat vele Koerden zelf hebben meegewerkt aan deze genocide. Zij vormen de beruchte ‘Djash milities’, loyaal aan de Ba’th, en assisteren in de massamoord op hun eigen volksgenoten (‘Djash’ betekent ‘ezelsveulen’ in het Koerdisch). In het Amerikaanse congres gaan veel stemmen op om Irak, na ‘Halabdja’ (de totale impact van de Anfal was toen nog in het Westen onbekend), te boycotten. Bush senior spreekt echter zijn presidentiele veto uit. Irak is immers een begunstigde handelspartner. Verder schrijft in 1989 het Army War College in Washington een ‘analyse’, waarin getracht wordt aan te tonen dat de vergassing van Halabdja het werk van Iran was.

 

  • 1990-1991 De Koeweitcrisis en de tweede golfoorlog. Irak valt Koeweit binnen. Hoofdreden van deze invasie is de Irakese beschuldiging aan Koeweit dat het de olieprijzen zou devalueren, tegen de OPEC afspraken in. Verder zit Irak met een enorme schuldenlast na de desastreuze oorlog met Iran. Ook speelt de oude claim op Koeweit een rol, althans voor de legitimatie van deze inval (zoals die van president Qasim uit 1961, maar ook al eerder door de Hashemitische koningen, om de eilanden Warba en Bubiyyan, die de Irakese kust blokkeren, inzake de vrije afvoer van olie. Saddam stelt Ali Hassan al-Majid aan als gouverneur van Koeweit. Onder zijn leiding wordt het steenrijke oliestaatje binnen een half jaar volkomen leeggeplunderd. Honderden Koeweiti’s worden vermoord. Hoewel Amerika willens en wetens het verhaal de wereld in stuurt dat de Irakezen op grote schaal couveuse baby’s zouden hebben vermoord (dit verhaal bleek achteraf een propagandistisch verzinsel), verklaart een niet onbelangrijke ooggetuige (de Koeweitse mensenrechtenactivist en verzetsstrijder Khalid Nasir as-Sabah, een lid van de koninklijke familie, maar die zich altijd heeft verzet tegen de dictatuur van zijn eigen verwanten en meermalen is opgekomen voor de rechten van bijvoorbeeld de zwaar gediscrimineerde Palestijnse minderheid in zijn land) dat Koeweit binnen de kortste keren was veranderd in een soort bizarre kruising van een ‘slachthuis en een schijthuis’. Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat de helft van de Koeweitse bevolking nog steeds lijdt aan ernstige psychologische aandoeningen, veroorzaakt door de trauma’s van de invasie van 1990.Hoewel het Ba’thbewind voor die tijd de mensenrechten niet minder schond, is de wereld opeens te klein om Saddam Hoessein scherp te veroordelen. President Bush en de Britse premier Margaret Thatcher staan aan de voorste linies. Onder leiding van Amerika wordt er een mondiale coalitie gevormd ter ‘bevrijding van Koeweit’, hoewel Koeweit voor die tijd zuchtte onder de dictatuur van de Emirdynastie as-Sabah. Saillant is bijvoorbeeld dat de Koeweitse vrouwenbeweging na de golfoorlog hoopvol steun zocht bij de Amerikaanse regering. Zij kregen echter nul op het rekest, omdat de Koeweitse vrouwen simpelweg niet meer interessant waren.  Met een groot militair offensief verdrijft Amerika Irak weer uit Koeweit. Hoewel Saddam Hoessein de overwinning uitroept in de ‘Umm al-Marik’ (de ‘Moeder aller Veldslagen’), wordt binnen twee maanden het Iraakse leger verpletterend verslagen. Ondanks de suggestie van generaal Norman Schwarzkopf op zijn  beroemde persconferenties dat het om een ‘schone oorlog’ gaat, is de gehele infrastructuur van Irak kapotgebombardeerd (ziekenhuizen, elektriciteitscentrales, bruggen over de grote rivieren en waterzuiveringsinstallaties), met rampzalige gevolgen voor de bevolking. Verder is er door de Amerikanen, willens en wetens, verarmd uranium gebruikt. Naast dat vele Amerikaanse golfoorlogveteranen hier nog grote problemen van ondervinden (het zogenaamde ‘golfoorlogsyndroom’), worden er tot op de dag van vandaag in de regio van Basra opvallend veel zwaar gehandicapte kinderen geboren.  Ook vindt er, na de militaire nederlaag, de zogenaamde ‘Grote Intifadah’ plaats. Deze begint in Basra, op initiatief van het Irakese leger, dat halsoverkop Koeweit is ontvlucht. Het startsein van deze Intifada wordt gegeven door de legendarische tankcommandant Abu Haidar, die zijn mannen de opdracht geeft om het portret van Saddam op het centrale Sa’ad plein in Basra aan puin te schieten. Abu Haidar is waarschijnlijk gevallen tijdens de Intifadah. Het Iraakse volk komt massaal in opstand tegen het gehate Ba’thbewind van Saddam Hoessein, aangemoedigd door George Bush sr: “But there is another way to stop the bloodshed. The Iraqi military forces and the civilians have now the chance to get rid of their brutal dictator and force him to step aside. This is the day of the Iraqi people”. De Irakese bevolking van vooral het noorden en het zuiden, maar zelfs ook in Bagdad, geeft gehoor aan deze oproep, in de veronderstelling dat de Amerikaanse troepen steun zullen bieden. Vijftien van de achttien provincies vallen in handen van de rebellen. Op het laatste moment besluit Amerika echter om zich buiten het conflict te houden. De regering in Bagdad slaat de Intifadah in het zuiden neer, wederom onder leiding van Ali Hassan al-Majid, en onder toeziend oog van de Amerikaanse troepen, die geen vinger uitsteken om de wanhopige bevolking te hulp te schieten. Cruciaal in de onderdrukking van de Intifadah is dat Norman Schwarzkopf de Iraakse autoriteiten toestemming geeft gevechtshelikopters in te zetten. Hiermee geeft hij de helpende hand aan Saddam om zijn eigen burgerbevolking af te slachten. Tienduizenden Iraakse burgers (volgens sommige schattingen zelfs meer dan honderdduizend) worden vermoord. De rottende lijken blijven willens en wetens in de straten liggen van de grote Shiietische steden als Karbala, Najaf, Hilla, Babylon, Amara, Diwanniyyah, Sammawah, Nassariyah en Basra, als afschrikkingseffect. Een gruwelijk detail is dat de Irakese staatstelevisie na afloop video-opnames uitzendt, waarop te zien is hoe Ali Hassan al-Majid in Basra persoonlijk gevangenen martelt en executeert (zo laat hij hen een glas benzine leegdrinken om vervolgens een explosieve kogel af te vuren, waardoor zijn gevangenen levend in brand vliegen en hun lichamen exploderen). Dit ter waarschuwing aan de hele Iraakse bevolking.Een groot aantal Shiieten slaat op de vlucht en wordt door de Amerikanen naar Saoedie Arabië afgevoerd. Daar worden zij overgedragen aan de Saoedische autoriteiten die hen in gevangenenkampen in de woestijn opsluit (de kampen Rafha en ath-Thawira), onder een gruwelijk regime. Marteling, dwangarbeid, willekeur en hongersnood zijn aan de orde van de dag. Vrouwen worden regelmatig als prostituees verkocht en de Saoedische kampbewakers zien er geen probleem in om voor flessen whisky gevangenen te verkopen aan de Irakese Mukhabarat. Jarenlang verblijven zij daar, vergeten door de rest van de wereld (voor de VS had deze groep geen prioriteit meer, terwijl zij, samen met de Saoedische regering, als enige op de hoogte waren van het bestaan van deze kampen, alsmede van wat zich daar werkelijk afspeelde). Uiteindelijk weet een van deze ‘gevangenen’ in 1995 te ontsnappen en via het kantoor van BBC World in Riyadh de VN in te schakelen en worden deze 60.000 ‘vluchtelinggevangenen’ bevrijd door de UNHCR en toegewezen aan verschillende westerse landen, hoewel er tot op de dag van vandaag nog altijd mensen in deze kampen worden vastgehouden die daar als slaven worden behandeld. Een aantal van deze vluchtelingen verblijft tegenwoordig in Nederland. Overigens is, sinds een paar jaar, een aantal veteranen van Rafha en ath-Thawira, die verspreid over de hele wereld wonen, bezig met het voorbereiden van een internationale aanklacht tegen, naast natuurlijk de kopstukken van de Ba’thpartij, de regeringsfunctionarissen van zowel Saoedie Arabië als de Verenigde Staten die verantwoordelijk waren voor deze politiek.Ook de Koerden in het noorden worden tijdens de opstand in de steek gelaten. Er volgt een exodus van twee miljoen Koerden uit de grote steden.  Beelden van naar de bergen gevluchte uitgehongerde Koerden aan de Turkse grens gaan de hele wereld over en wekken vooral een mondiaal afgrijzen op. In dit verband wordt er door de Koerden vaak gesproken van het ‘Tweede Verraad van Amerika’ (het  ‘Eerste Verraad’ vond plaats in 1975, na het verdrag van Algiers). Wel slagen de Koerden erin om overvolle vrachtwagens, gevuld met documenten uit de kantoren van de Ba’thpartij en de Mukhabarat van Koerdische steden als Mosul, Kirkuk, Irbil, Suleimanya, Zakho en Dohuk, naar het buitenland te smokkelen, waardoor voor het eerst  het ‘bureaucratische bewijs’ aan de wereld wordt getoond dat de Anfal als centraal georganiseerde genocide campagne wel degelijk heeft plaatsgevonden (achttien ton gewicht aan papier volgens Human Right Watch). In het westen bestonden er nog altijd twijfels, afgezien van ‘Halabdja’ (waar televisiebeelden van bestaan), hoewel met name in Amerika vaak is gesuggereerd dat dit het werk van Iran was, zie het rapport van het Army War College uit 1989. Nadat Irak Koeweit was binnengevallen zijn de twijfelachtige argumenten van dit rapport overigens klakkeloos overgenomen door linkse oorlogstegenstanders als Edward Said  (hoewel hij hier later op is teruggekomen en zijn spijt heeft betuigd), Ramsey Clarke en zelfs zeer recent door oud CIA man Stephen Pelletiere (in voorjaar 2003 en zelfs verschenen op de opiniepagina van de NRC). Ook de propagandamachine van de Ba’thpartij heeft zich, ironisch genoeg, vaak bediend van deze ‘Amerikaanse argumenten’, hoewel ‘Ali Chemicali’ zelf op band heeft toegegeven dat er wel ‘iets’ is gebeurd. “180.000 is een leugen, het zijn er hooguit 100.000 geweest”, riep ‘Saddams bloedhond’ Ali Hassan al-Majid zeer  geagiteerd, maar gelukkig wel geregistreerd, aan een onderzoekscommissie van de VN. Nog een andere op band geregistreerde uitspraak van Ali Chemicali uit 1987, binnen de Revolutionaire Commando Raad die onder strikte controle van Saddam Hoessein staat, is: “We pakken die Koerden met gifgas. De hele wereld zal wel protest voeren maar dat kan ons niets schelen”. Human Right Watch houdt nog altijd vast aan het cijfer 180.000 vermoorde Koerden , wat ook is vastgesteld door de Koerdische oppositie partijen, de PUK en de KDP, gebaseerd op lijsten van verdwenen personen. Recente opgravingen van massagraven lijken dit aantal bevestigen. De belastende documenten zijn door het Iraq Research and Documentation Project van de Harvard Universiteit, dat onder leiding staat van Kanan Makiya, voor een belangrijk deel op internet gezet, waardoor er eigenlijk geen discussie meer mogelijk is over deze kwestie. De Anfal heeft gewoon plaatsgevonden, hoezeer  zowel ‘links’ als ‘rechts’ hebben getracht om dit historische drama te ontkennen, ten behoeve van de eigen politieke agenda.

 

  • 1991-2003 Irak is getroffen door sancties van de VN. Hoewel de bevolking er sterk onder te lijden heeft, blijft het regime stevig in het zadel zitten. Het profiteert zelfs van de sancties, vanwege de hoge inkomsten uit de oliesmokkel (gecoördineerd door Saddams oudste zoon Uday), terwijl de bevolking verhongert, en daardoor te verzwakt is om een nieuwe opstand te beginnen. In Irak voltrekt zich een humanitaire ramp. Volgens UNICEF en de VN functionarissen die verantwoordelijk waren voor het ‘Oil for Food Programm’ (achtereenvolgens de Ier Dennis Halliday, de vroegere plaatsvervangend secretaris generaal van de VN, en de Duitse topdiplomaat Hans von Sponeck), sterven er een miljoen kinderen aan de directe gevolgen van het embargo. Tot 1998 worden er wapeninspecties gehouden, totdat de wapeninspecteurs het land worden uitgezet. Of Irak na die tijd nog massavernietigingswapens bezit of heeft kunnen verkrijgen, is onder de voormalige inspecteurs een omstreden kwestie.In de loop van de jaren negentig pleegt Saddam Hoessein nog een daad van genocide. Deze keer betreft het de zogenaamde ‘moeras-Arabieren’. Dit volk leeft al millennia lang in de moerasdelta van de Eufraat en de Tigris (tot voor kort een internationaal beschermd natuurgebied), met behoud van eigen tradities, taal en cultuur, en wordt door veel taalkundigen, archeologen en historici zelfs gezien als een laatste restant van de oude Mesopotamische culturen. Naast de Islam kent deze bevolkingsgroep nog altijd pre-islamitische en zelfs pre-christelijke religies, zoals de ‘Manday’ (de volgelingen van Johannes de Doper, met een geheel eigen Heilig Boek, opgesteld in het oud-Aramees) en aanhangers van de oud-Perzische Zoroaster-cultus. Saddam besluit de moerassen droog te leggen en hele dorpen uit te moorden, of te deporteren. In dit geval is er sprake van een humanitair drama, maar ook van een unieke ecologische en culturele ramp.In ballingschap verenigen een aantal Irakese oppositiepartijen zich in het Iraqi National Congress (INC) dat onder leiding staat van de in Engeland en Amerika opgegroeide wiskundige en bankier Ahmed Chelaby.  Deze organisatie wordt in 1993 opgericht in Salahuddin (Koerdistan), maar heeft haar hoofdkwartier eerst in Wenen, later in Londen. Belangrijkste tegenhanger wordt in de loop van de jaren negentig het zogenaamde Al Wifaq Al Watani (Iraqi National Accord, INA) van Ayad Allawi, dat vooral uit ex-generaals, Arabische nationalisten en afvallige Ba’thi’s bestaat. Beide groepen worden om beurten door Amerika gesteund. Het INA tracht in 1996, met behulp van de CIA , zelfs een staatsgreep te plegen. Het complot wordt echter voortijdig ontdekt door Saddams Mukhabarat en alle agenten van INA binnen Irak worden om het leven gebracht. Een andere belangrijke oppositiekracht is de ‘Supreme Councel for Islamic Revolution in Iraq’ (SCIRI) van  de recent vermoorde Ayatollah  Sayyid Mohammed Bakr al-Hakim, die tot voor kort in Iran zetelde. Deze groepering beschikt ook over een eigen legermacht, de zogenaamde Badr Brigade, die herhaaldelijk de grens oversteekt om aanvallen te plegen op Ba’thistische doelen. De eens zo invloedrijke Irakese Communistische Partij blijkt in de jaren negentig nauwelijks meer een factor van betekenis te zijn, al heeft deze, bijvoorbeeld onder ballingen in Nederland, een opvallend grote aanhang, vooral onder kunstenaars.In Koerdistan krijgt een smalle strook zelfbestuur, geregeerd door de ‘nationalistische’ KDP (westelijke gedeelte) van Massoud Barzani  (de zoon van Mullah Mustafa Barzani) en de ‘Marxistische’ PUK (oostelijke gedeelte) van Jalal Talabani, onafhankelijk van het regime in Bagdad, hoewel zij tot 1994 afwisselend om hulp hebben gevraagd aan Saddam Hoesseins Republikeinse Garde om de tegenpartij uit te schakelen. Tot 1996 is er zelfs sprake van een Koerdische burgeroorlog. Andere partijen in dit conflict zijn de oude pro-Ba’thistische Djash milities, de Shiietische ‘Faili-Koerden’, die een kleine minderheid vormen en de Soennitische islamistische Koerdische IMIK (Koerdische Islamitische Eenheidsbeweging), waarvan de radicale afsplitsing al-Ansar al-Islam van Mullah Krekar het meest bekend is geworden.  Na die tijd heeft Koerdistan zich echter kunnen ontwikkelen tot een min of meer functionerende democratische staat, met een betrekkelijke economische groei, ondanks de sancties. Aangetekend moet worden dat het vooral om een ‘zwarte economie’ gaat, omdat ook Koerdistan onder het embargo valt.

 

  • 2003 - De derde golfoorlog. Binnen drie weken is er afgerekend met het Ba’thregime. Hoofdoorzaak van deze snelle overwinning is dat de meerderheid van de Iraakse soldaten niet wilde vechten voor het zichzelf gediskwalificeerde regime van Saddam Hoessein. Net voor de eerste aanval was al eenderde van het reguliere leger gedeserteerd, maar tijdens de oorlog moeten het er veel meer geweest zijn, ondanks het buitensporige geweld van de Amerikanen. Het verzet dat gepleegd gedurende de oorlogsweken werd was voornamelijk het werk van partijgebonden organisaties als de Republikeinse Garde, de Mukhabarat en de Fedayyeen, als van buitenlandse Arabische vrijwilligers. De meeste Iraqi’s lieten de coalitietroepen passeren en wachtten gelaten af. Van een absolutistische dictatuur is Irak veranderd in een totale anarchie. Aanvankelijk bestond er een grote euforie onder de overgrote meerderheid van de bevolking, maar men weet nog steeds niet wat men van de nieuwe overheersers moet vinden. De eerste tekenen zijn ongunstig. Veel Iraakse ballingen die weer hun land hebben bezocht, maar ook westerse hulpverleners, wijzen bijvoorbeeld op de strenge censuur van de nieuwe Iraakse pers door de Amerikanen. Van de beloofde nieuwe vrijheid komt, voorlopig althans, weinig terecht. Massavernietigingswapens zijn er niet gevonden, maar des te meer massagraven. Voor het eerst zijn een aantal graven van de Anfal geopend (de grootste nog niet). Organisaties als Amnesty International en Human Right Watch zijn, samen met vele Iraake vrijwilligers, bezig om de menselijke schade van vijfendertig jaar Ba’thoverheersing op te nemen. Irak blijft voorlopig bezet door de Amerikanen, met de onduidelijke toezegging dat het land op termijn  weer haar autonomie zal verkrijgen. Wel is er een Regeringsraad aangesteld die verrassend representatief is. Zo zijn bijvoorbeeld de communisten en de Shiietische islamisten vertegenwoordigd, niet bepaald de natuurlijke bondgenoten van Amerika.  Aangetekend moet worden dat dit niet op het conto van Paul Bremer kan worden geschreven, maar dat dit dankzij de inzet van de inmiddels vermoorde VN gezant Sergio Vieira de Mello tot stand is gekomen. Eerder ondanks de Amerikanen dan dankzij de Amerikanen. De Regeringsraad heeft overigens weinig bevoegdheden, hoewel er een trend is waar te nemen zij steeds meer een onafhankelijke koers tracht te varen en haar macht probeert uit te breiden, ten koste van de Amerikaanse bezettingsautoriteit.  Een goed voorbeeld is een conflict tussen de Raad en Paul Bremer over de bombardementen van Israël op Syrië, najaar  2003. De Regeringsraad veroordeelde deze bombardementen unaniem, terwijl Amerika achter Israël bleef staan. Paul Bremer (wellicht na instructies uit Washington)bestond het zelfs om de inmiddels alom geprezen voorlopige minister van Buitenlandse Zaken van Irak, Hoshyar Zebari (in de Raad vertegenwoordiger van de Koerdische KDP, maar die er verder in zijn eentje voor heeft gezorgd dat de top van de Arabische Liga de voorlopige regering van Irak erkent, wat gezien mag worden als een  uitzonderlijk grote diplomatieke prestatie) op het matje te roepen. Zebari heeft echter namens de hele Raad voet bij stuk gehouden. Ironisch gezien heeft deze kwestie het gezag van de verder zo verdeelde Regeringsraad versterkt en is het respect voor deze Raad, zowel bij de Iraake bevolking als bij de niet onbelangrijke Arabische Liga, aanzienlijk toegenomen. Verder zegt dit conflict veel over de Amerikaanse neoconservatieve illusies dat een ‘democratisch Irak’ plotseling ‘pro-Israël’ zou worden.Hoewel Bremer verder de naam heeft van iemand die in regel veel overlegt en goed luistert naar zijn Irakese adviseurs (al bestaat er onder de Iraqi’s ook zeer zware kritiek), dreigen de Amerikaanse autoriteiten de goodwill te verliezen van zelfs de meest welwillende en pro-democratische Iraakse krachten (zelfs van degenen die positief tegenover de oorlog stonden, omdat zij simpelweg van de Ba’th bevrijd wilden worden). Hoewel dit aspect vrijwel geen aandacht krijgt in de westerse pers, kan mijns inziens dit probleem niet genoeg onderschat worden. De oorzaak hiervan is dat het onduidelijk is hoeveel werkelijke macht Paul Bremer eigenlijk heeft. Volgens de mij bekende tijdelijk teruggekeerde Iraakse ballingen ligt de feitelijke macht vooral in handen van consultants en Amerikaanse bedrijven, die de herverkiezing van George W. Bush financieren, zoals Halliburton, Bechtel, Vinell en de Carlyle Group. Een mij bevriende Iraakse journalist, Ismael Zayer, nu hoofdredacteur van ‘as-Sabah’ (‘de Morgen’), een van de eerste ‘vrije kranten’ van Irak, maar met enige ondersteuning van de Amerikanen, werd het zelfs door Amerikaanse functionarissen verboden om computers aan te schaffen voor zijn redactie, waardoor het werk van een kritische en onafhankelijke krant willens en wetens werd gesaboteerd. Uiteindelijk heeft hij twintig computers uit eigen zak clandestien aangeschaft op de zwarte markt in Bagdad, om toch zijn werk te kunnen doen. Mijn verdere bronnen vertellen mij dat er in feite een grote uitverkoop wordt georganiseerd van de potentiële rijkdommen van Irak, over de rug van de werkelijke belangen van de Iraakse bevolking heen. Voor zover ik het kan inschatten, en met mij zowel vele Irakezen zelf als zeer terzake kundige westerse hulpverleners (dit is ook de mening van de Britse historicus Charles Tripp, die een standaardwerk over de geschiedenis van Irak schreef), vormt dit een precedent voor nog grotere rampen in de nabije toekomst, dan het zogenaamde terrorisme probleem dat we nu kennen. Uiteindelijk zal het Irakese volk dit immers niet accepteren en zou het tot een opstand kunnen leiden, waarbij de huidige problemen in het niet vallen. Extreme politiek (zie de memoires van Getrude Bell, van de conferentie van Cairo uit 1921) lokken nu eenmaal  nog veel extremere reacties uit, zoals bijvoorbeeld een Ba’thpartij of een Saddam Hoessein. De Amerikanen zouden er goed aan doen om lering te trekken uit de ervaringen van de Britten uit de periode 1920-1958, zoals Charles Tripp dit onlangs op een lezing in Amsterdam betoogde. Een herhaling van bijvoorbeeld de al-Wathbah Intifadah uit 1948, lijkt mij niet echt handig (en dan druk ik mij heel eufemistisch uit).Overigens blijft het huidige probleem van terrorisme nog altijd een groot gevaar. De Ba’thpartij is ontbonden, maar waar onvoldoende rekening mee is gehouden, is dat de Ba’thistische organisatie altijd haar zogenaamde ‘cellenstructuur’ heeft behouden, in precies dezelfde vorm zoals deze ooit bedacht was door Michel Aflaq en Salah Eddine al-Bitar in 1947 (naar voorbeeld van Lenins Bolsjevistische partij, van voor de Russische Revolutie). De bewering van Donald Rumsfeld dat Saddam wel snel gepakt zou kunnen worden, omdat hij, in tegenstelling tot  Osama Bin Laden, niet gewend zou zijn aan een leven als guerrilla-strijder, kan als volslagen onzinnig terzijde worden geschoven. Enige kennis van zijn levensloop leert dat Saddam Hoessein vanaf zijn tienerjaren vooral een revolutionair strijder was, die heel goed weet hoe men in de illegaliteit moet opereren (zie de periode 1959-1968). Saddam is zijn hele leven een beroepsrevolutionair geweest, zelfs toen hij aan de macht was. BBC journalist en ervaren Irak bezoeker John Simpson haalt de woorden aan van Wafiq as-Sammarai, het inmiddels gevluchte hoofd van de Irakese militaire inlichtingendienst, over Saddams positie in oa. de oorlog van 1991: “He enjoyed it, even when he was on the top of his power. He knows what it is to be hunted”. Hoewel het grootste deel van de top van de Ba’thpartij inmiddels gearresteerd of dood is (bijvoorbeeld Saddams zonen Uday en Qusay), blijft het grote gevaar bestaan dat de Ba’th als organisatie vitaal genoeg is om vernietigend terug te slaan, al dan niet onder leiding van de voortvluchtige Saddam Hoessein of de eveneens voortvluchtige beruchte vice-president, partij activist en revolutionair van het eerste uur, Izzat Ibrahim al-Dhoury. Voeg hierbij het onzalige besluit van Paul Bremer om het complete reguliere Irakese leger te ontslaan (dat voor het grootste deel niet uit partij activisten bestond, sterker nog veel generaals hebben Saddam gewetensvol voor bepaalde misdaden enigszins kunnen afremmen, zowel in Iran als Koeweit en zelfs wat betreft de Koerden, zie bijv. de kwestie generaal Maher Abdul al-Rashid uit de Irak/Iran oorlog), zodat  een van de machtigste legers van het Midden Oosten ooit nu werkeloos thuis zit, goed  en wel getraind maar zonder enig uitzicht op een nieuw perspectief. Een recept voor nieuwe ongelukken is geboren. Verder bestaat er ook het risico van een soort ‘Afghanistan-scenerio’ (qua vechtende tribale groeperingen), hoewel er direct kan worden tegengeworpen dat Irak en Afghanistan weinig op elkaar lijken. Afghanistan is immers het nog meest rurale land ter wereld, terwijl Irak juist een sterke geürbaniseerde samenleving kent.De wrange ironie is dat Irak mede is aangevallen in het kader van de oorlog tegen het terrorisme. Nu hield Saddam, met zijn Ba’thistische schrikbewind, de islamistische terreurgroepen juist met ijzeren vuist onder de duim. Hoewel er vaak is gesuggereerd dat Saddam contacten onderhield met Al Qaida, is dit nooit bewezen en historisch gezien zelfs zeer onwaarschijnlijk. De ideologie van de Ba’th en die van Al Qaida staan, in de Arabische context, zelfs lijnrecht tegenover elkaar. De ideologen van Saddam waren immers Sati Husri, Michel Aflaq en Salah Eddine al-Bitar, rechts-radicale nationalistische secularisten, terwijl de leer van Osama Bin Laden vooral gebaseerd is op het gedachtegoed van Jamal ad-Dine al-Afghani, Rashid Rida, Hassan al-Banna en Sayyid Qutb, die de filosofische grondslag leverden van het Soennitische fundamentalisme (eigenlijk ‘islamisme’). Al Qaida is in Saoedie Arabië zelfs oorspronkelijk opgericht uit vrees voor een Ba’thistische overheersing van het Arabische schiereiland, na de Irakese invasie van Koeweit in 1990. Nu Irak in een grote anarchie is veranderd is het juist een broedplaats geworden van vele islamistische terreurbewegingen. Het resultaat hiervan zien wij bijna dagelijks op het nieuws.De toekomst is uiterst onzeker. Wat de geschiedenis ons in ieder geval kan leren is dat buitenlandse bezetting of inmenging in Irak meestal hoogst ongelukkig heeft uitgepakt. Toch zou de vrede in Irak gewonnen moeten worden, het liefst met brede internationale steun, zonder allerlei deelbelangen, gemanipuleer, uitbuiting of verborgen agenda’s. In dit moeizame proces dienen in de eerste plaats de belangen van de Iraqi’s zelf centraal te staan.  Het Irakese volk heeft in de twintigste eeuw immers genoeg geleden en verdient zo langzamerhand een rechtvaardige orde.

Floris Schreve

 

  • Said K. Aburrish, Saddam Hussain; the politics of revenge, Bloomsbury Publishing, Londen, 2000.
  • Hanna Batatu, The old social classes and revolutionary movements in Iraq; a study of Iraq’s old landed and commercial classes and of its communists, Ba’thists and Free Officers, Princeton University Press, New Jersey, 1978.
  • Bert Cornillie, Hans Declerq (ed.), In de schaduw van Saddam; het Koerdische experiment in Irak, Bulaaq/van Halewyck, Amsterdam, Leuven, 2003
  • Con Coughlin, Saddam; biografie van een dictator, het Spectrum, Utrecht, 2002 (oorspr. titel Saddam; the secret world, Macmillan,  Londen, 2002).
  • Fran Hazelton (ed.), Iraq since the Gulf War; prospects for democracy, Zed Books, Londen, 1994
  • Samir Al Khalil (pseudoniem van Kanan Makiya), Republic of Fear; the politics of modern Iraq, University of California Press, 1989 (repr. 1998).
  • Samir Al Khalil, The Monument; art, vulgarity and responsibility in Iraq, Andre Deutch, Londen, 1991.
  • Jef Lambrecht, De zwarte wieg; Irak, nazi’s en neoconservatieven, Houtekiet, Antwerpen, Amsterdam, 2003.
  • Kanan Makiya, Verzwegen wreedheid; nationalisme, dictatuur, opstand en het Midden-Oosten (oorspr. titel Cruelty and Silence, W.W. Norton & Company, New York, 1993), Bulaaq/Kritak, Amsterdam, Leuven, 1994.
  • John Simpson, The wars against Saddam; taking the hard road to Baghdad, Macmillan, Londen, 2003.
  • Charles Tripp, A history of Iraq, Cambridge University Press, 2000 (in 2002 in het Nederlands verschenen onder de titel Irak; een geschiedenis, Bulaaq, Amsterdam).
  • Wat betreft de documentatie over de Anfal-operaties, begane oorlogsmisdaden in Koeweit en de onderdrukking van de Intifadah van 1991kan ik verwijzen naar de website van het Iraq Research and Documentation Project (IRDP), van Kanan Makiya en de bekende Irakese hoogleraar sociologie Faleh Abdul Jaber, van de Harvard Universiteit:: http://fas-www.harvard.edu/~irdp/
  • De in Nederland wonende Irakese schrijver Mowaffk al-Sawad (Basra, 1971) schreef een indrukwekkend relaas over zijn ervaringen in het Saoedische kamp ath-Thawira, waarin hij met medewerking van de Amerikanen terechtkwam na de Intifadah van 1991, Stemmen onder de zon, de Passage, Groningen, 2002. Foto’s van hongerstakingen en andere acties van de gevangenen van Rafha en ath-Thawira zijn te vinden op de website van de Iraakse Communistische Partij: http://www.iraqcp.org/rafha/index.htm
  • Over de gevolgen van het embargo, zie het beroemde artikel van Edward Said, Apocalyse now, al-Ahram Weekly, Cairo, 28-1-1997. Dit artikel is terug te lezen op: http://www.hartford-hwp.com/archives/27c/1.16.html
  • Buitengewoon boeiend is het VPRO radio-interview met VRT journalist Jef Lambrecht nav zijn boek De zwarte wieg; Irak, nazi’s en neoconservatieven, over de ideologische wortels van de Ba’thpartij. Terug te luisteren op:  http://www.vpro.nl/programma/ochtenden/afleveringen/13914808/
  • Dat de Nederlandse zakenman Frans van Anraat grondstoffen voor gifgas aan het regime van Saddam leverde is bekend. Minder bekend is de wat twijfelachtige rol van de Nederlandse regering toentertijd en vooral die van Frits Bolkestein, toen staatsecreatris van Buitenlandse handel. Argos heeft er een keer een boeiende uitzending over gemaakt, op 21 april 2006, hier te beluisteren. De eerste uitzending van 4 april 2003 is hier te beluisteren. 
  • Een goede televisie-uitzending over de relatie tussen Amerika en de landen rond de Perzische Golf is een aflevering van het geschiedenisprogramma Andere Tijden (NPS/VPRO) van 7-1-2003, Nederland 3: http://www.vpro.nl/geschiedenis/anderetijden/index.shtml?4158511+2899536+8106725+9842819
  • Een andere buitengewoon verhelderende televisie uitzending  is een documentaire van Zembla (Vara/NPS), aflevering Kanonnenvoer van Saddam (5-12-2002, Nederland 3). Het betreft uitgebreide interviews met nauw betrokken functionarissen bij het internationale Irakbeleid van de afgelopen twaalf jaar, zoals Peter van Walsum, Scott Ritter, Dennis Halliday en Hans von Sponeck. Ook blikken veel in Nederland wonende Irakezen terug op hun belevenissen van tijdens de onderdrukking van de Intifadah van 1991 en geven zij hun visie op de aanloop tot de oorlog van 2003. Aan het woord komen oa. de Koerdische journalist en politicoloog Mariwan Kani, de schrijver Mowaffk al-Sawad, de dichter Naji Rahim en de hoogleraar economie Isam al-Khafaji.  In deze documentaire worden een paar zeer interessante dingen gezegd. Peter van Walsum poneert het eigenlijk enige goede argument ‘voor oorlog’ (‘er zijn uitzonderlijke situaties denkbaar dat oorlog humaner is dan sancties’), terwijl Isam al Khafaji (hoewel zelf zeker geen medestander van de Amerikaanse neoconservatieven, toch vaak door het Pentagon is geraadpleegd als prominente intellectuele Iraakse adviseur) de naar mijn mening enige juiste analyse geeft van de werkelijke motieven van Amerika om Irak aan te vallen, iets wat ik verder in de Nederlandse media zo node heb gemist. Terug te zien op: http://zembla.vara.nl/Dossier-Irak.2062.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=6590&tx_ttnews%5BbackPid%5D=2061&cHash=a033279067
  • Zeer aanbevelenswaardig is de uitzending van VPRO’s Tegenlicht, aflevering Wat moet ik weten om de oorlog te begrijpen?  (Nederland 3, 30-3-2003). Het betreft een debat tussen de wetenschappers Erik-Jan Zurcher (hoogleraar Turkse taal en cultuur, UL), H.W. von der Dunk (emeritus hoogleraar westerse cultuurgeschiedenis, UU) en Paul Aarts (docent internationale betrekkingen van het Midden-Oosten, UvA) over de laatste Irakoorlog. Online is deze aflevering terug te zien op: http://www.hollanddoc.nl/themasites/mediaplayer/index.jsp?media=13719686&refernr=34437446&portalnr=30852812&hostname=hollanddoc&mediatype=video&category=holland_doc&portalid=hollanddoc
  • Om met een kleine aardigheid af te sluiten; het is inmiddels bewezen dat Saddam Hoessein gebruik maakte van dubbelgangers. Dit is aangetoond door de Duitse forensische arts, Dr. Dieter Buhmann. BBC journalist John Simpson heeft hem voor in zijn boek uitgebreid geraadpleegd. Wie dit op televisiebeelden wil zien, kan ik een reportage van Nova aanraden (gekocht van de Duitse ZDF) van 27-9-2002. Online te zien op: http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=13897380&cftoken=76391653&ln=nl&fuseaction=videoaudio.details&reportage_id=1118
  • Powered by WordPress